Column Krijn J. Poppe

Wie inkomenstoeslag wil houden, kiest voor groen

29 Juli 2013

De Europese ministers zijn er wat het landbouwbeleid betreft uit voor de rest van dit decennium. Er is een akkoord dat deels pas in 2015 ingaat. De onderhandelaars willen graag de geschiedenis in als de groep die gebroken heeft met de directe inkomenstoeslagen op historische basis en voor de vergroening als grondslag voor het landbouwbeleid heeft gekozen.

Die eerste claim is waar, hoewel dat voor grote delen van Europa niets nieuws is. De landen in het oosten van de EU hebben nooit een historische grondslag gekend en ook Duitsland is al jaren op weg de ‘flat rate’ in te voeren. Het akkoord dwingt nu ook de resterende landen, waaronder Nederland, naar zo’n vlakke toeslag over te stappen.
De vergroeningsclaim lijkt me er vooral nog één op papier. Er wordt maar met 30 procent van de betalingen echt gestuurd. Voor de rest geldt wel de zogeheten cross compliance, maar dat is vooral een eis dat je je aan de bestaande wetgeving houdt.

Dat sturen met die 30 procent is ook maar beperkt. Veehouders krijgen hun laatste 30 procent voor blijvend grasland, dat lijkt me makkelijk verdiend. Maar misschien ben ik te pessimistisch en wordt er veel areaal snijmaïs omgezet naar grasland. Bij de akkerbouwbedrijven (de kleinste daar gelaten, waaronder veel snijmaïstelers) is er de eis dat er drie gewassen moeten worden geteeld. Vrijwel iedereen doet dat. En wie dat niet doet, specialiseert zich vaak in een gewas waarvoor schoon land wordt gehuurd. Daarmee leidt de regeling eerder tot administratieve lasten dan tot vergroening.

En dan is er de ecologische focus zone: in eerste instantie 5 procent van het areaal moet uit de productie ten gunste van de biodiversiteit om voor die laatste 30 procent van de toeslag in aanmerking te komen. Dat kan nuttig zijn voor de biodiversiteit, maar de maatregel is verre van perfect. Bestaande landschapselementen kunnen nu weer op de kaarten worden ingetekend. In gebieden die interessant zijn voor natuur kan dat al snel oplopen tot de geëiste 5 procent. In gebieden met weinig natuur, zoals de Vlaamse en Nederlandse polders, is de natuurwaarde beperkt. Bovendien is dat hoogproductieve grond, waarvoor je elders twee tot drie keer zoveel natuur kunt aanleggen.

Een mooi resultaat van de onderhandelaars is wel dat er nu collectieven, zoals natuurcoöperaties van boeren en burgers, worden erkend. Natuur vraagt vaak om grotere oppervlaktes dan die van één bedrijf. Ook is mogelijk dat boeren via het equivalentie-principe een pakket maatregelen bedenken dat de doelstellingen van het beleid via een beter of goedkoper pakket realiseert. Dat biedt kansen voor certificeringsschema’s als Veldleeuwerik om via "meten is weten" een ook voor de markt aantrekkelijk schema door te voeren.

Naar mijn bescheiden mening moeten we daar maximaal op inzetten en toeslagen afromen en weer uitdelen in die schema’s. Zodat we zelf vergroening invulling geven en bij de evaluatie over een jaar of vijf kunnen aangeven dat de Europese miljarden toch aan echte vergroening zijn besteed en de claim die onderhandelaars nu maken geen schaamlap was. Want anders weet de samenleving wel andere bestemmingen.

Dat afromen is nu ook makkelijker dan in de toekomst omdat we van 1,4 naar 1,9 miljoen ha met toeslagrechten gaan: ook telers van pootaardappelen, groentes, bloembollen en fruit profiteren voortaan mee. Dus straks zijn er meer belanghebbenden dan nu.

Vergroening in de eerste pijler helpt misschien ook de discussie in de tweede pijler. Daar is ook nog een beperkt bedrag te verdelen. Nieuw is de aandacht voor innovatie, een nuttig doel in deze tijden van verandering en wegvallende productschappen (die daar niet meer voor heffen). De natuur- en milieuorganisaties houden begrijpelijkerwijs graag vast aan een sterke invulling de tweede pijler met milieu- en natuurdoelen. 

De komende maanden moeten blijken hoe groen we het landbouwbeleid in Nederland echt maken. Wie de inkomenstoeslagen ook op de lange termijn wil behouden, kiest voor een echte innovatieve, groene invulling.

Krijn J. Poppe
Econoom met een analyserende blik op de landbouw

boerenbusiness.nl

Krijn J. Poppe

Krijn Poppe werkte bijna 40 jaar als econoom bij het LEI en Wageningen UR en vervult nu een aantal advies- en bestuursfuncties. Voor Boerenbusiness duikt hij in zijn boekenkast en bespreekt actuele ontwikkelingen aan de hand van klassiek geworden studies.

Blijf op de hoogte

Mis niets en schrijf je in voor onze gratis dagelijkse nieuwsbrief