Na de provincie Utrecht was het deze week de beurt aan de provincie Gelderland om een eigen plattelandsbeleid te presenteren. De plannen zijn niet helemaal vergelijkbaar, want in Gelderland gaat het om een gedeeltelijke aanpassing, maar het is interessant om ze naast elkaar te leggen. Temeer omdat het Utrechtse plan is opgesteld door een coalitie zoals in er in Den Haag misschien ook wel wordt gevormd, terwijl het Gelderse plan wordt gedragen door partijen die ook nog in de oude, gesneuvelde, Haagse coalitie zitten.
Het Gelderse plan is beduidend minder radicaal voor de landbouw dan het Utrechtse plan. Dat zal voor eigenlijk bijna voor zichzelf spreken. In Gelderland houdt de politiek iets meer rekening met de landbouw, al wil ook deze provincie grenzen stellen aan agrarische bedrijvigheid, onder meer door gebiedsgewijs geen ruimte meer te geven voor nieuwe activiteiten, en ook door de invoering van een soort bufferstroken van 500 meter breed rondom kwetsbare natuur. De onderbouwing daarvoor is gebrekkig, want grotendeels gebaseerd op de ondeugdelijke Natuurdoelanalyses van zo'n twee jaar geleden.
Vergunningsverwachtingsmanagement
Maar volgens gedeputeerde Ans Mol (BBB) zal het wel helpen om de provincie van het stikstofslot te krijgen en de vergunningverlening weer mogelijk te maken. Aan deze laatste verwachting mag in alle oprechtheid sterk worden getwijfeld, zoals ook landbouworganisatie Agractie aangeeft. Inhoudelijk is er weinig dat de verwachting van Mol ondersteunt, want echt harde bewijzen motiveringen of bewijzen geeft ze niet. Het lijkt eerder de hoop van een goedbedoelende bestuurder, zoals de afgelopen jaren bij talloze gelegenheden uitgesproken, helaas steeds ten onrechte. Mits landelijke wetgeving niet op cruciale punten wordt aangepast, blijven alle verwachtingen, zoals van Mol en ook van veel agrarische bestuurders op niets inhoudelijks berusten. Jammer dan dat ze boeren opzadelt met maatregelen die wel onnodig beperkend zijn, maar verder niets opleveren.
Sterk dealt liever met MOB
Dan heeft Utrechts gedeputeerde Mirjam Sterk (CDA) het vermoedelijk beter voor elkaar, maar tegen welke prijs? Zij en haar ambtelijke team zitten regelmatig met actiegroep MOB om tafel om met elkaar af te stemmen, zo blijkt uit provinciale stukken. Als Sterk haar plan kan doorzetten, hoeven bedrijven die mogen blijven in deze provincie waarschijnlijk niet heel bang meer te zijn voor handhavingsverzoeken en andere juridische procedures vanuit Nijmegen. MOB heeft dan in Utrecht namelijk al heel veel binnengehaald en kan haar capaciteit beter elders inzetten. Je kunt dat als winst zien. Maar…., wie mogen er nog blijven in Utrecht, en met welk economisch perspectief? Een veelgehoorde klacht vanuit de landbouw in de provincie dat Sterk alleen nog ruimte ziet voor een soort hobbybedrijven en boeren die hun inkomen grotendeels uit subsidies moeten halen. Voor biologische bedrijven lijkt er ook een uitzondering te komen. 'Normale' landbouwbedrijven krijgen ondertussen heel veel voor de kiezen. Door alle beperkingszones blijft er weinig meer voor hen over.
Cherrypicking-protocol
De achilleshiel van Sterk's plannen zijn de data waarmee ze haar beleid motiveert. Daarvoor hebben haar ambtenaren namelijk het 'Cherrypicking-protocol toegepast: Er zijn bij voorkeur data en rapporteren gekozen die het gewenste beleid ondersteunen, met weglating van gegevens die niet zo goed uitkomen. Je zou het ze ook bijna niet kwalijk kunnen nemen, want rijksambtenaren doen het ook, bijvoorbeeld met waterrapportages richting Brussel. En wat in Den Haag kan, kan in de provincie ook, lijken ze te denken.
Terug naar pré-BBB beleid
Er wordt al enige tijd gefluisterd dat Sterk zich aan het warmdraaien is voor de positie van landbouwminister in het nieuwe kabinet van D66, VVD en CDA. Sterk laat zich er niet over uit. Zou ze wel minister van landbouw worden, dan lijkt het niet direct logisch dat ze het UPLG een mal laat zijn voor landelijk beleid. Dat zou waarschijnlijk onhaalbaar zijn. Toch neemt rondom de aanstaande coalitiepartners de roep toe om weer in te zetten op strenger stikstofbeleid, en de draad weer op te pakken die Christianne van der Wal heeft laten vallen.
