De meeste grondhandel in Nederland vindt plaats op de Veluwe, in de Bollenstreek en in Noord-Limburg. Daar ligt de relatieve grondmobiliteit structureel hoger dan in andere delen van het land. Aan de andere kant van het spectrum ligt het Oostelijk Hogeland. In dit Groningse gebied staat de grondmarkt vrijwel stil: jaarlijks wisselt minder dan 1% van het landbouwareaal van eigenaar.
Deze regionale verschillen passen binnen een breder beeld van een weinig dynamische grondmarkt, melden het Kadaster en Wageningen Social & Economic Research in een themabijlage bij het kwartaalbericht over de grondmarkt. In heel Nederland blijft de agrarische grondmobiliteit laag. Jaarlijks wordt minder dan 2% van de landbouwgrond verhandeld, wat neerkomt op circa 33.900 hectare in 2025. Dit percentage is al jaren stabiel en onderstreept hoe beperkt het aanbod op de grondmarkt is.
Minste handel in akkerbouwgebieden
Juist op regionaal niveau worden de contrasten zichtbaar. In grootschalige akkerbouwgebieden in Noord-Nederland en de polders – waaronder het Oostelijk Hogeland – is de mobiliteit het laagst. Daar blijft grond vaak binnen bestaande structuren en komt deze zelden op de markt. In meer dynamische regio's, zoals delen van Zuid- en Oost-Nederland (waaronder Noord-Limburg), ligt de mobiliteit juist hoger.
De oorzaken van deze lage mobiliteit zijn structureel. Grond blijft veelal binnen families door bedrijfsopvolging en fiscale regelingen, terwijl eigenaren verkoop vaak uitstellen om belastingheffing te vermijden of te wachten op een mogelijke waardestijging. Tegelijkertijd blijft de vraag naar grond hoog, zowel vanuit de landbouw – voor schaalvergroting en extensivering – als vanuit andere functies zoals woningbouw, natuur en infrastructuur.
Grondmarkt op slot
Het resultaat is een grondmarkt die op slot zit: weinig transacties, hoge prijzen en beperkte toegang tot grond. Dit belemmert niet alleen de ontwikkeling van landbouwbedrijven, maar maakt ook bredere ruimtelijke opgaven lastiger te realiseren. Voor agrarische bedrijven bemoeilijkt dit schaalvergroting of extensivering. Dit leidt tot versnipperd grondgebruik en hogere kosten voor de bedrijfsvoering.
Het Kadaster en Wageningen Social & Economic Research signaleren bovendien dat de problematiek rond hoge grondprijzen en geringe grondmobiliteit niet uniek is voor Nederland. Ook in Vlaanderen is sprake van beperkte toegang tot grond, hoge prijzen en toenemende concurrentie van niet-agrarische functies.
Grijze gebieden
In het kaartje hierboven zijn enkele kleine landbouwgebieden buiten beschouwing gelaten (grijze gebieden), zoals het Centraal Tuinbouwgebied in Utrecht, Amstelland en Aalsmeer en Rotterdam en omgeving. Deze gebieden hebben een relatief klein aandeel landbouwgrond en kennen vaak uitschieters in mobiliteit, waardoor zij het landelijke beeld kunnen vertekenen.
© DCA Market Intelligence. Op deze marktinformatie berust auteursrecht. Het is niet toegestaan de inhoud te vermenigvuldigen, distribueren, verspreiden of tegen vergoeding beschikbaar te stellen aan derden, in welke vorm dan ook, zonder de uitdrukkelijke, schriftelijke, toestemming van DCA Market Intelligence.