Eigen foto

Special Oogst & Bewaring

Droogte en hitte laten flinke sporen na in uienopbrengst

Vandaag 10:40 uur - Jan Willem Veldman

De proefrooiingen van de Boerenbusiness Gewastour geven een eerste beeld van de uienopbrengst van dit seizoen. De omstandigheden waar de uien dit jaar mee te maken kregen, waren bijzonder en roepen de vraag op hoe 2026 zich verhoudt tot een extreem droog jaar als 2018. Beide jaren hadden te maken met droogte en hoge temperaturen, maar het verloop van het groeiseizoen was duidelijk verschillend.

Ondanks het droge en vroege voorjaar werden de uien dit jaar gemiddeld drie weken later gezaaid dan vorig jaar en één week later dan het vijfjarig gemiddelde. Dit verschil is dit jaar echter redelijk te verklaren, doordat telers steeds meer belang hechten aan een vlotte beginontwikkeling en daarom wachten tot de grond voldoende is opgewarmd. In Zuid-Nederland werden de uien dit jaar gemiddeld wel anderhalve week eerder gezaaid dan in Midden- en Noord-Nederland.

In de periode dat de uien zo goed als afgestorven waren of vlak voor het opladen, zijn proefrooiingen uitgevoerd op de tien Gewastour-percelen. Daarbij is verspreid over het perceel meerdere keren 1 meter lengte van het uienbed gerooid. Deze proefrooiingen zijn gewogen en omgerekend naar opbrengst per hectare.

Locatie

Netto-opbrengst (ton per ha)

Percentage gewicht 60 mm opw.

Veelerveen

60,4

72%

Kimswerd

66,5

64%

Wezup

48

60%

Beemte Broekland

38

-

Marknesse

72

83%

Kortgene

40,5

13%

Nederweert

52,2

79%

Lepelstraat

60

29%

Philippine

34,5

15%

Zeewolde

55,7

37%

Gemiddeld

52,8

50%

*Opbrengst in tonnen kilo's per hectare. Van de opbrengsten is 15% afgehaald vanwege spuitsporen, tarra, kopakkers etc.

De gemiddelde hectareopbrengst van de Gewastour-uien komt uit op 52,8 ton netto per hectare. Daarmee ligt de opbrengst onder het langjarig gemiddelde dat uitkomt op 55,5 ton per hectare. De spreiding in opbrengsten loopt dit seizoen uiteen van 34,5 ton tot 72 ton per hectare. 

Jaar

Gemiddelde opbrengst (ton per ha)

2019

54,9

2020

56,5

2021

57,4

2022

53,6

2023

47,7

2024

53,6

2025

67,2

2026

52,8

Langjarig gemiddelde

55,5

De gemiddelde opbrengst ligt dit jaar onder het langjarige gemiddelde, wat vooral te verklaren is door het extreem droge groeiseizoen. Opvallend was dat de groeiomstandigheden naar het noorden toe steeds gunstiger werden, hoewel ook daar sprake was van behoorlijke droogte.

In vergelijking met het zuiden waren de omstandigheden in het noorden duidelijk beter, terwijl het zuiden voor het tweede jaar op rij met extreme droogte te maken had. Niet alleen ligt de opbrengst onder het langjarige gemiddelde, ook is 2026 het op één na slechtste jaar in acht jaar tijd.

Druppelirrigatie geeft een vertekend beeld
Er is nog wel een kleine kanttekening te plaatsen bij deze opbrengsten. Twee van de tien Gewastour-deelnemers maakten dit jaar gebruik van druppelirrigatie. Zeker in het jaar waar we nu mee te maken hebben gehad, maakt dat een wereld van verschil. Wanneer deze resultaten niet worden meegenomen in de berekening van de gemiddelde opbrengst, valt die maar liefst 4 ton lager uit, op 48,7 ton netto per hectare.

Regio

Netto-opbrengst per hectare

Noord-Nederland (zonder druppelirrigatie)

58,3 (54,2)

Midden-Nederland (zonder druppelirrigatie)

55,2 (46,7)

Zuid-Nederland

46,8

Uit de onderlinge opbrengsten per regio is het groeiseizoen ook mooi terug te zien. Hoe noordelijker je kwam, hoe groeizamer het werd. Midden-Nederland zit met 55,2 ton netto per hectare op het eerste gezicht tussen Noord en Zuid in.

Worden de percelen met druppelirrigatie echter buiten beschouwing gelaten, dan zakt de gemiddelde opbrengst naar 46,7 ton. Daarmee komt Midden-Nederland vrijwel op hetzelfde niveau uit als Zuid-Nederland, met 46,8 ton. Het verschil tussen de regio's lijkt daarmee vooral samen te hangen met de mate waarin het gewas van voldoende vocht kon worden voorzien.

Neerslagtekort Nederland

Wat 2026 anders maakt dan 2018
In 2018 was sprake van een uitzonderlijk droog en warm groeiseizoen. Op 1976 na, nog steeds het droogste jaar waar we in de huidige akkerbouw over spreken. De droogte ontstond in 2018 vooral door weinig neerslag, veel zon en hoge temperaturen, precies zoals we die dit jaar ook kennen. Vooral het zuiden en oosten van Nederland hadden een groot neerslagtekort. Maar zijn beide jaren dan ook echt met elkaar te vergelijken?

