Na jaren van forse groei van het aantal varkensslachtingen lijkt de wal het Spaanse schip nu te keren. De moeizame export, lage prijzen voor biggen en vleesvarkens en veterinaire problemen zetten de Spaanse varkensmarkt onder druk. Inmiddels laten ook de slachtaantallen en vleesvolumes een daling zien. Hoeveel varkens hingen er minder aan de haak en waarom is te veel optimisme wellicht nog niet op zijn plaats? Lees hier meer.
Uit cijfers van het Spaanse ministerie van Landbouw blijkt dat er in de maanden juli, augustus en september 13,24 miljoen varkens werden verwerkt. Dat zijn er duidelijk minder dan de 13,38 miljoen dieren in dezelfde periode vorig jaar. Daarmee valt het aantal slachtingen zo'n 1%, oftewel circa 140.000 dieren, lager uit dan een jaar eerder. De laatste keer dat het aantal slachtingen op jaarbasis een daling liet zien, was in 2023.
Totale slacht in 2026 nog fractie hoger
Het totale aantal varkensslachtingen in 2026 komt tot en met september uit op 41,7 miljoen dieren. Vorig jaar waren dat er in dezelfde periode nog 41,2 miljoen. Daarmee ligt het aantal slachtingen dit jaar tot dusver ongeveer een half miljoen dieren hoger (+1,2%).
De krimp in het derde kwartaal lijkt voor een belangrijk deel samen te hangen met de fors lagere import van levende varkens, waarvan het grootste deel uit biggen bestaat. In de maanden januari tot en met september importeerde Spanje 3,07 miljoen levende varkens. Vorig jaar waren dat er in dezelfde periode nog 4,11 miljoen. Daarmee is de import met ruim 1 miljoen dieren, oftewel 25,3%, gedaald.
De totale varkensvleesproductie viel in het derde kwartaal zelfs 2,8% lager uit. Daarmee kromp het vleesvolume harder dan het aantal slachtingen. Marktanalisten wezen afgelopen zomer op de relatief lage slachtgewichten als gevolg van de aanhoudend hoge temperaturen in Spanje, die de groei van varkens onder druk zetten.
Is de krimp een lichtpunt of een luchtbel?
Uit de meest recente Spaanse varkenstelling van juni 2026 blijkt dat het aantal zeugen met 2,2% is toegenomen. Mogelijk kan de binnenlandse biggenproductie hierdoor op termijn een deel van de weggevallen import vervangen, waardoor het aantal slachtingen minder hard daalt dan de importcijfers doen vermoeden.
Bovendien betekent een daling van de Spaanse biggenimport niet automatisch dat er in Europa evenveel varkens minder worden geproduceerd. Biggen die niet naar Spanje gaan, kunnen immers ook elders worden opgelegd en uiteindelijk aan de slachthaak komen.
Of de krimp van de Spaanse varkensslacht daadwerkelijk verlichting biedt aan de Europese varkensmarkt, is daarom nog maar de vraag. Ook moet blijken in hoeverre de slachtaantallen in het vierde kwartaal weer aantrekken, wanneer varkens na de warme zomermaanden mogelijk een inhaalslag maken in hun groei.