Groenbemesters kunnen als vanggewas telers helpen om stikstof efficiënter te benutten en uitspoeling te verminderen. Dat is de boodschap van David de Wit, praktijkonderzoeker bij WUR Open Teelten en praktiserend akkerbouwer. Zijn aanvullende advies: houd rekening met de stikstofnalevering van groenbemesters in je bouwplan. Met de krimpende stikstofruimte en druk op de waterkwaliteit is dit nu extra belangrijk.
"De meeste telers zien groenbemesters toch vooral als organische stofbron", begint de Wageningse onderzoeker zijn verhaal. "Ongeacht de grondsoort of het bouwplan; de aandacht voor groenbemesters in relatie tot stikstofefficiëntie loont. Want groenbemesters helpen niet alleen bij het bedwingen van schadelijke aaltjes of het stimuleren van organische stof in de bodem." Vooral na de teelt van graan zien akkerbouwers volgens De Wit de winst van een groenbemester wel in. "Dan kun je ook eerder zaaien en dat geeft meer mogelijkheden in de soort groenbemester die je kunt gebruiken. Daarnaast krijg je door het vroege zaaien ook een goed ontwikkeld gewas en dus organische stofwinst."
Maar juist na een intensief gewas als aardappelen en uien is er, kijkend naar stikstof, veel winst te behalen, zo benadrukt hij. "Uit alle onderzoeken blijkt namelijk dat deze gewassen niet efficiënt met meststoffen omgaan en na eind juli nauwelijks stikstof meer opnemen. Er blijft dus veel stikstof achter in de grond na de teelt, dat kan wel oplopen tot 100 kilo stikstof." Je moet dus waken voor uitspoeling, benadrukt hij en zoveel mogelijk stikstof de winter over proberen te krijgen. Dat doe je met een groenbemester als vanggewas.
Door het gebruik van Nmin-metingen in onderzoeksprojecten neemt de kennis en de bewustwording bij telers wel toe, merkt De Wit. "Bijvoorbeeld ook door projecten van Deltaplan Agrarisch Waterbeheer, Akkerbouw voor Waterkwaliteit van de WUR en Bodem-up."
Uitspoeling verminderen
Een vanggewas heeft voor zijn ontwikkeling stikstof nodig. Dit haalt het uit de bodemvoorraad en voorkomt zo uitspoeling. Vooral op uitspoelingsgevoelige zandgronden is vastlegging erg belangrijk. Vandaar ook de verplichting om voor 1 oktober een vanggewas in te zaaien (als je niet voor een winterteelt kiest dan wel niet gekort wil worden op de stikstofgebruiksnorm in het volgende jaar). Na intensieve teelten is het belangrijk snel na oogst het vanggewas in te zaaien om zoveel mogelijk van de overgebleven stikstof te vangen. De hoeveelheid die achterblijft, is bijna altijd groter dan wat er nog opgenomen kan worden. Hier na de oogst nog mest uitrijden zorgt dus vaak voor onnodige verliezen, is de ervaring van De Wit.
"Een mogelijk bijkomend positief effect van een groenbemester is een toename van denitrificatie. Dan vervluchtigt stikstof als N2-gas en spoelt er dus minder uit. Maar de precieze correlatie is nog niet helder, daar is nog meer onderzoek voor nodig."
Meer stikstof vangen
"Hoe vroeger je zaait, des te meer tijd heb je met een groenbemester om stikstof vast te leggen", benadrukt De Wit. "De meeste winst voor stikstofbenutting is misschien nog wel te behalen tussen de oogst van het hoofdgewas en de inzaai van het vanggewas, vertelde een collega mij een keer. Daar zit veel in. Als je vroeger zaait, heeft het vanggewas meer tijd om tot ontwikkeling te komen en legt het meer stikstof vast. Bij vroeger zaaien hebben telers ook nog eens meer keuze uit soorten groenbemester." En zo vult hij aan: ook de neerslag neemt toe later in het najaar. Dus hoe eerder je de stikstof vastlegt, hoe beter het is. De Wit hoopt dat de bewustwording van de positieve rol van groenbemesters op stikstofbenutting toe zal nemen.
Vlinderbloemige groenbemesters hebben als voordeel dat ze ook nog stikstof vastleggen vanuit de lucht. Dit biedt vanwege het vroege zaaitijdstip mogelijkheden voor na de graanteelt. Na intensieve teelten als aardappelen en uien, raadt hij vlinderbloemigen af. Bij die teelten blijft er nog veel stikstof in de bodem achter en bestaat het gevaar dat het in de winter te vroeg vrij komt en alsnog uitspoelt. Bij vlinderbloemigen, en ook andere groenbemesters, ligt de stikstof vooral vast in de minerale vorm nitraat. Bij onderwerken in het najaar komt de stikstof direct vrij, waardoor het risico op uitspoeling groot is.