Kenmerk

2018

2026

Juni – neerslag

20 mm

85 mm

Juni – temperatuur

17,5 °C

19,1 °C

Juli – neerslag

11 mm

15 mm

Normaal juli

78 mm

78 mm

Temperatuur juli

20,7 °C

19,7 °C

Augustus – neerslag

76 mm

84,8 mm

Normaal augustus

78 mm

83,6 mm

Temperatuur augustus

18,5 °C

19,0 °C

Neerslagtekort begin augustus

300 mm

248 mm

Neerslagtekort eind augustus

280 mm

285 mm

Regionaal zwaarst getroffen

Zuid en oost

Zuid en west

2018 was vooral extreem door de opeenstapeling van droogte voor augustus. De droogte was al in mei begonnen, juni was zeer droog en juli was met slechts 11 millimeter neerslag de droogste julimaand sinds het begin van de metingen. Begin augustus was het landelijke neerslagtekort daardoor al opgelopen tot meer dan 300 millimeter.

Augustus bracht in 2018 landelijk gezien vervolgens enigszins wat verlichting. Er viel gemiddeld 76 millimeter, vrijwel gelijk aan de normale 78 millimeter. Die neerslag viel echter vooral in de tweede helft van de maand en was bovendien zeer ongelijk verdeeld. In het midden en oosten bleef de droogte aanhouden en langs de oostgrens viel lokaal slechts ongeveer 45 millimeter. Eind augustus bedroeg het neerslagtekort nog altijd ruim 280 millimeter.

Ander verloop
2026 kende een heel ander verloop. De zomer was als geheel extreem warm, met een gemiddelde temperatuur van 19,3 °C tegenover 17,5 °C normaal. Daarmee was het de warmste zomer sinds 1901. Juni was met 85 millimeter neerslag relatief nat, maar juli volgde met slechts 15 millimeter. Augustus kwam uit op 84,8 millimeter, maar was met gemiddeld 19,0 °C wel warmer dan normaal. Eind augustus stond het landelijke neerslagtekort op ongeveer 285 millimeter.

Het opvallende is daarmee dat het uiteindelijke neerslagtekort in beide jaren nauwelijks van elkaar verschilt. In 2018 stond het tekort begin augustus op ongeveer 300 millimeter en eind augustus op 280 millimeter. In 2026 liep het tekort in dezelfde periode juist op van 248 naar 285 millimeter.

Het verschil zit dus vooral in wanneer het tekort werd opgebouwd. In 2018 begon de droogte al vroeg in het groeiseizoen, wat maakt dat de klap van de droogte in de zomer harder aankwam. In 2026 was juni met circa 85 millimeter neerslag juist relatief nat, waardoor de uien in de eerste helft van het seizoen over meer vocht konden beschikken. Het neerslagtekort liep vervolgens later in het seizoen snel op.

Voor de opbrengst is dat verschil belangrijk. Niet alleen de totale hoeveelheid neerslag bepaalt de mate van droogtestress, maar ook het moment waarop het vocht beschikbaar is en de groeifase waarin het gewas met een tekort te maken krijgt. Een tekort tijdens de loofontwikkeling heeft andere gevolgen dan droogte tijdens de afrijping en bolgroei. Daarmee kan een vergelijkbaar uiteindelijk neerslagtekort toch tot een andere opbrengstreactie leiden.

Hoge verdamping tekent deze zomer
Toch is het gemiddeld een stuk heter geweest deze zomer. Er waren meer zomerse en tropische dagen dan in 2018, waardoor ook de verdamping hoger lag. Door de hogere temperaturen verdampte meer vocht uit de bodem en had het gewas meer water nodig om de groei op peil te houden. Beregenen kon dit deels opvangen, maar bij extreme warmte wordt het steeds moeilijker om het vochtverlies volledig bij te benen.

Vooral op gronden met een beperkte capillaire werking kon het gewas daardoor sneller bezwijken onder droogtestress. Dat was in eerste instantie zichtbaar in de loofontwikkeling. Minder loof betekent minder capaciteit voor fotosynthese en daarmee minder potentieel voor de productie van de uien. Zeker wanneer de droogte vervolgens doorzet richting de bolgroei, kan dit uiteindelijk ten koste gaan van de opbrengst.

2018 laat duidelijk zien wat langdurige droogte met de opbrengst kan doen. In dat jaar deden de uien nog niet mee aan de Gewastour, maar uit historische cijfers van het CBS blijkt dat de Nederlandse uienopbrengst in 2018 uitkwam op ongeveer 0,9 miljoen ton, tegenover 1,5 miljoen ton in 2017. Daarmee lag de opbrengst ongeveer 44% lager dan een jaar eerder. Er waren bovendien percelen die nauwelijks of helemaal niet werden geoogst.

Heb je een tip, suggestie of opmerking naar aanleiding van dit artikel? Laat het ons weten

Jan Willem Veldman

Jan Willem Veldman is allround akkerbouwredacteur bij Boerenbusiness. Daarnaast runt hij in maatschap met zijn vader een akkerbouwbedrijf in Appingedam (Groningen), waar onder meer granen, uien en suikerbieten worden geteeld.
Partners
Reageer op dit artikel

Om te reageren op dit artikel moet u ingelogd zijn.

Wat zijn de actuele noteringen?

Bekijk en vergelijk zelf prijzen en koersen

Nieuws Suiker

Cosun rekent op kwart minder bieten in campagne

Special Oogst & Bewaring

'We beregenen voor lagere aardappelopbrengst'

Nieuws Aardappelen

Opbrengstgroei van aardappelen vlakt af

Gewastour Uien - week 36

Eerste proefrooicijfers: droogte tekent uienoogst

Bel met onze klantenservice 0320 - 269 528

of mail naar support@boerenbusiness.nl

wil je ons volgen?

Ontvang onze gratis Nieuwsbrief

Elke dag actuele marktinformatie in je inbox

Aanmelden