Column Krijn J. Poppe

Veel kopers lijken er voor coöperaties niet te zijn

12 November 2012

Coöperaties staan in de belangstelling. Althans van onderzoekers en bestuurders, in dit jaar van de coöperatie. In de economische crisis zijn sommigen ook op zoek naar andere bedrijfsvormen dan speculerende banken of naar China verhuizende multinationals.

Maar coöperaties zelf lijken er intussen wel steeds meer uit te zien als beursgenoteerde ondernemingen. Op een congres vorige week in Parijs kregen we twee voorbeelden van grote Franse akkerbouwcoöperaties voorgeschoteld, die beide hun kapitaalstructuur aanpassen om groei mogelijk te maken. Groei moet, want de retailers worden ook steeds groter en de kosten van dure managers en onderzoekers moeten over meer productie worden uitgesmeerd. Logisch dat het blad Boerenbusiness in zijn, weer fraaie, laatste uitgave dan ook de vraag opriep wat de waarde van onze coöperaties zou zijn als we zouden uitverkopen aan een multinational.

De auteur zelf maakte daarbij al de kanttekening dat hij smokkelde met Vion en Aviko want dat zijn geen coöperaties in de gebruikelijke definitie. Een coöperatie is een onderneming die eigendom is van de gebruikers (van de dienst of het geleverde product), door hen wordt beheerd en waarbij de winst naar die gebruikers gaat. Dat gaat voor de varkensleveranciers van Vion en de aardappelboeren van Aviko niet op. Wel kun je zeggen dat ze in boerenhanden zijn, via ZLTO en Cosun.

Daarmee zijn juist die bedrijven in mijn ogen het makkelijkst te verkopen, als er bijvoorbeeld een consolidatieslag in de bedrijfstak plaats vindt of de bietenboeren vinden dat de frietjes niet meer genoeg bijdragen aan de suikerprijs. Dan kun je inderdaad cashen. Bij echte coöperaties is dat veel lastiger. Hoewel de moderne structuur waarin de coöperatieve vereniging wordt gescheiden van de onderneming het wel makkelijker maakt, zo constateerde ik in Parijs. Maar veel voorbeelden zijn er niet.

Het meest voorkomende model is nog dat een coöperatie een deel van zijn kapitaal of een dochteronderneming naar de beurs brengt (De Duitsers doen dat bij BayWa en Sudzücker, de Finnen bij HkScan (een slachterij). En de Ieren hebben een aantal zuivelcoöperaties volledig naar de beurs gebracht. Reden is veelal dat bestuur en managers willen groeien, maar de leden niet willen investeren.

Maar dat zijn uitzonderingen. Multinationals zijn wel geïnteresseerd in een aantal sterke merken, maar helemaal niet in de bulkverwerking van de coöperaties. Daarvoor zijn de marges in de eerste transformatie van ruwe grondstoffen naar producten helemaal niet profijtelijk genoeg. De winsten zijn te laag. In werkelijkheid zie je al lang het omgekeerde.

Coöperaties nemen private ondernemingen over die er mee op willen houden, zodat agrarische ondernemers een afzetkanaal behouden. Dat zag je bij CSM in de Nederlandse suiker en vorige week leerden we dat in Frankrijk er ook weer een privaat suikerbedrijf mee is opgehouden en de boel over heeft gedaan aan een coöperatie. Oudere Nederlandse voorbeelden zijn KSH (waar Avebe overleefde) en Menken Van Grieken (later Campina).

Kortom, de prijs van de huidige coöperaties moet niet te hoog worden ingeschat, want veel kopers lijken er niet te zijn. En de waarde voor de agrarische ondernemers om een afzetkanaal te behouden is groot. Blijkbaar mag dat wat marge in de verwerking kosten.

Krijn J. Poppe
Econoom met een analyserende blik op de landbouw

boerenbusiness.nl

Krijn J. Poppe

Krijn Poppe werkte bijna 40 jaar als econoom bij het LEI en Wageningen UR en vervult nu een aantal advies- en bestuursfuncties. Voor Boerenbusiness duikt hij in zijn boekenkast en bespreekt actuele ontwikkelingen aan de hand van klassiek geworden studies.

Blijf op de hoogte

Mis niets en schrijf je in voor onze gratis dagelijkse nieuwsbrief