Limagrain

Aangeboden door Limagrain

'Spitten zorgt voor meer egale opkomst maïs'

Gisteren 15:55 uur

Erik Immink en zijn broer Johan, melkveehouders in Hellendoorn, werden in 2024 tweede in de Nationale VEM-wedstrijd van Limagrain. Ze behaalden met het maïsras LG 31.205 een maïskuil met 1.072 VEM, nipt onder die van de winnaars met 1.075 VEM. Ze denken dat spitten van de grond bijdraagt aan een hogere VEM-opbrengst van hun maïs. 

Het melkveebedrijf van maatschap Immink is relatief kleinschalig, maar de betrokkenheid van de familieleden is groot. Naast de maten Erik en Johan, zijn ook vader Marten, Martijn (zoon van Erik) en Guus (zoon van Johan) graag op het melkveebedrijf. "Omdat het bedrijf klein is, werk ik daarnaast vier dagen per week bij een mengvoerfabriek", zegt Erik Immink. "En mijn broer Johan werkt in de melktechniek en automatisering, ook vier dagen per week."

Erik Immink heeft in maatschap met zijn broer Johan een melkveebedrijf op zandgrond in Hellendoorn (Overijssel). Ze boeren op 25 hectare grond en melken 45 koeien. Er is 20 hectare gras en 5 hectare maïs. Het rollend jaargemiddelde is 9.579 kg melk per koe met 4,56% vet en 3,51% eiwit.

In 2024 was door het kortere groeiseizoen de maïsopbrengst in het algemeen lager dan in 2025. Dat was bij Immink ook het geval. "In 2024 bracht onze 5 hectare maïs in totaal 198 ton op met 439 zetmeel. In 2025 was de opbrengst met 265 ton op 5 hectare hoger met 341 zetmeel, dat leverde dus 67 ton maïs meer op", zegt Marten, die de cijfers goed in beeld heeft.

In 2024 bevatte de 700 ingezonden maïskuilen voor de Nationale VEM-wedstrijd van Limagrain een recordhoge voederwaarde. Gemiddeld was het 1.016 VEM/kg drogestof, 388 zetmeel en 58,1% NDF-verteerbaarheid bij 39% drogestof. Immink scoorde met hun toen ingezonden maïskuil (oogst '2024) 1.072 VEM/kg ds, maar liefst 439 zetmeel, 58% NDF-verteerbaarheid bij 39,8% drogestof. Daarmee werden ze tweede in de VEM-wedstijd en wonnen een lang hotelweekend aan de Zeeuwse kust. Marten is samen met zijn vrouw Martha naar Zeeland geweest. "Alles was dik voor mekaar, we hebben genoten van een heel fijn en volledig verzorgd verblijf", zegt Marten.

Grond spitten
Immink kiest voor vroege maïsrassen om op tijd een rustgewas of gras te kunnen zaaien. "We zaaien al jaren maïsrassen van Limagrain. Mengvoerleverancier CAV Den Ham is dealer van LG-rassen en levert het maïszaad aan ons. Sinds een aantal jaren zaaien we het ras LG 31.205. Dat bevalt ons goed, want dit zeer vroege ras is op tijd rijp en levert veel VEM op", vertelt Erik. In 2024 is op 25 april 5 hectare ingezaaid met LG 31.205. Voor inzaai is de grond twee keer bewerkt met een cultivator en daarna bemest met 45 tot 50 kuub drijfmest.

"Sinds 2022 spitten we daarna de grond met een eigen spitmachine, waarna we de maïs inzaaien. Spitten geeft een goede beginontwikkeling en een egale maïsopkomst. Waarschijnlijk omdat de beworteling verbetert", denkt Guus, de zoon van Johan. Het spuiten tegen onkruiden gebeurt door de loonwerker. "Vooral om hanenpoot en muur aan te pakken, waar we veel last van hebben", zegt Erik. "2024 was een raar seizoen. Eerst was het heel koud en nat en later werd het erg droog, waardoor ook nog wel wat maïs is verdroogd." Familie Immink denkt dat de kwaliteiten van het gekozen maïsras en hun grondbewerking hebben bijgedragen aan een bovengemiddeld VEM-gehalte. "Geluk hebben met het weer is ook een factor. Vaak wonnen Friese melkveehouders de VEM-wedstrijd, in 2024 kwamen de twee beste kuilen uit Overijssel. De weersomstandigheden hebben daarbij vast meegespeeld."

Oogst ook zelf doen
Martijn, de zoon van Erik, heeft een maïshakselaar gekocht, waarmee hij dit najaar de maïs ook zelf wil hakselen. "Dan heb je het oogstmoment zelf in de hand en dat is belangrijk voor voldoende drogestof en veel zetmeel", zegt Martijn, die bij een mechanisatiebedrijf werkt. "Hoewel het oogstmoment soms ook afhangt van regelgeving. In 2024 hebben we op 20 september geoogst toen de maïs goed rijp was en daarna ingezaaid met Italiaans raaigras. In 2025 is de maïs op 19 april ingezaaid en geoogst op 29 augustus om op tijd een rustgewas, in ons geval wintergerst, te kunnen zaaien voor 1 september. Maar eigenlijk was de maïs nog niet helemaal rijp."

Immink doet dit jaar ook weer mee met de VEM-wedstrijd, maar ze verwacht niet te winnen. "Want in 2025 hadden we eigenlijk twee weken later moeten oogsten. Door de te vroege oogst is het drogestofgehalte met 33,5% te laag net als het zetmeel met 341", zegt Erik. In 2026 gaan de Overijsselse melkveehouders opnieuw het maïsras LG 31.205 inzaaien. "Iets wat goed is, moet je niet veranderen", zegt Erik.

Juiste oogstmoment belangrijk voor voldoende drogestof en veel zetmeel

VEM niet alleen uit zetmeel, maar ook uit restplant
In 2024 is gemiddeld laat gezaaid. "Het kwam wat moeizaam op gang, maar de maïs groeide toch goed door tot een mooi vitaal gewas met goede kolf. Meestal was ook de afrijping goed, met gemiddeld een prima zetmeelgehalte als resultaat", zegt Jos Groot Koerkamp, commercieel manager veehouderij van Limagrain.

De enorm hoge voederwaardecijfers in 2024 zijn deels te verklaren uit een korter groeiseizoen met minder massa, waardoor de voerkwaliteit hoger was. "Een hoog VEM-gehalte komt niet alleen door een hoog zetmeelgehalte. Veel voederwaarde bij snijmaïs komt natuurlijk ook uit de restplant, dus uit de vertering van celwanden. De gemiddelde celwandverteerbaarheid van de LG kuilen (oogst 2024) lag met 58,7% maar liefst 1,8% hoger dan die van niet-LG rassen, wat mede de hogere voederwaarde van LG verklaart: 1.021 VEM (LG) versus 1.009 VEM. In ons veredelingsprogramma is de verteerbaarheid daarom sinds jaar en dag een belangrijk kweekdoel."

Deze businesscase is powered by:

Bel met onze klantenservice 0320 - 269 528

of mail naar support@boerenbusiness.nl

wil je ons volgen?

Ontvang onze gratis Nieuwsbrief

Elke dag actuele marktinformatie in je inbox

Aanmelden