De Nederlandse varkensstapel is ook dit jaar verder gekrompen. Dat blijkt uit de voorlopige landbouwtelling van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), waarvan de uitkomsten recent zijn gepubliceerd. Lees hier meer over de ontwikkeling van de varkens- en zeugenstapel.
Volgens het CBS telde Nederland in mei 9.245.270 varkens. Dat zijn 520.320 dieren minder dan een jaar eerder, een daling van 5,3%. Daarmee zet de krimp door, al is deze iets minder sterk dan in 2025. Toen nam de varkensstapel met 6,9% af. De cijfers laten de krimp in varkensslachtingen goed verklaren.
Zeugenstapel ook gekrompen
Binnen de totale varkensstapel daalde het aantal zeugen met 3% tot 818.930 dieren. De biggenstapel kromp met 5,4% tot 4.248.740 dieren, terwijl het aantal vleesvarkens met 6% afnam tot 4.177.610 stuks.
De sterke daling van de afgelopen jaren is grotendeels toe te schrijven aan de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties (LBV en LBV+), waardoor veel varkenshouders hun bedrijf hebben beëindigd. Uit eerdere cijfers blijkt dat vooral vleesvarkenshouders gebruikmaakten van de regeling, waardoor de vleesvarkensstapel relatief sterker is gekrompen dan de zeugenstapel. Nu het effect van de stoppersregeling grotendeels is uitgewerkt, ligt een stabielere ontwikkeling van de varkensstapel voor de hand.
Ook over een langere periode is de afname fors. In 2019 telde Nederland nog 12.269.150 varkens. Sindsdien is de varkensstapel met ruim 3 miljoen dieren, ofwel 24,6%, geslonken. Sinds 2021 is ieder jaar sprake geweest van een verdere afname.
Minder bedrijven
Het aantal bedrijven met varkens neemt nog sneller af dan het aantal dieren. In 2026 zijn er volgens het CBS nog 2.300 varkensbedrijven, 210 minder dan een jaar eerder. Dat is een daling van 8,4%. Doordat het aantal bedrijven sterker afneemt dan de varkensstapel, stijgt het gemiddelde aantal varkens per bedrijf van circa 3.891 naar 4.020 dieren. Ten opzichte van 2019 is de gemiddelde bedrijfsomvang daarmee met ongeveer 34% toegenomen.