Voor het Britse pond draait het de komende weken niet om één, maar om twee beslissende factoren: het rentebesluit van de Bank of England én de politieke koers van premier Keir Starmer richting Europa.
Iedereen met een spaarrekening weet hoeveel voldoening het kan geven als je een bank weet te vinden waar de rente net een kwart procent hoger ligt. Grote financiële partijen spelen een vergelijkbaar spel op een wat hoger niveau. Als de rente in het ene land hoger ligt en sneller stijgt dan in een ander land, kan dat een flinke kapitaalstroom in beweging zetten. Voorlopig heeft het Verenigd Koninkrijk in dit opzicht een streepje voor op het Europese vasteland. De Bank of England (BoE) hanteert een beleidsrente van 3,75%, terwijl de depositorente van de Europese Centrale Bank (ECB) momenteel op 2,0% ligt. Dat renteverschil is een belangrijke reden waarom het pond zowel de afgelopen twaalf als 24 maanden wat terrein gewonnen heeft op de euro.
Waarom werd het pond iets duurder?
Komende donderdag wordt een tipje van de sluier opgelicht of dit verschil de komende tijd groter of kleiner wordt. Dan komt het BoE-bestuur samen om een rentebesluit te nemen. Het moet overigens heel raar lopen als er aan de rentestand wordt gesleuteld. Aan de ene kant ligt de inflatie al bijna een jaar 1%-punt of meer boven de officiële doelstelling van 2%. Energieprijzen die door de oorlog in Iran flink zijn gestegen, stoken het inflatievuur verder op. In theorie zou een renteverhoging dan ook een logische zet zijn. Maar een renteverhoging gooit niet alleen een emmer koud water op het inflatievuur, maar ook op de economische groei. Voor bedrijven en consumenten wordt het namelijk duurder om geld te lenen, zodat de consumptie en investeringen wat afnemen.
Laatste restje groei doven
Half april verlaagde het IMF al de doelstelling voor de Britse groei in 2026 van 1,3% naar 0,8%. De BoE loopt dus het risico om met een renteverhoging het laatste restje economische groei te doven. Aan de andere kant laten de inflatievooruitzichten weinig ruimte voor een renteverlaging. Het moet raar lopen als de focus in de valutawereld na het Britse rentebesluit niet verschuift naar politieke ontwikkelingen. In dit opzicht trekt vooral de toenadering die Starmer tot Europa zoekt de aandacht. Onlangs werd al bekend dat hij nieuwe regelgeving wil invoeren waardoor het Labour-kabinet niet alle nieuwe Europese wetgeving hoeft voor te leggen aan het parlement. Hierdoor ontstaat ruimte om de banden met Europa snel aan te halen.
Deur op een kier
Minder handelsfrictie, lagere kosten en meer investeringszekerheid kunnen het groeipotentieel van de Britse economie verbeteren. Bovendien wordt het land dan aantrekkelijker voor buitenlandse investeerders. Maar het zet ook de deur op een kier voor de oppositie om Labour onder vuur te nemen omdat het de Brexit-afspraken ongedaan zou maken. In sommige tabloids gaan zelfs al stemmen op dat er maar een nieuw referendum moet komen, aangezien het vertrek uit de Europese Unie vooral veel economische pijn heeft opgeleverd. Het pond bevindt zich daarmee op een kruispunt. Aan de ene kant staat een centrale bank die mogelijk langer krap beleid moet voeren dan gedacht. Aan de andere kant een regering die probeert de economische relatie met Europa te herstellen. Zolang daar geen verandering in komt, blijft de munt waarschijnlijk 'in niemandsland' rond €1,15 schommelen.
© DCA Market Intelligence. Op deze marktinformatie berust auteursrecht. Het is niet toegestaan de inhoud te vermenigvuldigen, distribueren, verspreiden of tegen vergoeding beschikbaar te stellen aan derden, in welke vorm dan ook, zonder de uitdrukkelijke, schriftelijke, toestemming van DCA Market Intelligence.