Landbouwgrond verschuift tussen Nederlandse bedrijfstypen, terwijl het aantal boeren sterk krimpt. Vooral de veehouderij levert areaal in. Lees meer over verschuiving van landbouwgrond.
Zo groeide de oppervlakte grond bij akkerbouwbedrijven en gewascombinaties met achtereenvolgens 17.000 en 32.000 hectare. Daarentegen leverde de veehouderij ruim 100.000 hectare in. In deze periode werd bijna 79.000 hectare grond aan de totale landbouwsector onttrokken.
Minder bedrijven, gemiddeld grotere bedrijven
Over alle bedrijfstypen samen daalde het aantal bedrijven in de laatste vijftien jaar met ruim 23.000, een afname van ongeveer 32%. De hoeveelheid cultuurgrond nam veel minder sterk af: met 4,2%. Daardoor steeg de gemiddelde oppervlakte cultuurgrond per bedrijf van 25,9 hectare in 2010 naar 36,5 hectare in 2025. Dat is een groei van 11 hectare, oftewel ruim 41%.
De cijfers wijzen erop dat een groot deel van de grond binnen de landbouw in gebruik is gebleven, terwijl het aantal bedrijven sterk afnam.
Gewascombinaties zijn de opvallendste groeiers
De grootste relatieve groei van cultuurgrond is te zien bij de gewascombinaties. Dit zijn boerenbedrijven die verschillende soorten gewassen verbouwen, zonder dat één gewas duidelijk de belangrijkste teelt is. Bijvoorbeeld een bedrijf dat aardappelen, graan, bieten, peulvruchten en uien teelt.
Deze bedrijven beschikten in 2010 over 37.000 hectare cultuurgrond. In 2025 was dat bijna 70.000 hectare: een toename van bijna 87%. Ook het gemiddelde bedrijf werd veel groter. De gemiddelde oppervlakte steeg van 41,3 naar 53 hectare, een groei van 28,4%.

Tegelijkertijd nam het aantal gewascombinaties toe van 900 naar 1.300. Het is daarmee een van de weinige bedrijfstypen waar zowel het aantal bedrijven als het grondgebruik duidelijk toenam.
Bij de totale groep akkerbouwbedrijven steeg het areaal van 461.000 naar 477.000 hectare, terwijl het aantal bedrijven slechts beperkt afnam. Gemiddeld ging een akkerbouwbedrijf daardoor van 38,5 naar 41,5 hectare.
Melkveehouderij: veel minder bedrijven, iets minder grond
Het aantal melkveebedrijven daalde flink van 17.500 in 2010 naar 12.500 in 2025. Dat zijn zo'n 5.000 bedrijven minder. Toch bleef de totale hoeveelheid cultuurgrond relatief dicht bij elkaar. Het areaal daalde van 817.000 naar 799.000 hectare, een afname van slechts 2,3%.
De gemiddelde oppervlakte per melkveebedrijf steeg daardoor van 46,6 naar 64,5 hectare. Dat is een toename van 18 hectare, oftewel 38,2%. De melkveehouderij is daarmee een duidelijk voorbeeld van schaalvergroting bij een dalend aantal bedrijven. Veel bedrijven verdwenen, maar de grond bleef voor een groot deel binnen de sector.
Graasdierbedrijven verliezen veel grond
Bij de bredere categorie graasdierbedrijven is het beeld heel anders. Deze groep verloor tussen 2010 en 2025 bijna 76.000 hectare cultuurgrond, een daling van 7%. Het aantal bedrijven daalde echter veel sterker: van 38.000 naar 23.500. Daardoor steeg ook hier de gemiddelde oppervlakte sterk: van 28,3 naar 42,7 hectare per bedrijf.
Binnen deze groep zijn grote verschillen. Vooral de zogenoemde overige rundveebedrijven verloren bijna 32.900 hectare. Ook overige graasdierbedrijven verloren bijna 9.400 hectare. Het aantal bedrijven daalde daar van 2.000 naar 700. De gemiddelde oppervlakte steeg desondanks van 11,5 naar 20,8 hectare.
Bij de schapenbedrijven verdween eveneens veel grond. Het areaal nam af met bijna 9.000 hectare, terwijl het aantal bedrijven meer dan halveerde. De gemiddelde oppervlakte steeg daardoor van 9,1 naar 14,7 hectare.
Grootste absolute grondverliezers
Als wordt gekeken naar de absolute hoeveelheid cultuurgrond die tussen 2010 en 2025 verdween, springt vooral de veehouderij eruit. De grootste afname is te zien bij de groep graasdierbedrijven, met een verlies van 76.000 hectare. Daarachter volgt de groep hokdierbedrijven (intensieve veehouderij) met een krimp van 31.000 hectare.
Noemer-effect
Schaalvergroting betekent niet per definitie dat een sector meer grond krijgt. Het kan ook betekenen dat een sterk gekrompen aantal bedrijven een kleiner wordende hoeveelheid grond onderling verdeelt. In dergelijke gevallen neemt de gemiddelde oppervlakte grond per bedrijf toe, doordat het aantal bedrijven in de noemer sterker afneemt dan het grondareaal.
Schaalvergroting zet door
De afgelopen vijftien jaar is de Nederlandse landbouw vooral een verhaal van schaalvergroting. Het aantal bedrijven daalde met bijna een derde, terwijl de hoeveelheid cultuurgrond met 4,2% afnam. Daardoor nam de gemiddelde oppervlakte per bedrijf met ruim 41% toe.
De kern van de ontwikkeling is daarom niet simpelweg dat boeren massaal grond kwijtraken. Het beeld is genuanceerder: er zijn veel minder bedrijven, terwijl de hoeveelheid landbouwgrond veel minder sterk is afgenomen. Vooral de gemiddelde omvang van de overblijvende bedrijven neemt daardoor toe. De Nederlandse landbouw is in vijftien jaar tijd duidelijk geconcentreerder geworden: minder bedrijven beheren gemiddeld steeds meer grond.
Inmiddels is 53% van de landbouwgrond (945.000 hectare) in beheer bij bijna 15.000 landbouwbedrijven met een gestandaardiseerde jaaromzet van een half miljoen euro of meer. Vijftien jaar eerder was dat nog 19% van de landbouwgrond (354.000 hectare), beheerd door bijna 9.000 bedrijven.