De druk op het buitengebied neemt toe. Er moeten woningen bij, dorpen willen groeien en oude erven krijgen een nieuwe bestemming. Maar zodra nieuwbouw dichter bij landbouwgrond komt, komt één vraag steeds vaker op tafel: hoeveel ruimte moet er blijven tussen een woning en een perceel waar gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt?
Voor agrariërs is dat geen abstracte discussie. Een spuitvrije zone kan betekenen dat teeltvrijheid afneemt, productie daalt, grond in waarde daalt en juridische onzekerheid toeneemt. Niet omdat gezondheid onbelangrijk is, maar omdat de rekening vaak terecht lijkt te komen bij degene die er al zat.
Vijftig meter als harde praktijk
Er bestaat in Nederland geen algemene wettelijke afstandsnorm tussen landbouwpercelen en woningen. Toch hanteert de Raad van State in de praktijk vaak 50 meter als uitgangspunt tussen agrarische gronden waar gewasbeschermingsmiddelen kunnen worden gebruikt en gevoelige functies zoals woningen, scholen of zorginstellingen.
Die 50 meter is dus geen wet, maar wel een stevige juridische vuistregel. Wie dichterbij wil bouwen, moet met goed onderzoek aantonen dat dit verantwoord is. Dat blijkt lastig. Bestaande rekenmodellen zijn door de rechter meermaals onvoldoende gevonden om blootstelling in concrete situaties goed te beoordelen.
Voor agrariërs is vooral belangrijk dat niet alleen wordt gekeken naar wat er vandaag op een perceel staat, maar vaak naar wat planologisch mogelijk is. Een perceel dat nu grasland is, kan juridisch misschien ook ruimte bieden voor een andere teelt. Nieuwe woningen kunnen die toekomstige ruimte ineens beperken.
Landbouw is geen decor
Veel mensen willen landelijk wonen: vrij uitzicht, rust, groen om zich heen. Maar een akker, boomgaard of kwekerij is geen ansichtkaart. Het is een bedrijfslocatie. Daar wordt gewerkt, soms vroeg, soms laat, met machines, mest, stof, beregening en gewasbescherming.
Het conflict ontstaat vaak pas na de verhuizing. Wat eerst 'mooi uitzicht' was, wordt dan 'overlast'. En wat eerst agrarische bedrijfsvoering was, wordt onderwerp van klachten, procedures en beperkingen. Dat patroon is voor veel boeren herkenbaar: eerst komt de woning, daarna de klacht en vervolgens de beperking.
Gezondheid én rechtszekerheid
De maatschappelijke zorg over gewasbeschermingsmiddelen groeit. Vooral rond lelieteelt, fruitteelt en boomteelt is het debat fel. Omwonenden maken zich zorgen over kinderen, zwangere vrouwen en langetermijneffecten. De overheid neemt die zorgen serieus, zeker wanneer wetenschappelijke onzekerheid bestaat.
Tegelijk wringt het voor agrariërs. Zij werken met toegelaten middelen, investeren in driftreducerende techniek en houden zich aan voorschriften. Toch kunnen zij alsnog geconfronteerd worden met beperkingen of rechtszaken. Dat roept de vraag op hoeveel zekerheid een ondernemer heeft wanneer toegelaten middelen volgens de regels worden gebruikt. Of kan lokale onrust alsnog bepalen wat op een perceel wel of niet mag?
De Omgevingswet legt de bal lokaal
Sinds de invoering van de Omgevingswet moeten gemeenten gezondheid nadrukkelijk meewegen bij ruimtelijke plannen. Gemeenten kunnen daardoor voorwaarden stellen bij woningbouw nabij agrarische percelen. Dat kan verstandig maatwerk opleveren, maar ook leiden tot grote verschillen per gemeente.
Sommige gemeenten vragen om onderzoek, hagen, driftbeperkende maatregelen of afspraken met de agrariër. Soms komt ook compensatie in beeld. Het is dan ook verstandig om niet af te wachten, maar vroegtijdig te reageren op plannen in jouw omgeving en jouw bedrijfsbelang duidelijk vast te leggen. Dat is geen overbodige luxe. Wie pas aan tafel komt als het bouwplan bijna rond is, staat vaak met lege handen.
Wie betaalt de buffer?
Misschien is de belangrijkste vraag niet hoeveel meter redelijk is, maar wie de kosten draagt. Als een ontwikkelaar woningen wil bouwen naast landbouwgrond, is het dan logisch dat de agrariër zijn teeltmogelijkheden inlevert? Hoort de buffer op landbouwgrond te liggen, of binnen het nieuwbouwplan?
Een strook van 50 meter kan bij kleinere percelen een groot deel van de economische waarde raken. Zeker bij hoogwaardige teelten is dat geen detail. Grond is niet alleen wat er dit jaar op groeit, maar ook wat er in de toekomst mogelijk blijft. Wie landbouwgrond beperkt voor nieuwe woningen, moet erkennen dat daar waardedaling tegenover staat.
Tijd voor volwassen keuzes
Onderzoeksbureaus werken aan een verkenning naar spuitzonering. Dat kan meer duidelijkheid brengen, maar de onderliggende vraag blijft: wat voor buitengebied willen we? Een buitengebied waar boeren kunnen ondernemen? Een woonlandschap voor mensen die ruimte zoeken? Een natuur- en recreatiegebied?
Alles tegelijk kan alleen als de grenzen eerlijk worden besproken. Niet pas wanneer de eerste klacht binnenkomt. Niet door landbouwruimte stilzwijgend in te perken. En niet door gezondheid en landbouw tegenover elkaar te zetten, maar door beide serieus te nemen.
Voor agrariërs is het zaak alert te blijven. Een spuitvrije zone is geen technisch randje op een kaart. Het kan direct gevolgen hebben voor de toekomst van een bedrijf. Als je met deze materie te maken krijgt, is het verstandig een deskundige (bijvoorbeeld een rentmeester) erbij te betrekken aangezien schadevergoedingen (in geld of vervangende grond) dan vaak aan de orde zijn.
© DCA Market Intelligence. Op deze marktinformatie berust auteursrecht. Het is niet toegestaan de inhoud te vermenigvuldigen, distribueren, verspreiden of tegen vergoeding beschikbaar te stellen aan derden, in welke vorm dan ook, zonder de uitdrukkelijke, schriftelijke, toestemming van DCA Market Intelligence.
Dit is een reactie op het Boerenbusiness artikel:
[url=https://www.boerenbusiness.nl/column/10916051/spuitvrije-zone-wie-schuift-op-voor-nieuwe-buurman]Spuitvrije zone: wie schuift op voor nieuwe buurman?[/url]