De Deense biggenexport blijft stabiel, terwijl de varkensslacht juist sterk groeit en versnelt. De markt verschuift zichtbaar richting binnenlandse verwerking. Lees meer over Deense varkensslacht en biggenexport.
Nadat de Deense biggenexport de afgelopen jaren de groeiende trend weer heeft opgepakt, is deze lijn in de eerste helft van 2026 niet doorgetrokken. De groei over 2025 zwakte al af (+0,8% ten opzichte van 2024). In de eerste 6 maanden van 2026 slaat het exportvolume om in een lichte krimp.
Deense vermeerderaars zetten 8,38 miljoen biggen af in het buitenland, vergeleken met 8,42 miljoen stuks in dezelfde periode vorig jaar. Dat is een daling van circa 50.000 stuks, oftewel 0,5%. Dit blijkt uit cijfers van de Deense vakbond voor varkenshouders, de Danske Svine Producenter.
Polen grootste afnemer, gevolgd door Duitsland
Polen blijft de belangrijkste afnemer van Deense biggen en importeerde 3,92 miljoen stuks in deze periode. Duitsland volgt op korte afstand met een importvolume van circa 3,63 miljoen dieren. De aantallen naar beide landen lagen in lijn met vorig jaar. Richting Polen is een kleine plus zichtbaar, terwijl de export naar Duitsland licht daalt.
Duidelijkere verschuivingen zijn zichtbaar in de export naar andere landen. Met name overige bestemmingen in Oost-Europa laten het afweten. Zowel Roemenië als Kroatië importeren duidelijk minder Deense biggen. Roemenië neemt nog 6.000 biggen af (-86% ten opzichte van 44.000 in 2025). Kroatië komt uit op 71.000 biggen (-40% ten opzichte van 118.000 in 2025). Ook de export naar Italië daalt.
Slachtingen lopen fors op
De inspanningen van de Deense varkensverwerkende industrie om meer biggen in eigen land te houden, lijken effect te hebben. Tegenover de stabiele exportontwikkeling loopt het aantal varkensslachtingen snel op.
Over de eerste 6 maanden van 2026 verwerken Deense slachthuizen 7,87 miljoen varkens. In 2025 lag dit nog op 7,3 miljoen dieren. Dat betekent een stijging van 7,2%, oftewel 570.000 stuks.
Daarmee zet de stijgende lijn in het aantal varkensslachtingen versneld door. Over 2025 bedroeg de groei ten opzichte van 2024 nog circa 5,5%. Door de aanhoudende groei benut de Deense industrie de bezettingsgraad beter dan enkele jaren geleden. Toen daalde het aantal verwerkingen langere tijd en stond de bezettingsgraad in fabrieken onder druk.