De handel in landbouwgrond is in het tweede kwartaal verder opgelopen. De gestegen kooplust van akkerbouwers en melkveehouders resulteert in gemiddeld hogere prijzen voor grasland en bouwland op de agrarische grondmarkt.
Dit meldt het Kadaster. De gemiddelde grondprijs kwam in april tot en met juni van dit jaar uit op €108.500 per hectare. Dat is 6,7% hoger dan in het eerste kwartaal, toen €101.700 per hectare werd betaald. Ten opzichte van 2025 ligt het prijsniveau 13,7% hoger.
De prijs van bouwland steeg in het tweede kwartaal met 7% naar €123.100 per hectare. Dat is 15,4% hoger dan het gemiddelde in 2025. Grasland noteerde een stijging van 6,5% tot €94.600 per hectare. Daarmee ligt de prijs 9,7% boven het niveau van vorig jaar.
Meer hectares verhandeld
In het tweede kwartaal werd 8.400 hectare landbouwgrond verhandeld. Dat is 9% meer dan in dezelfde periode in 2025. Over de laatste vier kwartalen wisselde in totaal 34.000 hectare van eigenaar. Dat is 2% meer dan een jaar eerder. De relatieve grondmobiliteit kwam uit op 1,91%, tegen 1,85% in de voorgaande periode.
Grote prijsverschillen tussen provincies
De gemiddelde grondprijs varieert sterk per provincie. In Friesland ligt het niveau op €72.700 per hectare, terwijl in Flevoland €215.800 per hectare wordt betaald. In andere provincies ligt de prijs tussen €92.200 in Groningen en €124.900 per hectare in Noord-Brabant.
De landelijke prijsstijging wijkt af van sommige regionale ontwikkelingen. In Limburg daalde de grondprijs in het tweede kwartaal met 3,6%. Dit verschil hangt volgens het Kadaster samen met de gebruikte rekenmethode: provinciale cijfers zijn gebaseerd op voortschrijdende gemiddelden over vier kwartalen.
Regionale prijsontwikkeling verdeeld
In het noorden steeg de grondprijs met 4% in Friesland, 5% in Drenthe en 3% in Groningen. In Overijssel liep de prijs met 8% op en in Gelderland met 3%. Flevoland noteerde een stijging van bijna 5%. In Noord-Holland was de stijging met 12,5% het grootst. Zuid-Holland en Utrecht kwamen uit op respectievelijk 3% en 2%. Noord-Brabant noteerde een plus van 4%, terwijl de prijs in Zeeland stabiel bleef. In Limburg daalde de grondprijs met circa 4%.
De relatieve grondmobiliteit varieert van 1,04% in Flevoland tot 2,87% in Limburg. In 9 van de 12 provincies is de mobiliteit gestegen ten opzichte van een jaar eerder. De grootste toename werd gemeten in Utrecht en Limburg, met 0,4 procentpunt. In Flevoland daalde de mobiliteit met 0,2 procentpunt. In Overijssel en Friesland was de afname 0,3 procentpunt.
© DCA Market Intelligence. Op deze marktinformatie berust auteursrecht. Het is niet toegestaan de inhoud te vermenigvuldigen, distribueren, verspreiden of tegen vergoeding beschikbaar te stellen aan derden, in welke vorm dan ook, zonder de uitdrukkelijke, schriftelijke, toestemming van DCA Market Intelligence.