In 2025 kwam ruim €1 miljard Europees landbouwgeld in Nederland terecht. Honderden miljoenen hiervan komen niet rechtstreeks bij boeren terecht. Zo maken ook producentenorganisaties in de groente- en fruitsector, waterschappen, provincies, agrarische natuurcollectieven, natuurorganisaties, samenwerkingsverbanden en kennisinstellingen volop gebruik van Europees geld.
In het Europese landbouwboekjaar 2025 ging ruim 1 miljard euro landbouwgeld naar Nederland. Daarvan kwam 731 miljoen euro uit het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF), voornamelijk bedoeld voor directe inkomenssteun en marktmaatregelen. In 2024 was dit bijna 747 miljoen euro. De overige 281 miljoen euro kwam uit het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO).
Vooral het ELFPO laat in 2025 een sterke stijging zien. De gedeclareerde Europese uitgaven namen toe van 127 miljoen euro in 2024 naar 281 miljoen euro in 2025. Deze toename hangt mede samen met de financiële afronding van het oude POP3-programma en de verdere uitvoering van het nieuwe Nationaal Strategisch Plan.
De stijging van de jaarlijkse uitgaven betekent daardoor niet automatisch dat het structurele budget voor plattelandsontwikkeling in dezelfde mate is gegroeid. De Europese landbouwsubsidies zijn de afgelopen tien jaar steeds meer gericht op verduurzaming, natuur en klimaat.
Hoeveel geld komt rechtstreeks terecht bij boeren?
De ELGF-gelden voor basisinkomenssteun, eco-regelingen, herverdelende inkomenssteun en steun voor jonge boeren komen volgens de officiële verantwoording van het ministerie van LVVN direct terecht bij boeren. Het gaat om een bedrag van 567,6 miljoen euro.
De ELGF-gelden die in 2025 niet rechtstreeks naar individuele boeren en tuinders gingen, kwamen vooral terecht bij producentenorganisaties in de groente- en fruitsector. Een veel kleiner deel ging naar organisaties die schoolfruit, schoolmelk en promotieprogramma's verzorgen.
Ook het ELFPO kent verschillende regelingen waarvan landbouwbedrijven rechtstreeks of indirect profiteren. Zo werd in 2025 Europees geld besteed aan agrarisch natuur- en landschapsbeheer, vestigingssteun voor jonge boeren, de brede weersverzekering en het behoud van zeldzame landbouwhuisdierrassen. Samen gaat het bij deze regelingen om circa 97 miljoen euro. Een belangrijk deel van dit bedrag komt ten goede aan landbouwbedrijven, maar bij agrarisch natuurbeheer loopt de financiering via collectieven.
Hoeveel ELFPO-geld rechtstreeks op de bankrekening van individuele boeren terechtkomt, is op basis van de openbare totaalcijfers niet exact vast te stellen. De middelen die in 2025 niet rechtstreeks bij boeren terechtkwamen, gingen onder andere naar waterschappen, provincies, natuurorganisaties, samenwerkingsverbanden en kennisinstellingen.
Van de ruim €1 miljard aan Europese landbouwsubsidies in 2025 ging in ieder geval ruim €567 miljoen rechtstreeks als inkomenssteun naar landbouwers. Daarnaast ontvingen boeren steun uit verschillende plattelandsregelingen, onder meer voor verduurzaming, bedrijfsontwikkeling en agrarisch natuurbeheer.
Het totale bedrag dat rechtstreeks op boerenrekeningen terechtkwam, ligt daardoor hoger, maar kan niet nauwkeurig worden vastgesteld zonder een analyse van alle individuele subsidieontvangers.
Een aanzienlijk deel van het overige geld (enkele honderden miljoenen) werd besteed via producentenorganisaties, waterschappen, provincies, natuurorganisaties en andere samenwerkingsverbanden. Het gaat hier vaak om investeringen en onderzoeken die te maken hebben met natuur, water, leefbaarheid, verduurzaming, klimaat en cultuur. Ook van deze uitgaven kunnen landbouwbedrijven indirect wel profiteren. Overigens kunnen deze subsidies voor een aantal natuur- en waterprojecten ook consequenties hebben voor het grondgebruik of gebiedsinrichting. In sommige gevallen profiteren de boeren er juist niet van.
In tien jaar tijd verschuiving naar verduurzaming
De bestemming van Europese landbouwsubsidies is de afgelopen tien jaar aanzienlijk veranderd. In 2015 werd een nieuw stelsel van betalingsrechten ingevoerd. Boeren ontvingen een basisbetaling per hectare, aangevuld met een vergroeningspremie. Vanaf 2019 hadden de betalingsrechten een gelijke waarde per hectare.
Ongeveer 30 procent van het budget voor directe betalingen was in die periode gekoppeld aan vergroening. Boeren moesten daarvoor onder meer voldoen aan voorwaarden voor het behoud van blijvend grasland, gewasdiversificatie en ecologische aandachtsgebieden. Deze vergroening was echter minder direct gekoppeld aan afzonderlijke beheeractiviteiten dan de huidige eco-regeling.
Met de invoering van het Nationaal Strategisch Plan (NSP) in 2023 veranderde het systeem opnieuw. De basisbetaling werd verlaagd en er kwam een afzonderlijke eco-regeling. Boeren kunnen sindsdien extra subsidie ontvangen voor activiteiten die bijdragen aan klimaat, biodiversiteit, bodemkwaliteit en landschap.
Ook werd besloten om meer Europees landbouwgeld over te hevelen van de eerste pijler, gericht op inkomenssteun, naar de tweede pijler voor plattelandsontwikkeling. Die overheveling bedroeg in 2023 15 procent en moet volgens de oorspronkelijke NSP-planning oplopen naar 30 procent in 2027.
De verschuiving betekent dat een groter deel van de beschikbare middelen gericht wordt ingezet voor verduurzaming en gebiedsgerichte maatregelen. Dat betekent overigens niet dat alle uitgaven voor milieu en natuur nieuw zijn. Ook vóór 2023 bestonden daarvoor Europese subsidieregelingen.
© DCA Market Intelligence. Op deze marktinformatie berust auteursrecht. Het is niet toegestaan de inhoud te vermenigvuldigen, distribueren, verspreiden of tegen vergoeding beschikbaar te stellen aan derden, in welke vorm dan ook, zonder de uitdrukkelijke, schriftelijke, toestemming van DCA Market Intelligence.