Na wekenlange droogte komt de regen voor de aardappelen op een belangrijk moment. De Gewastour-percelen hebben verspreid over het land weer wat vocht meegekregen, al lopen de hoeveelheden flink uiteen. Daarmee verschillen ook de kansen op nagroei per perceel. Waar het gewas nog voldoende groen en vitaal staat om de neerslag te benutten, is op andere percelen de slijtage al ver gevorderd. Op basis daarvan maken we een inschatting in hoeverre de potentie op de verschillende percelen nog aanwezig is.
Uit het overzicht van de gevallen neerslag in week 34 blijkt dat de weerpalen opnieuw grote verschillen hebben geregistreerd. In Appelscha (Drenthe) viel met 56,6 millimeter veruit de meeste neerslag. Ook in Hellevoetsluis (Zuid-Holland) kwam met 50,6 millimeter een flinke hoeveelheid regen naar beneden. Verder kwam er ook op de percelen in Veelerveen (39,2 millimeter), Voerendaal (38,4 millimeter) en Dronten (36,8 millimeter) veel neerslag naar beneden.
Verderop in Flevoland viel eveneens behoorlijk wat regen. De weerpalen in Zeewolde en Marknesse registreerden 31,6 en 31,2 millimeter. Iets Noord(oostelijker) in Wezup en in Beemte Broekland viel ruim 27 tot 31 millimeter. Het grootste contrast is zichtbaar in het noorden van het land. Terwijl in Veelerveen bijna 40 millimeter neerslag viel, bleef de teller in Uithuizermeeden steken op slechts 9,6 millimeter. Ook in Kimswerd en Midwolda bleef de hoeveelheid met respectievelijk 12,2 en 13 millimeter beperkt.
In het zuiden en zuidwesten liepen de neerslaghoeveelheden ook uiteen, maar niet zo sterk als in het noorden. Zo viel in Philippine 15,4 millimeter en in IJzendijke 23 millimeter, terwijl in Wouw, Lepelstraat en Nederweert eerder richting de 30 millimeter viel. Daarmee waren de verschillen in neerslag ook in week 34 weer duidelijk zichtbaar.
|
Perceel |
Gevallen hoeveelheid millimeters in week 34 |
|
Kimswerd |
12,2 |
|
Veelerveen |
39,2 |
|
Wezup |
31,2 |
|
Marknesse |
31,2 |
|
Zeewolde |
31,6 |
|
Beemte Broekland |
27,6 |
|
Kortgene |
24,2 |
|
Philippine |
15,4 |
|
Lepelstraat |
27,6 |
|
Nederweert |
29 |
Wat hebben de gewassen hier nog aan?
Wat betreft uien kunnen we daar heel kort over zijn, namelijk niks. Voor het rooien is een serieuze hoeveelheid neerslag toch wel lekker. De regen maakt de grond mooi zacht, waardoor beschadigingen aan de uien beperkt is en je de uien makkelijker kunt rooien.
Wat betreft de aardappelen, is augustus echt de groeimaand waar de meeste kilo's geproduceerd moeten worden. De regen van week 34 heeft de Innovators op verschillende Gewastour-percelen opnieuw kans gegeven voor een respectabele nagroei. De proefrooiingen lieten eerder al zien dat er gemiddeld 36,8 ton per hectare onder zat, maar de foto's van het gewas maken duidelijk dat de potentie per perceel sterk verschilt. Vooral het aantal groeidagen en de hoeveelheid neerslag die nu gevallen is, is bepalend voor wat er nog bij kan komen.
|
Perceel |
Gevallen hoeveelheid millimeters in week 34 |
|
Uithuizermeeden |
9,6 |
|
Appelscha |
56,6 |
|
Midwolda |
13 |
|
Dronten |
36,8 |
|
Leuth |
35,6 |
|
Hellevoetsluis |
50,6 |
|
Wouw |
29 |
|
Voerendaal |
38,4 |
|
IJzendijke |
23 |
In het noorden nog de meeste potentie
In het noorden lijkt er gemiddeld nog zo'n 15 tot 35% potentie in het gewas te zitten. Vooral Appelscha (Friesland) springt er hierin uit. Daar zat tijdens de proefrooiing na slechts 66 groeidagen 20,7 ton per hectare onder. Inmiddels is daar in week 34 maar liefst 56,6 millimeter regen gevallen. Op basis van de proefrooiing, het aantal groeidagen en de gevallen neerslag lijkt hier nog de meeste potentie voor extra knolgroei van de gehele Gewastour te zitten.
