Nederland loopt het risico om binnenkort te maken te krijgen met een daadwerkelijk watertekort. Volgens de Landelijke Coördinatiecommissie Waterverdeling (LCW), begint de huidige droge periode steeds meer te lijken op de extreme droogte van 1976.
Door de lange periode zonder voldoende regen, de lage standen van de rivieren en het toenemende gebruik van water wordt de kans op tekorten groter, laat Harold van Waveren, voorzitter van LCW weten aan de NOS. Daarom heeft de LCW op 1 juli al besloten om over te gaan naar niveau 1: een dreigend watertekort. Een volgende stap, niveau 2, waarbij er sprake is van een feitelijk tekort, lijkt steeds waarschijnlijker.
De situatie is bijzonder voor het begin van juli. De rivieren bevatten veel minder water dan normaal en zowel de waterstanden als het neerslagtekort komen maar zelden voor. Een voordeel is dat het peil in het IJsselmeer extra hoog staat, waardoor er nog een belangrijke watervoorraad beschikbaar is.
Het grootste probleem is dat terwijl het steeds droger wordt, er ook steeds meer vraag naar water ontstaat, terwijl de aanvoer juist afneemt. Door de hoge temperaturen verdampt meer water en hebben natuur, landbouw en andere gebruikers meer nodig. Daarnaast komt er minder water via de Rijn en Maas Nederland binnen doordat ook omliggende landen zoals Duitsland, België, Frankrijk en Zwitserland met droogte kampen, aldus Van Waveren tegenover NOS.
Droge Gewastour-percelen
De droge omstandigheden zijn ook duidelijk zichtbaar op de Gewastour-percelen. De laatste keer dat er landelijk neerslag van betekenis viel, is inmiddels bijna een maand geleden. In combinatie met de hoge temperaturen wordt het daardoor steeds droger, juist in de periode waarin de gewassen hun productie moeten maken.
Toch zijn er duidelijke verschillen tussen Noord- en Zuid-Nederland. In Noord-Nederland viel eind juni lokaal nog enkele tientallen millimeters neerslag, al hadden deze buien een sterk plaatselijk karakter. In Zuid-Nederland, en ook in het westen van het land is het beeld heel anders. Daar is het al weken droog en bovendien erg warm. Inmiddels komen ook in Noord-Nederland steeds meer haspels het land in. Door het uitblijven van neerslag en de hoge temperaturen neemt ook daar de beregeningsbehoefte inmiddels toe.
De regionale verschillen zijn ook bij de Gewastour-deelnemers uitzonderlijk groot. Jacky Dieleman uit het Zeeuwse Philippine verbaast zich over de weersverschillen binnen Nederland: "Op een avond scheelde het meer dan 10 graden. Bij ons was het net wel of net niet boven de 30 graden, terwijl het in het noorden net wel of net niet 20 graden was."
Beregenen
Beregenen, beregenen en nog eens beregenen, zo omschrijft Gybert Doggen uit het Brabantse Wouw de situatie. Hij is al geruime tijd aan het beregenen, maar geeft aan dat hij inmiddels vooral beregent om de gewassen groen te houden. Zelfs dat wordt volgens hem een steeds grotere uitdaging. Mocht Nederland daadwerkelijk opschalen naar fase 2 van de landelijke verdringingsreeks, dan zal ook de beschikbaarheid van beregeningswater in verschillende regio's die afhankelijk zijn van water uit de rivieren en de hoger gelegen gebieden van het land onder druk komen te staan. Inmiddels zijn vrijwel alle deelnemers van de Boerenbusiness Gewastour (waar dat kan) bezig met het beregenen van hun uien en aardappelen. Al is de situatie in het zuiden van het land toch het nijpendst.
Ook voor David de Wit uit het Brabantse Lepelstraat is het een uitdaging om de gewassen tijdig van voldoende water te voorzien. Afgelopen dinsdag beregende hij zijn uien voor de vijfde keer, om vier dagen later alweer aan de zesde beregeningsronde te beginnen. "Ze trekken verschrikkelijk hard aan het vocht," vertelt David. "We proberen het gewas groen te houden tot aan de MH-bespuiting. Vanaf het moment dat het gewas gaat strijken, verwachten we dat het niet lang meer duurt voordat we kunnen rooien."
In Noord-Nederland draaien er steeds meer haspels, maar de situatie is daar vooralsnog een stuk minder nijpend. Zo is Alex van Erp uit het Groningse Midwolda eind vorige week begonnen met het beregenen van zijn aardappelen en uien. René Mesken uit het Friese Appelscha hoeft zijn Gewastour-perceel met Innovators daarentegen nog helemaal niet te beregenen. Bij René trok er een dikke week geleden nog een bui over die gemiddeld zo'n 10 millimeter neerslag achterliet, waardoor de gewassen zich volgens hem nog goed ontwikkelen.
Ook de verdamping valt René vooralsnog mee. "De temperatuur ligt wel boven de 20 graden. De zon schijnt ook wel, maar er zijn ook lange periodes met bewolking of momenten waarop de zon weinig kracht heeft. Dat scheelt enorm in de verdamping", vertelt hij.
Volgens Jacky Dieleman zit daar juist het grote verschil. "In het zuiden kunnen we de verdamping met beregenen eigenlijk niet eens bijhouden. Op sommige dagen verdampt er wel 7 millimeter. Daar valt nauwelijks tegenop te beregenen." Ook de ontwikkeling van de gewassen baart hem zorgen. "Met de eerste aardappelen ben ik toe aan de MH-bespuiting, maar ik vraag me af of het gewas die onder deze omstandigheden nog wel goed kan opnemen."
Ziektedruk op een lager pitje
Waar de droogte veel vraagt van de gewassen, zorgt het warme en droge weer tegelijkertijd voor een lage schimmeldruk. Van echt schimmelweer is dan ook nauwelijks sprake. Door het uitblijven van regen en lange perioden met bladnat krijgen phytophthora in aardappelen en valse meeldauw in uien weinig kans om zich te ontwikkelen. Toch blijft het opletten geblazen. Een beregeningsronde, zeker wanneer die in de avond of nacht plaatsvindt, kan zorgen voor een langere periode van bladnat. In combinatie met de vaak hoge relatieve luchtvochtigheid in de vroege ochtend kunnen daardoor op perceelsniveau alsnog gunstige omstandigheden ontstaan voor de ontwikkeling van schimmelziekten.
|
|
© DCA Market Intelligence. Op deze marktinformatie berust auteursrecht. Het is niet toegestaan de inhoud te vermenigvuldigen, distribueren, verspreiden of tegen vergoeding beschikbaar te stellen aan derden, in welke vorm dan ook, zonder de uitdrukkelijke, schriftelijke, toestemming van DCA Market Intelligence.