De landbouw liep jarenlang voorop in duurzame energie. Windmolens op de kavel, zonnepanelen op de stal en biogasinstallaties achter op het erf, en nu ook batterijen. Boeren waren er vaak eerder bij dan de rest van het bedrijfsleven. Maar wie denkt dat energie nog steeds een relatief zekere bijverdienste is, komt anno 2026 bedrogen uit.
| Dit artikel maakt onderdeel uit van de themaspecial Energie |
|
Energie is in korte tijd veranderd van kostenpost naar mogelijke inkomstenbron. Maar hoe robuust is dat verdienmodel eigenlijk? In deze themaspecial van april kijken we in diverse artikelen stap voor stap naar de realiteit achter energie op het boerenerf. Van prijsvorming en financiering tot subsidies en praktijkrendement. Wat levert het echt op en waar zitten de risico's? We spreken ondernemers en adviseurs en toetsen het financiële vraagstuk in de praktijk. De centrale vraag: wordt energie een betrouwbare tweede pijler onder het verdienmodel van boeren? |
De markt is volwassen geworden. Complexer ook. "De agrarische sector is al decennialang de pionier bij de opwek van duurzame energie", stelt Hans van den Boom, business developer duurzaam ondernemen Food & Agri bij Rabobank. "Maar het verdienmodel is geen vanzelfsprekendheid meer en vraagt steeds vaker maatwerk."
Tegelijkertijd klinkt vanuit het Energie Expertisecentrum Flevoland (EEF) een duidelijke boodschap: de energietransitie moet voor iedereen toegankelijk blijven. "Iedereen moet mee kunnen doen in de energietransitie, dus ook agrariërs", aldus Ranès Rioza.
Minder vanzelfsprekend verdienmodel
Waar zonne-energie jarenlang eenvoudig door te rekenen was, is dat beeld gekanteld. Dalende kostprijzen hielpen, maar tegelijkertijd drukken negatieve stroomprijzen en het afbouwen van regelingen zoals salderen de opbrengsten.
Een batterij lijkt vaak de logische volgende stap, maar ook daar zit geen garantie in. Op papier kan opslag extra inkomsten opleveren, bijvoorbeeld via de onbalansmarkt. In de praktijk blijkt dat lastig te voorspellen.
Voor veel boeren ligt de veiligste route daarom nog altijd op het eigen erf. Stroom opslaan en later zelf gebruiken, in plaats van leveren tegen lage of zelfs negatieve prijzen. Vooral bedrijven met een constante energievraag kunnen daar voordeel uit halen.
EEF ziet in de praktijk dat juist daar de eerste stappen worden gezet. Niet alleen met techniek, maar ook met inzicht. "Wij kijken bijvoorbeeld eerst naar het energieprofiel van een bedrijf en of er slimme oplossingen zijn, zoals opslag of samenwerking met buren om netcapaciteit beter te benutten", aldus Rioza.
Subsidie blijft voorlopig cruciaal
Ondanks alle ontwikkelingen blijft subsidie in veel gevallen nodig om projecten financierbaar te maken. De SDE-regeling speelt daarbij nog altijd een sleutelrol. Zonder steun zijn de risico's simpelweg groter. "De energiemarkten laten zich lastig voorspellen, dus zonder SDE zijn de marktrisico's groot", aldus Rabobank.
Toch verschuift het speelveld. Invest-NL ziet dat energieprojecten langzaam minder afhankelijk worden van subsidie en meer draaien op marktmechanismen. Nieuwe verdienmodellen ontstaan rond flexibiliteit, opslag en slimme koppelingen met het energiesysteem.
Tegelijkertijd nuanceert EEF dat beeld. Of subsidie nodig is, hangt sterk af van het individuele bedrijf. Rioza: "Als de kasstromen voldoende zijn en een ondernemer zelf een deel kan investeren, dan is subsidie niet per se nodig.".
Financiering
Waar Rabobank vooral kijkt naar grootschalige en goed doorrekenbare projecten, positioneert EEF zich juist als aanvulling op de markt. Het centrum financiert ook kleinere of risicovollere projecten waar banken vaak afhaken. "Wij financieren als reguliere partijen dat vaak niet doen, bijvoorbeeld omdat het innovatief is of om kleinere bedragen gaat", zegt Rioza. Dat betekent dat ook ondernemers zonder grote schaal of perfecte businesscase stappen kunnen zetten, mits het plan klopt. Financiering gaat daarbij tot maximaal 75% van de investering, met de rest vanuit eigen middelen.
