De prijzen in de supermarkt zijn de afgelopen jaren flink opgelopen. Vooral peulvruchten, suiker, chocolade en eieren springen eruit. Maar wie naar de totale kosten van levensonderhoud kijkt, ziet een opvallend verschil: terwijl voedingsmiddelen inmiddels...
De grootste uitschieter in de voedingstabel zijn peulvruchten. Deze prijsindex steeg van 63,2 in januari 2020 naar 103,8 in augustus 2026: een toename van ruim 64%. Ook rietsuiker en bietsuiker werden fors duurder, met een stijging van ongeveer 57%. Chocolade en cacao stegen met ruim 55%, terwijl eieren bijna 54% duurder werden. Ook vers vlees, vleesbereidingen en plantaardige oliën behoren tot de duidelijke prijsstijgers.
De grootste prijsversnelling kwam vanaf 2022. Veel voedingsmiddelen schoten toen omhoog. Daarna vlakte de stijging af. Sterker nog, in augustus 2026 waren voedingsmiddelen, dranken en tabak gemiddeld 0,5% goedkoper dan een jaar eerder.
Bij energie is het beeld inmiddels totaal anders. Energie inclusief motorbrandstoffen werd in augustus 2026 maar liefst 11,7% duurder dan een jaar eerder. In juli bedroeg de stijging nog 9,7%. Daarmee vormt energie momenteel een veel grotere bron van prijsdruk dan voeding.
Met vertraging doorwerken in voedselprijzen
Hogere energie- en kunstmestprijzen kunnen vaak met enige vertraging doorwerken in voedselprijzen. Dat komt doordat energie onderdeel is van onder meer productie, verwerking, koeling, verpakking en transport. Bij landbouw spelen daarnaast de kosten van kunstmest een rol. Zo hebben hogere energie- en kunstmestprijzen vooral invloed op toekomstige oogsten en hebben daarom vertraagd impact op de consumentenprijzen.
Voor automobilisten is vooral de ontwikkeling van brandstof merkbaar. In maart 2026 waren benzine, diesel en lpg gemiddeld 18,7% duurder dan een jaar eerder. Vooral diesel maakte toen een forse sprong. De gemiddelde benzineprijs steeg in het tweede kwartaal van 2026 bovendien naar €2,31 per liter, tegenover €1,94 in het vierde kwartaal van 2025.
Levensonderhoud onder druk
Het beeld achter de inflatie verandert daarmee. De storm op de boodschappenafdeling lijkt voorlopig te zijn gaan liggen, maar de rekening voor energie en vervoer loopt juist weer op. Voor huishoudens betekent dat dat de totale kosten van levensonderhoud onder druk blijven staan, ook nu sommige voedingsmiddelen eindelijk goedkoper worden.