Betrouwbare proeven vormen de basis voor goede beslissingen. Bij onderzoek naar het effect van biostimulanten is het belangrijk om resultaten zorgvuldig en onder praktijkomstandigheden te beoordelen.
Naast plotproeven zetten we in op grootschalige veldproeven: testen op praktijkschaal, uitgevoerd op veel verschillende percelen en onder uiteenlopende omstandigheden. Door een product op deze schaal en in deze breedte te testen, ontstaat een vollediger beeld van hoe het in de praktijk presteert. Technologie zoals Interra-bodemscan helpt ons om variabiliteit in het veld uit te sluiten en tot preciezere conclusies te komen over hoe en wanneer een product werkt. Dat is een fundamenteel andere aanpak dan de klassieke proefopzet, en de basis van alles wat hieronder volgt. Deze nieuwe manier van testen noemen wij CropEx.
Zo proberen we ook te begrijpen onder welke omstandigheden een biostimulant wel werkt en wanneer niet. Denk aan verschillen in bodemsoort, temperatuur of andere groeicondities. Dat inzicht is minstens zo waardevol als een gemiddeld resultaat, omdat het telers helpt om een product gericht in te zetten.
Voor aardappelen bijvoorbeeld betekent dat niet alleen kijken naar het gewas tijdens de teelt, maar ook naar de uiteindelijke opbrengst. Daarom gebruiken wij opbrengstmetingen als onderdeel van onze proeven. Het doel is niet om één meetwaarde zo snel mogelijk als resultaat te presenteren. We willen begrijpen wat er in het perceel gebeurt, welke verschillen tussen stroken optreden en hoe een behandeling zich verhoudt tot de huidige praktijk. Door die informatie op een gestructureerde manier te verzamelen, kunnen we de resultaten beter beoordelen.
Opbrengstmeting binnen de proef
Tijdens de aardappelproeven meten we de opbrengst terwijl het product wordt gerooid. Daarbij brengen we de verschillen tussen de verschillende stroken in beeld. We kijken bijvoorbeeld naar het opbrengstverloop binnen het perceel en naar het verschil tussen een behandelde strook en de onbehandelde of gangbare praktijk.
Dat is waardevolle informatie, omdat een gemiddelde opbrengst voor een volledig perceel niet alle verschillen laat zien. Binnen één perceel kunnen omstandigheden variëren. Door tijdens het rooien metingen uit te voeren, krijgen we een gedetailleerder beeld van de opbrengst en de variatie daarin.
De meting is daarmee een aanvulling op de andere waarnemingen in de proef. We combineren de opbrengstgegevens met de beoordeling van het gewas en de overige proefresultaten. Zo ontstaat een breder beeld van het effect van een biostimulant.

Betrouwbaarheid vraagt om controle
Een meetwaarde is pas bruikbaar als we weten hoe betrouwbaar deze is. Daarom vergelijken we de metingen met de hoeveelheid aardappelen die uiteindelijk wordt afgeleverd en gewogen. Die afgeleverde hoeveelheid gebruiken we als onafhankelijke referentie.
Deze vergelijking helpt ons om de metingen te controleren en waar nodig te kalibreren. Ook maakt het duidelijk hoe de gemeten opbrengst zich verhoudt tot de werkelijk afgeleverde hoeveelheid. Dat is belangrijk wanneer we de absolute opbrengst willen beoordelen.
Tegelijkertijd kijken we in de proef niet uitsluitend naar de absolute waarde. Voor het vergelijken van behandelingen zijn ook de onderlinge verschillen en het opbrengstverloop van belang. Wanneer een meetmethode op een consistente manier verschillen tussen stroken zichtbaar maakt, levert dat relevante informatie op voor de beoordeling van de proef.
Verschillende omstandigheden meenemen
Metingen tijdens het rooien vinden plaats onder omstandigheden die niet altijd volledig te controleren zijn. De hoeveelheid grond die aan de aardappelen blijft hangen, de omstandigheden in het perceel en de manier waarop het product door de rooier wordt verwerkt, kunnen invloed hebben op de meting.
Daarom interpreteren we de gegevens zorgvuldig. We kijken naar patronen over de verschillende stroken en vergelijken de resultaten met de afgeleverde opbrengst en de andere waarnemingen uit de proef. Die werkwijze voorkomt dat we te snel conclusies verbinden aan één afzonderlijke meting.
Voor ons is transparantie daarbij belangrijk. Als een meting beperkingen heeft, moeten die worden meegenomen in de interpretatie. Betrouwbaar onderzoek betekent niet dat elke meting zonder onzekerheid is, maar dat we die onzekerheid erkennen en de resultaten op een zorgvuldige manier beoordelen.

De rol van Syngenta
Onze aanpak, CropEx, laat zien hoe Syngenta proeven met biostimulanten naar een hoger niveau tilt: met technologie die variabiliteit uitsluit, meetbaarheid vergroot en resultaten direct vertaalt naar de praktijk. We leggen de resultaten zo objectief mogelijk vast en gebruiken aanvullende metingen om onze waarnemingen te onderbouwen.
Opbrengstmeting helpt ons daarbij om verschillen binnen het aardappelperceel zichtbaar te maken. De vergelijking met de afgeleverde opbrengst helpt om de metingen te controleren. Samen ondersteunen deze stappen een zorgvuldige beoordeling van de proef.
Betrouwbaarheid door een zorgvuldige werkwijze
De betrouwbaarheid van een proef zit in de volledige werkwijze: in de opzet, de uitvoering, de metingen, de controle en de interpretatie van de resultaten. Door opbrengstmetingen te combineren met een onafhankelijke referentie en andere proefwaarnemingen, bouwen we stap voor stap aan een beter onderbouwd resultaat.
Dat is de basis waarop telers, adviseurs en andere partners moeten kunnen vertrouwen wanneer zij naar de mogelijke waarde van biostimulanten kijken. Niet door meer te beloven dan de data laten zien, maar door de resultaten zorgvuldig te verzamelen, eerlijk te beoordelen en duidelijk te vertalen naar de praktijk.
Dit artikel maakt onderdeel uit van de Themaspecial Oogst & Bewaring. Lees hier de andere artikelen binnen dit thema.