De Raad voor de leefomgeving en infrastructuur presenteerde recent een advies dat de Nederlandse grondmarkt behoorlijk kan veranderen. In Grond voor verbetering concludeert deze Raad dat de overheid zelf de grondprijzen opdrijft met subsidies en opkoopregelingen en dat dit anders moet. Hierbij moet gedacht worden aan onderscheid maken tussen productielandbouw en maatschappelijke landbouw, met een nieuwe categorie 'landschapsgronden'. Voor boeren, grondeigenaren en investeerders is dit belangrijke informatie. Het raakt direct de grondwaarde, bedrijfsontwikkeling en de toekomst van het landelijk gebied.
Via het Rijk stroomt veel geld naar het landelijk gebied: voor bijvoorbeeld gebiedsontwikkelingen, plannen voor opwekken schone energie, natuurontwikkeling en het uitkopen van boeren. Dat drijft de grondprijzen op.
Het geld dat in grondaankopen verdwijnt, is straks niet meer beschikbaar voor nieuwe stallen, verduurzaming of bedrijfsontwikkeling. Dat raakt boeren die willen groeien én jonge ondernemers die de grondprijzen niet meer kunnen bijhouden.
Er zijn daarom drie aanbevelingen:
Productielandbouw versus maatschappelijke landbouw
Men wil het landelijk gebied indelen in productielandbouwgebieden - waar efficiënte voedselproductie centraal staat - en gebieden voor maatschappelijke landbouw. Binnen die tweede categorie wordt het begrip landschapsgronden geïntroduceerd: gronden die tussen landbouw en natuur in zitten, waar waterberging, recreatie en/of extensieve landbouw samengaan.
Op die landschapsgronden zouden mogelijk subsidies moeten worden ingezet. Het zijn bovendien de aangewezen locaties voor nieuwe woonvormen, defensieterreinen en energieopwekking. Over het algemeen is dit niet de beste landbouwgrond dus vanuit dat oogpunt ook wel voor de hand liggend.
De vergelijking met verschillende typen bedrijventerreinen kan worden gemaakt. Dat zou voor het landelijk gebied ook kunnen gaan gelden.
Gevolgen voor de grondwaarde
Wanneer die tweedeling wordt doorgevoerd heeft dat direct gevolgen voor de waarde van grond.
Productielandbouwgrond behoudt naar verwachting haar waarde en mogelijk stijgt die verder door toenemende schaarste. Grond die als landschapsgrond wordt aangewezen, zal echter te maken krijgen met gebruiksbeperkingen en daarmee een lagere marktwaarde.
Voor grondeigenaren is het daarom cruciaal om te weten hoe hun percelen in een nieuwe gebiedsindeling terechtkomen. Ligt de grond in een regio met natuur- c.q. wateropgaven of in de nabijheid van bestaande natuurgebieden? Dan is de kans groter dat die onder maatschappelijke landbouw valt.
Dat hoeft niet per se slecht nieuws te zijn, er komen immers ook mogelijk subsidies bij of andere gebruiksmogelijkheden voor terug, maar het verdienmodel kan wel veranderen.
Wat betekent dit voor boeren en beleggers?
Voor agrarische ondernemers die willen uitbreiden of hun bedrijf overdragen, schept dit zowel kansen als onzekerheid. In productielandbouwgebieden blijft ruimte voor schaalvergroting maar zal mogelijk sprake zijn van meer schaarste waardoor prijzen verder oplopen. In maatschappelijke zones verschuift het perspectief richting extensivering en multifunctioneel gebruik.
Jonge boeren krijgen er een extra dimensie bij: niet alleen de vraag of het bedrijf financierbaar is, maar ook of de toekomstige bestemming van de grond ruimte laat voor hun ambities.
Ook voor beleggers verandert het speelveld. Grond die nu geldt als een veilige, waardevaste investering, kan door herindeling een ander risicoprofiel krijgen. Tegelijk ontstaan nieuwe kansen: subsidies, natuurontwikkeling en andere factoren zoals energieopwekking op landschapsgronden en lucratieve functies zoals woningbouw kunnen nieuwe rendementsmodellen opleveren.
Wie tijdig inzicht heeft in waar deze ontwikkelingen zich voordoen, kan zich beter positioneren. De dynamiek op de grondmarkt volgen is dan geen luxe meer, maar noodzaak.
Wie pakt de handschoen op?
De provincie is het logische bestuursniveau om deze keuzes te maken. Dit in overleg met gemeenten en waterschappen. Maar het moet een totaalpakket zijn: alleen fiscale maatregelen nemen zonder actief grondbeleid en gebiedsindeling heeft weinig effect en andersom evenmin.
Of provincies die handschoen oppakken, is allerminst zeker. De Rekenkamer Oost-Nederland concludeerde eind 2025 al dat actief ingrijpen op de grondmarkt voor provinciale overheden makkelijker gezegd is dan gedaan. Desondanks heeft de provincie Utrecht recent het initiatief genomen voor een plan (Utrechts Programma Landelijk Gebied). Dat dit veel commotie heeft opgeleverd is wel duidelijk. Er zijn 1.700 reacties binnen gekomen. Dat deze discussie leeft, is wel helder…
Paul en Joost Bakker zijn eigenaren van LandEigenaar.nl, het platform dat de agrarische grondmarkt inzichtelijk maakt. In hun bijdragen duiden zij ontwikkelingen op het gebied van de grondmarkt, pacht en regelgeving.
© DCA Market Intelligence. Op deze marktinformatie berust auteursrecht. Het is niet toegestaan de inhoud te vermenigvuldigen, distribueren, verspreiden of tegen vergoeding beschikbaar te stellen aan derden, in welke vorm dan ook, zonder de uitdrukkelijke, schriftelijke, toestemming van DCA Market Intelligence.