Met wat neerslag en voldoende temperatuur groeien de uien als een speer. Als de weersvoorspellingen voor de rest van de week kloppen, zal vocht inderdaad geen beperkende factor zijn. De temperatuur werkt in dat opzicht niet echt mee. Deze week, week 20 voelt het buiten namelijk behoorlijk fris aan en is een winterjas geen overbodige luxe. Vooral de harde wind in combinatie met de niet al te hoge temperaturen zorgt ervoor dat het behoorlijk koud aanvoelt. Dat zijn omstandigheden waar ook een uienplantje niet op zit te wachten.
Tot op heden kunnen we in de Gewastour spreken van een redelijk rustig verloop van het seizoen. Er zijn geen extreme hoeveelheden neerslag gevallen en (nog) geen noemenswaardige wegval van planten of andere grote tegenvallers. Het enige dat opvalt, is dat het bij tijden wat aan de koude kant is geweest. De meeste uienplantjes groeien inmiddels gestaag door, zo blijkt uit een rondgang langs de Gewastour-percelen.
Als de uien boven staan heb je het spannendste al gehad, vindt de Friese uienteler Reinder Hogenhout uit Kimswerd. Hij heeft te maken met tweewassigheid in zijn uienperceel. Na het zaaien kwamen de uien op de lichtere hoek van het perceel sneller aan de gang dan die op het zwaardere gedeelte.
Op dat moment heeft Reinder besloten de druppelslangen aan te zetten om de verschillen wat te beperken. Dat maakt dat Hogenhout zijn uien op de zwaardere hoek van het perceel nog in het kramstadium heeft staan, terwijl ze op de lichtere hoek al staan te vlaggen.
Echt hinder van die tweewassigheid ervaart Reinder niet. In zijn aanpak kiest hij de laatste jaren bovendien steeds minder voor volvelds bespuitingen met contactmiddelen. Op dit moment hebben de bodemherbiciden hun werk voldoende gedaan, waardoor er geen sprake is van een hoge onkruiddruk.
Klaasjan Boer uit het Zeeuwse Kortgene heeft zijn uien er momenteel netjes en vrij schoon bij staan. Het gewas bevindt zich in het stadium tussen het eerste en tweede pijpje en ontwikkelt zich gestaag. Hoewel het tot anderhalve week geleden nauwelijks heeft geregend, hebben de bodemherbiciden hun werk goed gedaan. "De onkruiddruk is daardoor laag, maar mogelijk speelt mee dat door de beperkte neerslag ook weinig onkruidzaden zijn gekiemd," stelt Klaasjan zelf. Daarnaast staat het perceel niet bekend als een echt vuil perceel, wat natuurlijk in zijn voordeel werkt.
Ook bij Arjen Jakobs uit het Drentse Wezup staan de uien er goed bij. Het gewas zit daar in het stadium waarin het eerste pijpje ongeveer drie centimeter is. Over het algemeen zijn de percelen vrij schoon. Arjen ziet daarbij duidelijk verschil tussen de grondbewerkingen: het geploegde deel waarbij onkruid wordt ondergewerkt, ligt beduidend schoner dan het perceel waar niet-kerende grondbewerking is toegepast.
Bij Jacky Dieleman uit het Zeeuwse Philippine is de onkruiddruk hoger. Hij liet de spotsprayer langskomen om de inmiddels wat grotere onkruiden goed aan te pakken.
|
|
Heeft geprimed zaad meerwaarde?
Klaasjan heeft voor een proef tijdens de Gewastour het ras Hylander, van De Groot en Slot gezaaid. Dat ras staat bekend om zijn 'hoge resistentie' tegen valse meeldauw, maar dat is op dit moment niet de belangrijkste factor. Het verschil dat hij nu vooral ziet, zit in de behandeling van het zaad. De Hylander die hij heeft uitgezaaid is geprimed, terwijl zijn andere rassen dat niet zijn.
En dat verschil is duidelijk zichtbaar. Klaasjan ziet dat de Hylander beduidend sneller is gegroeid dan het ongeprimede zaad. Na het zaaien heeft hij lange tijd geen regen gehad, waardoor duidelijk wordt dat geprimed zaad bij zaai in voldoende vocht sneller tot ontwikkeling komt en daardoor in de beginfase een voorsprong opbouwt in de gewasontwikkeling.
Zo'n voorsprong lijkt teniet te worden gedaan als na zaaien de uien gelijk beregend worden. Iets wat Arjen Jakobs deed. Over het algemeen merkt hij wel dat geprimed zaad in de beginfase iets vlotter opkomt. Toch ziet hij ook dat wanneer de pijpjes zich verder ontwikkelen, het ongeprimede zaad die aanvankelijke achterstand vaak weer inhaalt.
Ook een belangrijk punt wat Arjen aanhaalt, is dat vooral het moment van opkomst bepalend is voor het verdere verloop van een goede onkruidbestrijding. Ongeprimed komt gemiddeld na ongeveer twee tot tweeënhalve week boven de grond, terwijl geprimed zaad vaak iets eerder is.
Volgens Arjen begint onkruid doorgaans rond veertien dagen na zaai op te komen. In die fase ziet hij bij ongeprimed zaad vaak een beter effect van het afbranden van onkruid, omdat de timing dan net iets gunstiger uitpakt dan bij geprimed zaad, waarbij de plantjes iets eerder hun kop boven de grond steken.
Of er nu echt een opbrengstvoordeel zit aan geprimed zaad, is onder de deelnemers van de Gewastour lastig vast te stellen. Wel is duidelijk dat geprimed zaad zich in de beginfase van de teelt sneller ontwikkelt. Dat is voor Reinder Hogenhout een belangrijk punt. Hoe sneller de plantjes kiemen en boven komen, hoe korter de periode waarin bijvoorbeeld aaltjes schade kunnen aanrichten. Dat kan uiteindelijk bijdragen aan minder plantwegval in de vroege ontwikkelingsfase.
© DCA Market Intelligence. Op deze marktinformatie berust auteursrecht. Het is niet toegestaan de inhoud te vermenigvuldigen, distribueren, verspreiden of tegen vergoeding beschikbaar te stellen aan derden, in welke vorm dan ook, zonder de uitdrukkelijke, schriftelijke, toestemming van DCA Market Intelligence.