De gemiddelde opbrengst van de tussentijdse proefrooiing op de Gewastour-percelen komt uit op 36,8 ton per hectare, net onder het langjarig gemiddelde van 37,4 ton. Daarmee doet 2026 denken aan het droge seizoen van 2018, al zijn de omstandigheden dit jaar duidelijk anders.
De droogte heeft zich later opgebouwd, maar is inmiddels in grote delen van Nederland zeer nadrukkelijk aanwezig. Vooral de grote regionale verschillen en de aanhoudende hitte zorgen voor veel onzekerheid over de verdere ontwikkeling van het gewas. De grote vraag is dan ook hoeveel nagroei de Innovators de komende weken nog kunnen realiseren.
Op de negen percelen verspreid over Nederland zijn in week 32 proefrooiingen gedaan van het ras Innovator. Op ieder perceel is drie maal 3 meter gerooid op verschillende plekken in het perceel om zo een volledig mogelijk beeld te krijgen van de kilo's die eronder zitten. Elk jaar doen we de proefrooiing in dezelfde periode om goed te kunnen vergelijken met andere groeiseizoenen.
Verloop seizoen
De start van het pootseizoen was door het droge voorjaar eigenlijk nauwelijks anders dan vorig jaar. Het grote verschil was dat aardappeltelers dit jaar minder haast hadden met poten. Daardoor komt 2026 op de zevende plaats als het gaat om de vroegste gemiddelde pootdatum in de negen jaar dat de Gewastour inmiddels actief is.
Tot en met half juni groeiden de gewassen eigenlijk vrij gestaag en leek een behoorlijke opbrengst zeker niet uitgesloten, voor zover je daar op dat moment natuurlijk al iets over kunt zeggen. Dat beeld veranderde daarna snel toen het weer compleet omsloeg. Vanaf de eerste dag van juli viel er tot ver in augustus geen druppel regen, althans volgens de verwachting die er op 10 augustus te maken valt.
Niet alleen de droogte, maar ook de hitte zorgt ervoor dat de Innovators het behoorlijk zwaar hebben. Afgelopen week eindigde in het zuiden van het land de vierde regionale hittegolf van dit jaar. Deze hield maar liefst anderhalve week aan. Volgens de huidige verwachting is het echter niet lang wachten op hittegolf nummer vijf in Zuid-Nederland. Het kwik zal deze week opnieuw boven de 30 graden uitkomen, waarmee het record uit 1947 van vijf regionale hittegolven op rij wordt geëvenaard.
|
Locatie |
Netto opbrengst (ton / ha) |
Percentage gewicht in 50 millimeter opwaarts |
Pootdata |
Aantal groeidagen tot aan proefrooiing |
|
Uithuizermeeden |
26,3 |
68% |
5 mei |
94 |
|
Midwolda |
47,7 |
87% |
19 april |
108 |
|
Appelscha |
20,7 |
15% |
26 mei |
66 |
|
Dronten |
48,5 |
79% |
8 april |
118 |
|
Leuth |
30,5 |
46% |
28 april |
93 |
|
Hellevoetsluis |
45,8 |
72% |
1 mei |
96 |
|
IJzendijke |
35,7 |
87% |
22 april |
105 |
|
Wouw |
40,2 |
70% |
26 april |
101 |
|
Voerendaal |
35,8 |
47% |
22 april |
109 |
|
Gemiddeld: |
36,8 |
63% |
27 april |
99 |
De spreiding in opbrengst tussen de percelen is groot. Op het eerste oog lijkt daarbij het moment van poten een belangrijke rol te spelen. Op de percelen waar eerder is gepoot, wordt een hogere opbrengst gemeten. Dat is in ieder geval wat direct uit de proefrooiingen valt op te maken.
Het perceel in Dronten, dat als eerste de grond in ging, kwam ook als hoogste uit de bus met een opbrengst van 48,5 ton per hectare. Voor Innovators rekent men normaal gesproken op 110 tot 120 groeidagen om tot een volledige opbrengst te komen. Uit de tabel is op te maken dat je mag verwachten dat de meeste Gewastour-percelen daar dit jaar wel aan gaan komen.
Echter is dat nog wel afhankelijk hoe het gewas gaat reageren op de weersverwachting in de komende weken. De gemiddelde netto-opbrengst van Innovator in week 32 bij de Gewastour komt na gemiddeld 99 groeidagen uit op 36,8 ton per hectare.
|
Jaar |
2018 |
2019 |
2020 |
2021 |
2022 |
2023 |
2024 |
2025 |
2026 |
|
Netto opbrengst (ton / ha) |
37,6 |
38,5 |
37,6 |
33,7 |
46,6 |
31,6 |
33,8 |
40,9 |
36,8 |
Het langjarig gemiddelde komt uit op 37,4 ton per hectare. Daarmee ligt seizoen 2026 daar momenteel net onder. Het is tot nu toe een bijzonder seizoen, dat al snel doet denken aan 2018. Wanneer we kijken naar de opbrengst op hetzelfde moment in het seizoen, lag die in 2018 nog net iets hoger dan nu.
Droogte komt dit jaar later, maar harder aan
Interessant is vervolgens om te kijken waar dat seizoen uiteindelijk eindigde. De deelnemers aan de Boerenbusiness Gewastour kwamen in 2018 uit op een gemiddelde opbrengst van 51,2 ton per hectare.