Invest-NL zit weer een niveau hoger in de keten en richt zich vooral op het opschalen van nieuwe markten en concepten. Niet zozeer het individuele project, maar het systeem erachter staat centraal.
Groter en professioneler
Wat vooral opvalt, is de schaalvergroting. Energieprojecten worden groter en vragen meer kapitaal. Dat heeft alles te maken met netcongestie, regelgeving en de technische complexiteit. "Wij zien dat de markt zich ontwikkelt richting grotere en meer kapitaalkrachtige projecten, mede door de complexiteit en benodigde investeringen", aldus Marinus Boogert, teamlead business development bij Invest-NL.
Daardoor verandert ook het speelveld. Grote energiebedrijven en investeringsfondsen stappen steeds vaker in. Toch verdwijnen boeren niet uit beeld. "De kracht van agrariërs is dat ze flexibel zijn, locaties hebben en energie vaak zien als onderdeel van hun bedrijfsvoering", stelt Van den Boom van Rabobank.
Volgens Energie Expertisecentrum Flevoland moet die rol ook behouden blijven. "In Flevoland zijn er relatief veel boeren dus het ligt voor de hand dat we ons ook actief richten op deze doelgroep", zegt Rioza.
Groen gas als kansrijke route
Groen gas uit mestvergisting wordt gezien als een van de meest kansrijke richtingen. Niet alleen vanwege energieproductie, maar ook vanwege de rol in emissiereductie en kringlooplandbouw.
Volgens Rabobank ligt hier zelfs een structurele verandering in het verschiet. Mestvergisting kan uitgroeien tot een vast onderdeel van de bedrijfsvoering. "In 2040 levert een emissiearme veehouderij mest aan een vergister of heeft bij voldoende schaal er zelf een op het erf staan."
Door wijzigingen in de mestwet in het tweede kwartaal van 2026 staan de seinen op groen voor groen gas uit mono-mestvergisting en productie van kunstmestvervanger Renure, aldus Rabobank. "Daarbij is het wel nodig dat er een passende vergunningverlening komt", voegt Van den Boom eraan toe.
Zonne-energie en batterijen zijn volgens Rabobank in veel gevallen nog steeds winstgevend te maken. Deze systemen vergen volgens de bank wel meer uitzoekwerk door het vervallen van de saldering voor kleinverbruikers en steeds meer uren met negatieve stroomprijzen waardoor de combi met een batterij steeds vaker wordt toegepast. Windparken op land blijven volgens de bank een groeimarkt, waarbij SDE-subsidies en langetermijncontracten bepalend zijn voor de winstgevendheid.
Geen saai speelveld
Wie denkt dat energieprojecten inmiddels een 'saai en voorspelbaar' rendement opleveren, heeft het mis. De sector beweegt juist sneller dan ooit, onder invloed van geopolitiek, beleid en marktdynamiek. "Een energieproject is nooit saai", stelt Rioza. "Door mondiale ontwikkelingen kan het juist extra aantrekkelijk worden."
Nieuwe markten dienen zich aan, zoals groen gas, waterstof en andere duurzame brandstoffen. Tegelijkertijd nemen de risico's toe en wordt specialistische kennis steeds belangrijker.
Blijvende rol voor de boer
Ondanks de schaalvergroting en toenemende complexiteit blijft de landbouw een belangrijke speler. De sector beschikt over ruimte, grondstoffen en ondernemerschap – precies de ingrediënten die nodig zijn in de energietransitie.
Maar één ding is duidelijk: energie is geen vanzelfsprekende bijverdienste meer. Het is een volwaardige tak geworden, met kansen én risico's. Of zoals EEF het samenvat: investeren in energie loont nog steeds, vooral voor wie goed kijkt naar wat er kan.
© DCA Market Intelligence. Op deze marktinformatie berust auteursrecht. Het is niet toegestaan de inhoud te vermenigvuldigen, distribueren, verspreiden of tegen vergoeding beschikbaar te stellen aan derden, in welke vorm dan ook, zonder de uitdrukkelijke, schriftelijke, toestemming van DCA Market Intelligence.