Nu het groeiseizoen erop zit, worden de opbrengstverschillen tussen de Gewastour-percelen duidelijk. Opvallend is dat er tussen 1 maart en 1 oktober meer neerslag viel dan vorig jaar, terwijl de zomer juist droger verliep. De weergegevens van AgroExact en de definitieve proefrooiingen van Innovator laten zien hoe de weersomstandigheden dit jaar uitpakten en hoe groot de verschillen tussen Noord- en Zuid-Nederland zijn.
Met de winter in aantocht kunnen we terugkijken op een bijzonder groeiseizoen. Nu vrijwel alle gewassen van het land zijn en in de schuur liggen, komt ook de afzet vanuit de bewaring op gang. Zoals ieder jaar wordt er volop gespeculeerd over de uiteindelijke opbrengsten en de kwaliteit van de producten.
Elke Gewastour-deelnemer heeft een weerpaal staan van AgroExact. Interessant is om te zien wat deze palen tijdens het groeiseizoen vanaf 1 maart tot 1 oktober aan neerslag hebben geregistreerd.
|
Locatie |
Provincie |
Totale neerslag (mm) |
Dagen met neerslag |
|
Appelscha |
Drenthe |
408 |
93 |
|
Uithuizermeeden |
Groningen |
442 |
92 |
|
Midwolda |
Groningen |
415 |
101 |
|
Dronten |
Flevoland |
363 |
78 |
|
Voerendaal |
Limburg |
363 |
73 |
|
Wouw |
Brabant |
356 |
77 |
|
Hellevoetsluis |
Zuid-Holland |
338 |
76 |
|
IJzendijke |
Zeeland |
307 |
74 |
|
Leuth |
Gelderland |
361 |
79 |
|
Locatie |
Provincie |
Totale neerslag (mm) |
Dagen met neerslag |
|
Kimswerd |
Friesland |
- |
- |
|
Veelerveen |
Groningen |
433 |
88 |
|
Wezup |
Drenthe |
404 |
79 |
|
Marknesse |
Flevoland |
373 |
75 |
|
Beemte Broekland |
Gelderland |
407 |
89 |
|
Kortgene |
Zeeland |
298 |
71 |
|
Philippine |
Zeeland |
301 |
76 |
|
Lepelstraat |
Brabant |
354 |
77 |
|
Nederweert |
Limburg |
332 |
73 |
|
Zeewolde |
Flevoland |
331 |
69 |
Om gelijk maar met de deur in huis te vallen zijn de verschillen met vorig jaar verrassender dan je zal verwachten. De zomer van 2026 was dan wel droger dan vorig jaar, in de periode van 1 maart tot 1 oktober viel er dit jaar meer behoorlijk meer neerslag dan vorig jaar.
|
Regio |
Totale neerslag (mm) |
|
Noord-Nederland (2025) |
412 (379) |
|
Midden-Nederland (2025) |
360 (317) |
|
Zuid-Nederland (2025) |
330 (251) |
En dat is vooral goed terug te zien in Zuid-Nederland. Het verschil met vorig jaar is in die regio het grootst met maar liefst 79 millimeter meer neerslag. Ook het verschil binnen Nederland was vorig jaar groter dan dit jaar. Het verschil tussen Groningen en Zeeland bedroeg vorig jaar in het ergste geval ruim 230 millimeter, dit jaar is dat verschil 'slechts' 144 millimeter. Dat verschil zit ook voornamelijk in het feit dat het vorig voorjaar extreem droog was en dat de gewassen dan ook behoorlijk vroeg de grond in konden.
Dit resulteerde dan ook in de vroegste zaai- en pootdata van de afgelopen jaren. Deze droogte zette voornamelijk onder de grote rivieren vorig jaar behoorlijk door waarbij er ook uitspraken werden gedaan zoals die van Kees Trouw uit het Zuid-Hollandse Hellevoetsluis destijds deed: "In mijn gehele carrière als boer heb ik nog nooit zo'n droog jaar meegemaakt."
Lagere opbrengsten
Vooral de hoge temperaturen in de zomer van 2026 hebben de aardappelen en uien parten gespeeld. Dat de hitte de groei heeft afgeremd, komt duidelijk naar voren in de definitieve proefrooiingen van het aardappelras Innovator. De gemiddelde netto-opbrengst op de negen Gewastour-percelen kwam uit op 46 ton per hectare. Dat is bijna 8 ton minder dan het vijfjarig gemiddelde.
Vooral de nagroei viel tegen. Na de tussentijdse proefrooiing in week 32 groeide er gemiddeld nog 9,2 ton per hectare bij. In eerdere seizoenen lag de nagroei aanmerkelijk hoger. Op de Gewastour-percelen in Noord-Nederland was de nagroei gemiddeld ruim zeven keer zo groot als op de zuidelijke percelen.
Die regionale verschillen zijn ook duidelijk terug te zien in de definitieve opbrengsten. In Midwolda (Groningen) kwam de opbrengst uit op 65,6 ton per hectare, terwijl Dronten (Flevoland) 57,7 ton noteerde. In het Zeeuwse IJzendijke bleef de opbrengst steken op 35,5 ton per hectare. In Voerendaal (Limburg) was dat met 32,5 ton per hectare nog lager.
Meer regen betekent niet automatisch meer opbrengst
De vergelijking tussen beide groeiseizoenen maakt duidelijk dat alleen kijken naar de totale neerslag onvoldoende is om de uiteindelijke opbrengst te verklaren. Niet alleen de hoeveelheid regen telt, maar ook het moment waarop deze valt. Regen in het voorjaar draagt bij aan de vochtvoorraad in de bodem, maar kan een langdurig vochttekort tijdens de groei in de zomer niet compenseren. Daar komt bij dat hoge temperaturen de groei verder kunnen beïnvloeden.
De verschillen in nagroei tussen de noordelijke en zuidelijke percelen wijzen erop dat de verschillen in omstandigheden gedurende het groeiseizoen een belangrijke rol hebben gespeeld. Tijdens de tussentijdse proefrooiingen waren percelen in Zuid-Nederland al dusdanig op hun retour dan een normale nagroei er hoe dan ook niet meer in zat.
De noordelijke percelen profiteerden niet alleen van meer neerslag, maar hadden ook te maken met mildere temperaturen dan de zuidelijke locaties. Juist die combinatie lijkt een belangrijke rol te hebben gespeeld in de ontwikkeling van het gewas en de nagroei. Waar de aardappelen in het noorden na week 32 nog flink doorgroeiden, bleef die extra groei in het zuiden beperkt. Dat verschil vertaalt zich uiteindelijk duidelijk naar de opbrengstcijfers.
© DCA Market Intelligence. Op deze marktinformatie berust auteursrecht. Het is niet toegestaan de inhoud te vermenigvuldigen, distribueren, verspreiden of tegen vergoeding beschikbaar te stellen aan derden, in welke vorm dan ook, zonder de uitdrukkelijke, schriftelijke, toestemming van DCA Market Intelligence.