Deze herfst bezoekt Boerenbusiness aardappeltelers in Europa. Hoe is hun groeiseizoen verlopen, welke opbrengstverwachtingen hebben ze en wat is de productkwaliteit? Alex van Erp doet vanuit de Gewastour van Boerenbusiness mee. Hij heeft een gemengd bedrijf met melkvee- en akkerbouw in het Groningse Midwolda.
Deze zomer is het bij Alex van Erp in Midwolda in Groningen naar eigen zeggen niet eens zo heel extreem droog geweest. "Mede door de zware grond blijft de schade hier in het Oldambt altijd wel enigszins beperkt", aldus Alex. Door tijdig te beregenen konden de Innovators blijven groeien. Een topopbrengst wordt het volgens Alex niet zozeer, maar een normale opbrengst, zoals we die de afgelopen jaren gewend zijn, behoort volgens hem zeker tot de mogelijkheden. Bovendien konden door het droge weer meerdere bespuitingen worden uitgespaard.
Het groeiseizoen begon volgens Alex opvallend goed. Er viel in het voorjaar regelmatig regen en bovendien op de juiste momenten. De aardappelen konden daardoor onder goede omstandigheden worden gepoot en aangeaard. "Voor het aanaarden hebben we nog mooi wat regen gehad. Daardoor is de knol mooi nat geworden. Daarna konden we mooi aanaarden en was de opkomst eigenlijk super." Tot eind juni bleef de vochtvoorziening goed, waarna vanaf juli de droogte merkbaar werd. De omstandigheden waren volgens Alex wel minder extreem dan in delen van het zuiden. De zware grond hield het vocht bovendien goed vast. "De dikste hitte hebben we hier niet gehad. Dat is ons grootste voordeel. Daarnaast wordt de grond hier, omdat die wat zwaarder is, ook minder snel warm."
Op tijd begonnen met beregenen
Toen de grond begon te scheuren besloot Alex al snel om te gaan beginnen met beregenen. Eerst waren het de uien die beregend werden vanwege het kleine wortelgestel, waarna direct met de aardappelen werd begonnen. De eerste beregeningsgift bedroeg ongeveer 35 tot 40 millimeter. Daarna volgde nog 20 tot 30 millimeter. Tussendoor viel er af en toe ook nog weleens een bui, waardoor het beregenen veel beter tot zijn recht kwam. "Als je al beregend hebt, is 10 millimeter welkom. Op droge grond doet 10 millimeter eigenlijk niks", zo benadrukt hij.
Wat betekent dat voor de opbrengst?
"Ik denk dat het in ons gebied best meevalt. Een gemiddelde opbrengst moet gewoon mogelijk zijn. Van de hete dagen hebben we hier minder last gehad. Als je kunt beregenen, verwacht ik dat de opbrengst gewoon prima normaal is." Ook de grofte van de aardappelen lijkt volgens hem op niveau. De knolzetting was goed en niet extreem hoog of laag. "Ik denk dat de uien meer last hebben gehad van de droogte. Die begonnen al in juli met strijken. Af en toe viel er al een plantje om. Dan denk je: Gaan we nu al strijken? Maar dat was dus echt zo!"
Bij de aardappelen viel de slijtage in het loof volgens Alex wel mee. De vroege pootdatum - alle aardappelen waren voor 20 april al gepoot - zorgde ervoor dat voldoende groeidagen konden worden benut.
Beregenen betaalt zich deels terug
De extra beregening brengt uiteraard kosten met zich mee, zo beaamt ook Alex. Daar staat dit seizoen echter een besparing op gewasbescherming tegenover. Door het droge weer kon het interval tussen bespuitingen worden verlengd. "Normaal zit je op zeven tot acht dagen. Dit jaar konden we dat, als het weer het toeliet, soms verlengen naar twaalf dagen."
Een bespuiting kost volgens Alex ongeveer €65 tot €100 per hectare, afhankelijk van de middelen die je gebruikt. Een beregeningsbeurt van circa 30 millimeter schat Alex, als je de arbeid niet meerekent op ongeveer €80 tot €100 per hectare. Omdat meerdere bespuitingen konden worden uitgespaard, worden de extra beregeningskosten volgens hem daardoor grotendeels gecompenseerd. "We hebben dit jaar drie of vier rondjes gewasbescherming bespaard ten opzichte van vorig jaar." Beregenen was bovendien noodzakelijk voor de opbrengst. Zonder beregening zou de opbrengst volgens hem ongeveer 20 ton per hectare lager hebben gelegen.
Grotere verschillen in kwaliteit
Alex verwacht dat de kwaliteitsverschillen tussen aardappelpartijen dit jaar behoorlijk groot kunnen worden. Vooral op percelen waar onvoldoende beregend kon worden, is geen grofte ontstaan. Ook groeischeuren en doorwas kunnen volgens hem in delen van Nederland een rol spelen. "Als je kleinere aardappelen hebt waar minder frites uit gesneden kunnen worden, heb je wel extra kosten gemaakt. Dan is het maar de vraag of je dat financieel terugkrijgt."
Grasland goed voor capillaire werking
Alex' bedrijf bestaat uit een gemengd bedrijf met grasland als rustgewas en voer voor de koeien. "Hierbij telen we dan ook aardappelen op grasland dat al enige jaren gras is geweest. Op het bedrijf wordt grasland doorgaans in het najaar gefreesd. De zoden blijven gedurende de winter liggen." Volgens Alex heeft die werkwijze dit jaar mogelijk bijgedragen aan het beter vasthouden van vocht. "Ik denk dat ons dat dit jaar ook wel heeft geholpen. We zitten op graszoden van een paar jaar oud. Dan merk je dat de grond het vocht beter vasthoudt." De wortelstructuur van de graszode zorgt volgens Alex bovendien voor een betere capillaire werking van de bodem. Daardoor kan het beschikbare vocht beter worden benut.
Het grasland in het voorjaar nog een eerste keer maaien en vervolgens frezen en aardappelen poten, is ook een mogelijkheid. Daar kleeft volgens Alex echter wel een nadeel aan. "Als je in het voorjaar freest, vraagt dat wel veel stikstof. In een droog jaar merk je dan ook dat het lastiger is om de aardappelen goed op gang te krijgen."
Dit artikel maakt onderdeel uit van de themaspecial Oogst & Bewaring. Lees hier de andere artikelen binnen dit thema.
© DCA Market Intelligence. Op deze marktinformatie berust auteursrecht. Het is niet toegestaan de inhoud te vermenigvuldigen, distribueren, verspreiden of tegen vergoeding beschikbaar te stellen aan derden, in welke vorm dan ook, zonder de uitdrukkelijke, schriftelijke, toestemming van DCA Market Intelligence.