Verderop in het noorden bleef de neerslag in Midwolda en Uithuizermeeden met respectievelijk 13 en 9,6 millimeter een stuk meer beperkt. Dat is een wereld van verschil met Appelscha. Op basis van de proefrooiingen, het aantal groeidagen en de gewasstand op de foto's lijkt er in Midwolda nog ongeveer 15% potentie voor extra opbrengst te zitten. Met 47,7 ton per hectare zat daar na 108 groeidagen al een flinke opbrengst onder, waardoor vooral het afvullen van de laatste knollen nog voor extra kilo's kan zorgen. In Uithuizermeeden ligt de potentiële nagroei met circa 20 tot 25% wat hoger. Daar zat na 94 groeidagen slechts 26,3 ton per hectare onder, maar de beperkte neerslag van de afgelopen week maakt het lastiger om die resterende potentie volledig te benutten.
Midden-Nederland heeft al veel kilo's gemaakt
In het midden van het land ligt de resterende potentie wat lager, grofweg rond de 15 tot 25%. Dronten had met 48,5 ton per hectare na 118 groeidagen al een zeer hoge proefrooiing. Daar zat dus al heel wat onder, maar door het hoge aantal groeidagen is het gewas ook al relatief verder gevorderd. De 36,8 millimeter die hier in week 34 is gevallen, komt vooral goed van pas om het gewas zo lang mogelijk vitaal te houden en de laatste kilo's mee te pakken.
Zuid en zuidwesten blijven afhankelijk van gewasstand
In Zuid-Nederland ligt de resterende potentie gemiddeld het laagst. In Hellevoetsluis zat er tijdens de proefrooiing na 96 groeidagen al 45,8 ton per hectare onder. Het gewas ging daarbij al wel duidelijk op zijn retour waardoor de resterende potentie hierop ongeveer 10 tot 15% uitkomt. De 50,6 millimeter die in week 34 is gevallen, kan het gewas nog helpen om de laatste kilo's te produceren.
In Zeeland ligt de potentie wel op zijn laagst. In IJzendijke zat er na 105 groeidagen 35,7 ton per hectare onder en op de foto's was te zien dat het gewas toen eigenlijk al afstierf. Met 23 millimeter neerslag in week 34 is er dan ook nauwelijks nog ruimte voor veel nagroei. De resterende potentie wordt hier dan ook op minder dan 5% geschat. In Wouw lag de proefrooiing met 40,2 ton per hectare na 101 groeidagen hoger. Ook daar was het gewas op de foto's al behoorlijk aan het slijten. De 29 millimeter neerslag kan nog wat extra kilo's opleveren, maar de resterende potentie zal rond de 10% liggen.
Weer komende weken bepalend voor nagroei
Per saldo heeft de regen de deur naar extra opbrengst weer iets verder opengezet. Toch is het te kort door de bocht om op basis van alleen de gewasstand en de gevallen neerslag te bepalen hoeveel potentie er nog in een gewas zit. Ook het weer van de komende weken speelt hierin een belangrijke rol. Keren de hoge temperaturen terug, dan zal het gewas sneller slijten en neemt de ruimte voor nagroei verder af. Blijft het koeler en valt er regelmatig neerslag, dan kunnen de aardappelen de beschikbare groeidagen beter benutten. De grootste potentie zit in ieder geval op de percelen waar nog voldoende groen gewas staat en nu voldoende vocht beschikbaar is.
Vooral Appelscha heeft op basis van het aantal groeidagen nog veel in te halen, terwijl percelen als Dronten en Midwolda vooral bezig zijn met het afmaken van een al stevige opbrengst. De komende weken moeten uitwijzen hoeveel van die resterende potentie daadwerkelijk in kilo's wordt omgezet.
© DCA Market Intelligence. Op deze marktinformatie berust auteursrecht. Het is niet toegestaan de inhoud te vermenigvuldigen, distribueren, verspreiden of tegen vergoeding beschikbaar te stellen aan derden, in welke vorm dan ook, zonder de uitdrukkelijke, schriftelijke, toestemming van DCA Market Intelligence.