Rol beworteling
Naast het feit dat groenbemesters met een goede doorworteling bijdragen aan een goede bodemstructuur en waterdoorlaatbaarheid, nemen ze ook stikstof uit diepere lagen op. De Wit: "Op klei kunnen gewassen uit elke laag nog stikstof halen, maar bij zand stopt de beworteling bij de overgang naar het gele zand, vaak rond de 30 à 40 centimeter. Daarom is op de klei een dieper wortelende groenbemester effectief en heb je op zand juist veel aan een breed uitstoelende wortel."
Bemestingsplan optimaliseren
Houd in je bemestingsplan ook rekening met de stikstofnawerking van groenbemesters, bepleit De Wit. "Juist bij een goed ontwikkeld gewas kun je daarop sturen. Heb je op een perceel 120 kilo stikstofruimte en staat daar een geslaagde groenbemester als voorvrucht, dan kun je daar bijvoorbeeld 105 kilo strooien en op een perceel zonder groenbemester 135 kilo. Zo benut je de beschikbare ruimte optimaal." Vooral in het zuidoostelijke zandgebied zijn de bemestingsnormen volgens hem zó krap geworden dat een optimale opbrengst nauwelijks nog haalbaar is. "Daar telt elke kilogram stikstof. Steeds meer telers worden zich daardoor bewuster van de bemestende waarde van een groenbemester", merkt de onderzoeker op. Ook in de vollegrondsgroenteteelt is vanwege de hoge kwaliteitseisen aan het product een optimale stikstofgift cruciaal.
Bijbemesten is vaak minder nodig dan telers denken, is de ervaring van De Wit. Vooral bij aardappels willen telers volgens hem logischerwijs op zeker spelen om geen opbrengst te laten liggen. De stikstofgift is dan meer een verzekeringspremie dan dat het effect heeft, met ook meer kans op uitspoeling. Tijdens het seizoen stikstof meten kan veel opleveren, besluit de onderzoeker.
Martijn van Overveld van veredelingsbedrijf Limagrain: 'Bladrammenas is kampioen stikstofopname'.
Na intensieve teelten zoals aardappelen en uien is het volgens Martijn van Overveld, groenbemestingsspecialist bij Limagrain, belangrijk om te kiezen voor een vanggewas dat zich snel ontwikkelt en stikstof effectief opneemt. "Ik denk in de eerste plaats aan bladrammenas. Bij een goed ontwikkeld gewas is dit de kampioen in bovengrondse N-opname, zo lees je ook in het Handboek Bodem & Bemesting. Onze nieuwe Meltrol bladrammenas is daarbij BCA1 én multiresistent tegen Meloidogyne's én stengelaaltjes, dus ook nog eens een belangrijke voorzorgsmaatregel bij (verwachte) druk van parasitaire aaltjes. BCA1 gele mosterd Brisant heeft het voordeel dat het ook bij late zaai tot half oktober nog goed tot zijn recht komt.
Vlinderbloemigen
Omdat graan beduidend minder stikstof achterlaat voor het volggewas, bewijzen hier vlinderbloemigen hun waarde. In ons speciaalmengsel Nitrafix combineren we 86% vlinderbloemigen, die stikstof uit de lucht binden en omzetten in plantbeschikbare vorm, met 14% bladkool en bladraap, die veel minerale stikstof afvangen." Daarnaast benadrukt Van Overveld het belang van de C/N-verhouding, een cruciaal kwaliteitsaspect van organische stof. "Stro heeft een hoge C/N-ratio, waardoor de afbraak veel stikstof aan de bodem onttrekt. Nitrafix heeft juist een lage en gevarieerde ratio. Daardoor komt stikstof vrij door mineralisatie en wel gefaseerd, omdat de zes componenten elk op een ander moment stikstof afgeven. Dat zorgt voor een optimale en gelijkmatige nutriëntenvoorziening voor het volggewas."
Wortelarchitectuur
Tot slot wijst hij op de rol van wortelarchitectuur: "Op kleigrond werkt een diepwortelende soort zoals Silke Japanse haver uitstekend. Op zandgrond bewijzen juist breed uitstoelende wortels, bijvoorbeeld van facelia, hun waarde. Facelia zit samen met bladrammenas en zwaardherik in het mengsel Nemaredux (voor aaltjesbeheersing) en in Greencover NKG, geschikt voor gereduceerde grondbewerking. Gaat het meer om wortelmassa/organische stof, dan kom je uit op een mengsel zoals Orgamax met zonnebloem, Japanse haver en gele mosterd. Ook op zandgrond zorgt Japanse haver trouwens voor een geweldige structuur."