Het lijstje van Thijssen
Scheidend voorzitter Ingrid Thijssen van VNO-NCW (ze gaat naar de universiteit van Delft) legde deze week een wensenlijstje van €19 miljard op tafel en vroeg ook om invoering van bufferstroken van 1 kilometer breed rondom natuur. Terug naar vóór het BBB-intermezzo. Bouwend Nederland en de NGO's in de natuurhoek zien dat ook wel zitten. Tegengas moest er komen van voorzitter Ger Koopmans van LTO Nederland en van de Nederlandse agribusiness. Namens hen mochten Jan Derck van Karnebeek (FrieslandCampina) en Piet Hilarides (Agrifirm) aanschuiven. Zal hun 'antidosis' sterk genoeg zijn? Hun inbreng is niet openbaar gemaakt, maar hun achterban is zonder meer zwaar ongerust. Agractie en een reeks andere, niet-LTO landbouworganisaties waren niet uitgenodigd, maar stuurden als teken van deze zorg een brandbrief aan informateur Letscher
De bezem van Rummenie
Wat er werkelijk gaat gebeuren na het aantreden van een nieuw kabinet, blijft afwachten. Volgens sommige optimisten kan het er eind van deze maand zijn. Terugkijkend op de scheidende bewindslieden, mag worden geconstateerd dat staatssecretaris Jean Rummenie wel de meest effectieve bewindspersoon is geweest op terrein van landbouw, natuur en platteland. Met name op gebied van onderzoek rond natuur en stikstof heeft hij veel in gang gezet, want toch wel stevig de bezig gehaald door de veel te uniforme kliek van beleidsonderzoekers. Een voorbeeld van deze week is zijn verzamelbrief natuur.
Blik van buitenaf
Daarin geeft hij nogmaals aan dat hij een onafhankelijk internationaal onderzoek heeft laten instellen naar de staat van instandhouding van de wolf in Nederland, om daarmee eindelijk eens een blik van buitenaf te geven op het tot nog toe gevolgde beleid. Ook werkt hij aan een opdracht om 'een internationaal rechtsvergelijkend onderzoek' in te stellen naar de wijze van natuurvergunningverlening binnen de Europese Unie. Hij wil de werkgroep daarvoor vragen om 'te kijken naar landen met een vergelijkbare belasting van de natuur en aanbevelingen te doen hoe Nederland gebruik kan maken van hun systematiek van vergunningverlening. Rummenie wil in ieder geval kijken naar Ierland, Italië, Denemarken, Vlaanderen en Frankrijk. Eerder al gaf hij opdracht aan professor Ronald Meester van de Universiteit van Amsterdam om onderzoek te doen naar de gebruikte stikstofmodellen om de staat van de natuur te beoordelen.
Meester en het natuurestablishment
Meester was daar heel duidelijk en beslist over, tot grote ontevredenheid van het natuurestablishment in Nederland, maar het onderzoek werd wel gepubliceerd. Er kwam zelfs een redelijk positieve kabinetsreactie op, al moest daar van de VVD een passage bij dat niet alles wetenschappelijk onderbouwd zou zijn. Dit weten Haagse bronnen. Alles in de regeringszetel is namelijk wel politiek. Tot slot nog iets over een kleine opsteker voor de plantaardige teelten.
Andere oorzaak Parkinson
Niet vanuit de politiek, maar vanuit de wetenschap. Uit onderzoek van de universiteiten van Utrecht en Nijmegen blijkt nu vrijwel zeker dat er geen direct verband is tussen het gebruik van pesticiden en de ziekte van Parkinson. Een van de hoofdonderzoekers had het zelf ook graag anders gezien, maar hij moest zijn mening eveneens bijstellen. Weer een broodje aap over de landbouw kan naar de prullenbak. Wel een lastig dat nu zo veel mensen hun overtuiging moeten bijstellen: D66-politicus Tjeerd de Groot suggereerde dat Parkinson bij familieleden ermee te maken had, net als voormalig CDA-kamerlid Rinder Algra. De Parkinson-vereniging wist het ook heel zeker, net als AI-zoekmachines op internet. De waarheid is soms ingewikkeld.
© DCA Market Intelligence. Op deze marktinformatie berust auteursrecht. Het is niet toegestaan de inhoud te vermenigvuldigen, distribueren, verspreiden of tegen vergoeding beschikbaar te stellen aan derden, in welke vorm dan ook, zonder de uitdrukkelijke, schriftelijke, toestemming van DCA Market Intelligence.