De aanhoudende droogte deze zomer heeft veel graslandpercelen verschroeid. Dit blijkt uit de droogtemonitor van Wageningen Environmental Research op basis van satellietbeelden die gemaakt zijn in augustus.
Hieruit blijkt dat de schade groter is dan in 2022 dat eveneens een droogtejaar was. Ten opzichte van 2018, wat het meest extreme droogtejaar van de afgelopen decennia is, is de huidige schade wel minder groot.
Na de tweede maaibeurt in juni is de groei op veel plek stilgevallen, signaleert de WUR. De schade is het grootst in Zeeland, West-Brabant, Limburg, de Achterhoek en op Texel. In Noord- en Zuid-Holland is de schade minder groot, vanwege hogere grondwaterstanden.
"Met het blote oog zien we natuurlijk dat het droog is, maar satellietbeelden laten ons zien waar de gevolgen het grootst zijn en hoe de situatie zich door de tijd ontwikkelt", zegt WUR-onderzoeker Gerbert Roerink. "Daardoor kunnen we niet alleen regio's vergelijken, maar ook deze zomer naast eerdere droge jaren leggen."
De huidige neerslag die nu valt, is zeer welkom voor de verdorde graslandpercelen. Dit zal een deel van de schade doen herstellen, zoals dat in 2022 ook het geval was toen er in najaar de nodige neerslag kwam.
Ook de maïspercelen hebben door de droogte een klap gekregen, waardoor op sommige plekken al begonnen is met hakselen. Hoe groot de schade precies is en welke gevolgen dit heeft voor de prijsontwikkeling, moet nog blijken. In de afgelopen weken is de prijs van de oude oogst wel al behoorlijk opgelopen.
© DCA Market Intelligence. Op deze marktinformatie berust auteursrecht. Het is niet toegestaan de inhoud te vermenigvuldigen, distribueren, verspreiden of tegen vergoeding beschikbaar te stellen aan derden, in welke vorm dan ook, zonder de uitdrukkelijke, schriftelijke, toestemming van DCA Market Intelligence.