De zaaiuien ontwikkelen zich momenteel goed en groeien hard door. Op de eerste percelen is het vijfde pijpje al in aantocht en de gewassen staan er over het algemeen vitaal bij. Door het groeizame weer en de snelle ontwikkeling van de uien neemt ook de aandacht voor valse meeldauw toe. Hoewel er op de meeste percelen zaaiuien nog geen meeldauw is gevonden, is dat in de winter- en plantuien een ander verhaal.
Valse meeldauw is een van de meest schadelijke ziekten in de uienteelt en wordt qua impact vaak vergeleken met phytophthora in aardappelen, al ontwikkelt de schimmel zich minder agressief. Voor een infectie moeten verschillende factoren samenkomen. Zo is een relatieve luchtvochtigheid van minimaal 94 procent gedurende vier tot zes uur noodzakelijk, gecombineerd met een voldoende lange bladnatperiode. Daarnaast moeten er voldoende schimmelsporen aanwezig zijn om een besmetting te kunnen veroorzaken.
Wanneer deze omstandigheden optreden, neemt het infectierisico snel toe. Vooral dauwnatte nachten en vochtige weersomstandigheden kunnen daarbij een belangrijke rol spelen. Een beetje de weersomstandigheden zoals we die deze week kunnen verwachten.
Eerste bespuitingen zitten eraan te komen
Wanneer de uien elkaar tussen de rijen raken, dat is vaak het moment dat wordt geadviseerd om te starten met de ziektebestrijding. Iets waarvan David de Wit uit het Brabantse Lepelstraat zegt dat dat deze week er wel aan zit te komen. Bij zijn uien komt het vijfde pijpje er inmiddels aan en hij gaat dan ook vanaf komende week beginnen met de ziektebestrijding. "De dauwnatte nachten van de afgelopen periode zorgen voor gunstige omstandigheden voor de schimmel", aldus David.
Klaasjan Boer uit het Zeeuwse Kortgene ziet zijn Gewastour-perceel ondertussen goed groeien. Hoewel de sloten droog staan en een goede bui van 15 tot 20 millimeter welkom zou zijn, maken de uien een gezonde indruk. "Als ik de foto's van drie weken geleden vergelijk met nu, dan staat het gewas er mooi bij en zit de groei er goed in", vertelt hij.
Ook ziekten als fusarium en pinkroot zijn op zijn perceel nog niet waargenomen, iets wat volgens hem andere jaren wel anders was. Nu de gewassen meer loof ontwikkelen, komt het moment voor de eerste ziektebestrijding ook dichterbij, stelt Klaasjan. "Bij kleinere uien komt een groot deel van de bespuiting nog op de grond terecht, terwijl een verder ontwikkeld gewas het middel beter kan opvangen," legt hij uit. Volgens Klaasjan is het daarbij belangrijk dat de uien elkaar in de rij raken voordat een ziektebestrijding echt effect heeft.
Neerslagoverzicht
De verschillen in weersomstandigheden tussen de Gewastour-percelen zijn goed zichtbaar in de neerslagcijfers van de AgroExact-weerpalen. Na een relatief natte maand maart volgde een uitzonderlijk droge april, waardoor op veel locaties onder goede omstandigheden kon worden gezaaid.
Toch zorgde de droge april maand niet overal voor een zorgeloze start, waarbij er ook vaak beregend moest worden om de uien goed op weg te helpen. In mei keerde de neerslag terug en kregen de gewassen voldoende vocht om zich verder te ontwikkelen. Onderstaande getallen zijn de gevallen neerslaghoeveelheden uitgedrukt in millimeters.
|
Locatie |
Maart 2026 |
April 2026 |
Mei 2026 |
t/m 9 juni |
Totaal |
|
Veelerveen |
44,2 |
13,6 |
55,2 |
55,8 |
168,8 |
|
Wezup |
48,6 |
10 |
81,6 |
50 |
190,2 |
|
Kimswerd |
- |
- |
- |
- |
- |
|
Marknesse |
38,4 |
6,2 |
57 |
47,8 |
149,4 |
|
Zeewolde |
- |
- |
- |
- |
- |
|
Beemte Broekland |
42 |
3,8 |
65,2 |
33,2 |
144,2 |
|
Kortgene |
- |
- |
- |
- |
- |
|
Lepelstraat |
50 |
4,2 |
71,2 |
21,8 |
147,2 |
|
Philippine |
42,2 |
2,2 |
84,8 |
27,8 |
157 |
|
Nederweert |
53,6 |
7 |
49,8 |
40 |
151,4 |
Duidelijke oorzaak bonenvliegschade
Op het perceel van Hubert Linders uit het Limburgse Nederweert spelen naast het binnenkort starten van de ziektebestrijding, ook andere problemen. Hubert zijn uien hebben dit voorjaar namelijk behoorlijk last gehad van bonenvlieg. Volgens Hubert hangt de schade mogelijk samen met de groenbemester die na de oogst van het voorgaande gewas is ingezaaid. Op zandgrond is het telen van een vanggewas verplicht en daarom wordt na de oogst vaak een groenbemester gezaaid.
Er wordt regelmatig gezegd dat de toepassing van niet-kerende grondbewerking (NKG) en het telen van groenbemesters een rol spelen bij het optreden van bonenvliegschade. Door deze toepassingen blijven er in het voorjaar vaak meer gewasresten aan of vlak onder het bodemoppervlak aanwezig. Deze organische resten kunnen aantrekkelijk zijn voor de bonenvlieg om eitjes af te zetten, waardoor de kans op schade in jonge uiengewassen toeneemt.
Hubert ziet dit ook terug op zijn eigen perceel. "Toen we het perceel hadden geploegd, waren op de kopakker de resten van de groenbemester niet overal goed ondergewerkt. Juist op die plekken zagen we dit voorjaar de meeste schade van de bonenvlieg", vertelt hij.
|
|
© DCA Market Intelligence. Op deze marktinformatie berust auteursrecht. Het is niet toegestaan de inhoud te vermenigvuldigen, distribueren, verspreiden of tegen vergoeding beschikbaar te stellen aan derden, in welke vorm dan ook, zonder de uitdrukkelijke, schriftelijke, toestemming van DCA Market Intelligence.