De Duitse varkenssector dringt bij de overheid aan op bescherming van bestaande bedrijven en meer financiële zekerheid. Aanleiding is de sterke daling van de varkens- en biggenprijzen, terwijl de kosten voor voer, energie en huisvesting hoog blijven. Bundesverband Rind und Schwein (BRS) geeft aan dat investeringen in duurzaamheid door de situatie niet mogelijk zijn.
De varkensprijs zakte in juli naar €1,40 per kilo. Voor biggen wordt nog ongeveer €30 per dier betaald. Volgens belangenorganisatie Bundesverband Rind und Schwein (BRS) komen daardoor steeds meer bedrijven in de knel. Vooral zeugenhouders kunnen noodzakelijke investeringen in dierenwelzijn en nieuwe stalsystemen nauwelijks terugverdienen.
De organisatie wil daarom dat bestaande stallen langer gebruikt mogen worden. Binnen de huidige plannen van de Duitse regering moeten bestaande kraamstallen uiterlijk vanaf 2036 aan aanzienlijk strengere eisen voldoen, waaronder meer bewegingsruimte voor zeugen. Bij nieuwbouw en ingrijpende verbouwingen gelden die eisen al eerder. De BRS wil de overgangstermijn voor bestaande stallen verlengen tot 2040. Zonder uitstel zouden volgens de BRS veel zeugenhouders voor 2036 moeten stoppen, aangezien de investeringen te duur zijn om rendabel te zijn.
Geen extra regels
Naast financiële bijstand vraagt de BRS om de ambities op het gebied van dierenwelzijn en milieu wat te temperen. De organisatie vraagt de Duitse regering daarnaast om geen strengere nationale regels in te voeren bovenop de bestaande EU-regels. De sector wil één Europees speelveld, financiële steun voor investeringen en een bredere herkomstvermelding op vlees. Met die maatregelen hoopt de organisatie te voorkomen dat de Duitse varkensstapel verder krimpt en regionale productieketens verdwijnen.