Deze herfst bezoekt Boerenbusiness aardappeltelers in Europa. Hoe is hun groeiseizoen verlopen, welke opbrengstverwachtingen hebben ze en wat is de productkwaliteit? In dit artikel spreken we Thomas Lieven. Hij heeft een akkerbouwbedrijf in het Duitse Titz, gelegen tussen Maastricht en Düsseldorf.
Het gebied waar Thomas en zijn vrouw een akkerbouwbedrijf runnen is gelegen in de Jülich-Zülpicher Börde. Een streek die vergelijkbaar is met Zuid-Limburg en die zich kenmerkt door de lössbodem. "We hebben hier lössgrond tot 10 meter diepte, die zich laat bewerken als zand en vocht vasthoudt als een kleibodem", legt hij uit. "Krijgen we in de winter voldoende neerslag, en in de zomer tweemaal 30 tot 40 millimeter, dan is het normaal gesproken mogelijk om tussen de 45 en 50 ton fritesaardappelen per hectare te verbouwen. Dit jaar duurde de droogte helaas twee tot drie weken te lang en komen we daar niet aan. Ook hadden we te veel dagen boven de 30 graden."
Het bedrijf van Thomas Lieven omvat zo'n 500 hectare akkerbouwgewassen. Met 230 tot 240 hectare zijn fritesaardappelen de hoofdteelt. Hiervoor wordt grond geruild met collega-boeren. Daarnaast worden onder andere zaaiuien, granen en suikerbieten verbouwd. Met 8.000 ton mechanische koeling en 6.000 ton luchtkoeling kunnen de aardappelen zelf worden opgeslagen. Naast Fontane, Innovator en Markies worden nieuwe rassen als Edison en Castor verbouwd. De aardappelen gaan naar verschillen Duitse en Nederlandse afnemers voor de fritesproductie.
Op 1 september lagen de QSR-rassen als Innovator en Edison bijna volledig dood. Bij Fontane en Markies is er nog zo'n 40% groen loof, al is dat niet het gemiddelde beeld in de regio. "De Fontane is fijn gebleven dit jaar, dat wordt een probleem", merkt de akkerbouwer op. "Een deel van de contracten gelden voor aardappelen in de maat 40 millimeter opwaarts, maar de hoeveelheid daaronder is dit jaar erg groot. Het is afwachten hoe afnemers daarmee omgaan. Vooral in Fontane is er veel ondermaat."
50 millimeter regen
Het pootseizoen begon relatief vroeg bij Lieven. "Half maart hebben we eerst de uien gezaaid, gevolgd door de suikerbieten. Op 10 april zijn we met de aardappelen begonnen, die er aan het einde van de maand bijna allemaal in zaten. Begin mei is de laatste 10% gepoot. In juni stond alles er zeer goed op. Vervolgens werd het droog en bleef het droog. Sinds dat moment hebben we slechts zo'n 50 millimeter in totaal gehad."
Het bedrijf kan een derde van zijn areaal beregenen, wat twee- tot driemaal is gebeurd. "Ons volledige areaal beregenen is simpelweg geen optie, want de capaciteit ontbreekt", weet de akkerbouwer. "Je doet het puur om ze in leven te houden, want extra kilo's erbij beregenen valt naar mijn ervaring tegen. Dan moet je wel zes tot zeven keer beregenen. We moeten het grondwater hier van 60 meter diepte oppompen. Bij €300 tot €400 aan kosten per beregeningsbeurt, is het de vraag of dit loont. De percelen liggen verspreid in een radius van 10 kilometer rond ons bedrijf. Het gaat om veertig percelen, met een gemiddelde grootte van 6 hectare. Je kunt dan niet efficiënt beregenen.
Doorwas
Waar beregend is, stond het gewas nog groen en is tijdig een MH-bespuiting uitgevoerd. De niet-beregende stukken zijn eind augustus alsnog gespoten, met het risico van doorwas in het achterhoofd. "Eigenlijk stond daar te weinig loof, maar we willen de risico's verkleinen, al twijfel ik aan de effectiviteit. Waar significant regen is gevallen zien we, ongeacht het ras, doorwas in de gewassen."
Op zijn beregende percelen verwacht Lieven 40 tot 45 ton te rooien van Innovator en Markies. Maar over het geheel gezien is dat veel lager. "De onberegende percelen komen niet verder dan 20 tot 40 ton. De netto-opbrengst komt denk ik erg laag uit: 25 tot 30 ton. Een deel ligt vast op basis van een tonnencontract en een deel op hectarecontracten. Hoe afnemers met de lagere tonnen en fijne sortering omgaan, is afwachten. Ook is het de vraag of de waargenomen doorwas voor veel drijvers gaat zorgen."
Beregeningscapaciteit
Over de lange termijn gezien is Lieven zeer tevreden over de aardappelteelt. "We hebben ook heel goede jaren gehad. 45 tot 50 ton fritesaardappelen, bij Fontane en Markies, en een zeer goede productkwaliteit tot eind augustus uit de mechanische koeling." Komen droge jaren steeds vaker voor, dan moet er in beregeningscapaciteit worden geïnvesteerd. "Waarschijnlijk gaan we dan minder aardappelen telen om ook andere gewassen te kunnen beregenen."
Een open vraag is wel hoe het thema beregening maatschappelijk wordt opgevat, wanneer de druk op het waterverbruik bij burgers toeneemt. Daarnaast heeft intensief beregenen ook op de arbeidsbezetting van het bedrijf een grote impact.
Dit artikel maakt onderdeel uit van de Themaspecial Oogst. Lees hier de andere artikelen binnen dit thema.
© DCA Market Intelligence. Op deze marktinformatie berust auteursrecht. Het is niet toegestaan de inhoud te vermenigvuldigen, distribueren, verspreiden of tegen vergoeding beschikbaar te stellen aan derden, in welke vorm dan ook, zonder de uitdrukkelijke, schriftelijke, toestemming van DCA Market Intelligence.