In 2018 had het gewas al vroeg in het seizoen met vochttekort te maken. De droogte was in mei begonnen en zette in juni en vooral juli onverminderd door. Juli was met 20,7 °C zeer warm en met slechts 11 millimeter neerslag uitzonderlijk droog. Het neerslagtekort liep begin augustus op tot boven de 300 millimeter.
Als we 2026 daarnaast leggen, is het verhaal duidelijk anders. Juni was dit jaar zelfs warmer dan in 2018, maar met circa 85 millimeter neerslag was er tegelijkertijd veel meer vocht beschikbaar. De droogte heeft zich daardoor pas later in het seizoen nadrukkelijk ontwikkeld. Ook juli was met gemiddeld 19,7 °C minder warm dan de extreem warme julimaand van 2018. Van een herhaling van 2018 is dan ook nog geen sprake. Het gewas heeft in 2026 gedurende een groter deel van het seizoen over meer vocht kunnen beschikken.
Toch is het nu op veel plaatsen uitzonderlijk droog. Dat heeft vooral te maken met de grote regionale verschillen. Met name in het zuiden van Nederland is het neerslagtekort inmiddels opgelopen tot circa 350 tot 400 millimeter. In het noorden en oosten ligt dat tekort aanzienlijk lager, maar ook daar loopt het inmiddels op tot iets meer dan 200 millimeter. Dat betekent een verschil van grofweg 150 tot 200 millimeter tussen de droogste en minder droge delen van het land.
Daarnaast kan de verdeling van de neerslag binnen het groeiseizoen wel degelijk van invloed zijn op de ontwikkeling van het wortelstelsel. Wanneer er in een relatief natte periode, zoals afgelopen juni, voldoende vocht in de bovenste bodemlaag beschikbaar is, kan de noodzaak voor het gewas om dieper naar vocht te zoeken kleiner zijn.
Dat kan ervoor gezorgd hebben dat het gewas een minder diep ontwikkeld wortelstelsel heeft. Juist nu het seizoen omgeslagen is naar een periode met extreme droogte, kan dat van grote invloed zijn. Een gewas met een beperkt bereikbare vochtvoorraad door een minder ontwikkeld wortelgestel is immers sneller afhankelijk van nieuwe neerslag of beregening.
|
Regio |
Netto-opbrengst proefrooiing (ton / ha) |
|
Noord-Nederland |
31,6 |
|
Midden-Nederland |
41,6 |
|
Zuid-Nederland |
37,2 |
Als je de regionale verschillen naast elkaar legt, valt daar wel iets voor te zeggen. Daarbij moet worden aangetekend dat het Gewastour-perceel in Appelscha aanzienlijk later is gepoot en daardoor minder goed als vergelijking kan dienen. Interessanter is Uithuizermeeden. Ook daar blijft de opbrengst duidelijk achter, terwijl juist op die locatie in juni relatief veel neerslag is gevallen. Dat past precies in het straatje waarbij een minder ontwikkeld wortelgestel het in de droge juli / augustus maand het behoorlijk moeilijk heeft.
Kijken we naar Midwolda, eveneens in het noorden van het land, dan zien we weer een ander beeld. Daar viel in juli en augustus tussentijds nog ruim 10 millimeter en vervolgens nog eens meer dan 20 millimeter neerslag. Dat zijn geen hoeveelheden waarmee het volledige vochttekort wordt opgelost, maar tussen beregeningsbeurten door kunnen dergelijke buien wel degelijk verschil maken.
Terug naar de opbrengstvergelijking met 2018
Ondanks de verschillende weersomstandigheden liggen de Gewastour-opbrengsten momenteel opvallend dicht bij elkaar. In 2018 stond de gemiddelde tussentijdse opbrengst op 37,6 ton per hectare. Uiteindelijk kwam dat seizoen uit op 51,2 ton per hectare, wat betekent dat er na de tussentijdse proefrooiing nog ongeveer 13,5 ton per hectare bijkwam. Dit jaar ligt de tussenstand op 36,8 ton per hectare. De uitgangspositie is daarmee vergelijkbaar, maar de omstandigheden voor de verdere nagroei zijn dat allerminst.
Juist augustus kan daarbij het verschil maken. In 2018 kwam er na de extreem droge juli op een gegeven moment weer neerslag, waardoor augustus uiteindelijk op een meer normale hoeveelheid regen uitkwam. Daarmee kreeg het gewas opnieuw de mogelijkheid om vocht op te nemen en de knolgroei nog enigszins voort te zetten.
Voor 2026 ziet het er vooralsnog heel anders uit. Volgens de huidige verwachtingen wordt tot ongeveer 20 augustus geen neerslag van betekenis verwacht. Daarmee blijft het gewas in een belangrijke fase van knolgroei afhankelijk van de beschikbare bodemvoorraad en beregening. Als de droogte aanhoudt, kan dat de nagroei de komende weken aanzienlijk beperken.
Mocht er toch ineens nog wel een weersverandering ontstaan op korte termijn, is het ook maar de vraag wat het gewas er nog aan heeft, vooral in Zuid-Nederand, waar de Innovators zichtbaar hard slijten. Onderstaand overzicht laat zien hoe de Gewastour-percelen er op dit moment voor staan:
© DCA Market Intelligence. Op deze marktinformatie berust auteursrecht. Het is niet toegestaan de inhoud te vermenigvuldigen, distribueren, verspreiden of tegen vergoeding beschikbaar te stellen aan derden, in welke vorm dan ook, zonder de uitdrukkelijke, schriftelijke, toestemming van DCA Market Intelligence.