De inflatie in ons land is in juni onverwacht sterk gedaald: 2,9% jaar-op-jaar tegen 3,5% in mei. Daarin stonden we niet alleen. In zestien van de andere twintig eurolanden daalde de inflatie, in sommige ook fors.
In Spanje en Portugal bleef de inflatie gelijk in juni en in Cyprus en Litouwen steeg de inflatie iets. De inflatie in de eurozone als geheel daalde van 3,2% naar 2,8% en de kerninflatie ging van 2,6% naar 2,4%.
Lagere diensteninflatie (4,1% tegen 4,7% in mei) leverde in ons land de belangrijkste bijdrage aan de daling van het totale cijfer. Ook energie droeg bij aan een wat lagere inflatie en zelfs de voedselprijzen stegen minder hard dan in mei. Sterker nog, voor de prijzen van 'voedsel, dranken en tabak' noteerde het CBS 0,0% prijsstijging. In mei was dat nog 0,4%. Ik heb er al vaker op gewezen dat onze voedselprijzen de wereldvoedselprijsindex van de FAO (in euro) redelijk volgen. De hoogste correlatiecoëfficiënt wordt gevonden bij een vertraging van acht maanden. Het per saldo verdwijnen van de voedselprijsinflatie in juni was op basis daarvan te verwachten. Ik zie niet snel een terugkeer van aanzienlijke prijsstijgingen bij voedsel, al kan een onverhoopte stijging van de olieprijs roet in het eten gooien.
De prijsstijging van industriële goederen blijft mijns inziens eveneens beperkt. Nu de binnenlandse vraag in China afzwakt maar de productie blijft groeien, neemt de overcapaciteit in dat land toe. Ik denk dat dat wereldwijd neerwaartse druk op de prijzen van industriegoederen zal zetten.
De diensteninflatie, tenslotte, zal zich geleidelijk matigen door afzwakking van de loonstijging. Per saldo verwacht ik daarom meevallende inflatiecijfers in de tweede helft van het jaar.
De maximale huurstijging is dit jaar lager dan vorig jaar. Dat drukt ons inflatiecijfer in juli volgens mijn berekeningen met bijna 0,2%. Daar staat dan weer tegenover dat de motorrijtuigenbelasting voor sommige voertuigen omhooggaat en dat de EU-invoerheffing op pakketjes per 1 juli is ingegaan.
Dat het wereldwijd onverwacht goed gaat in de industrie is hier al eerder besproken. Vorige maand verraste de inkoopmanagersindex van de NEVI positief. In juni is die index iets teruggevallen. Maar met 55,5 (in mei was het 55,9) werd nog altijd de op een na hoogste stand in zo'n drie jaar tijd bereikt. De CBS-index van het vertrouwen van industriële ondernemers in ons land steeg van -2 in mei naar +1,3 in juni. Dat klinkt misschien niet spectaculair en het ziet er in de onderstaande grafiek wellicht evenmin spectaculair uit, maar de +1,3 van juni is de hoogste stand sinds augustus 2022 en de maandelijkse stijging (van -2,0 naar +1,3) is de grootste stijging sinds augustus 2020. Je zou bijna zeggen stoelriemen vast! De onverwacht snelle daling van de olieprijs zal hieraan hebben bijgedragen.
Ook heb ik al eerder geschreven over de explosie die wereldwijd plaatsvindt in investeringen in kunstmatige intelligentie. De fenomenale groei van de Taiwanese economie die daarvan een gevolg is, is een case in point. De groei van de exportwaarde van Korea is ook spectaculair. In juni lag die 70,9% hoger dan in juni vorig jaar. In mei was het nog 53,4%.
Achter deze cijfers gaat echter vooral een prijsstijging schuil. De Koreaanse cijfers met betrekking tot de exportprijzen over juni zijn nog niet beschikbaar, maar in mei lagen de exportprijzen liefst 46,9% hoger dan in mei vorig jaar.
Die exportprijsstijging werd vooral getrokken door de prijzen van halfgeleiders. Dat blijkt uit de volgende grafiek. Opmerkelijk is wel dat de zogeheten DRAM-prijzen in absolute zin nu ongeveer gelijk zijn aan die in 2010. In de tussenliggende periode waren ze behoorlijk gedaald. Het is evident dat er een tekort is aan halfgeleiders. De producenten ervan buiten die situatie handig uit.
Het maandelijkse Amerikaanse banenrapport komt altijd uit op de eerste vrijdag van de volgende maand om half drie onze tijd. Dan is voor mij het weekend echter al begonnen en daarom schrijf ik er weinig over in deze wekelijkse nieuwsbrief. Maar vandaag hebben ambtenaren in de VS een vrije dag, omdat de vierde juli, hun nationale feestdag, dit jaar in het weekend valt. Daarom kwam het banenrapport over juni gisteren al uit. De banengroei stelde wat teleur: per saldo nam de werkgelegenheid slechts met 57.000 banen toe. De maandelijkse cijfers zijn echter volatiel. Als je kijkt naar het 3-maandsgemiddelde blijkt dat de arbeidsmarkt sinds begin dit jaar aantrekt. Dat komt de Republikeinen vast goed uit met het oog op de verkiezingen in november.
De gemiddelde uurlonen waren in juni 3,5% hoger dan een jaar eerder. In mei was dat nog 3,4%. De volgende grafiek laat zien dat de loonstijging zich al een tijd geleidelijk matigt. Inmiddels is die niet meer veel hoger dan voor de pandemie. De productiviteitsstijging is nu echter sterker. De inflatiedruk die van de loonstijging uitgaat, neemt dus af. Spelers op de financiële markten houden nog altijd rekening met een of twee renteverhogingen van de Fed dit jaar. Ik denk dat die er niet gaan komen.
Afsluitend
De inflatie is in bijna alle landen van de eurozone gedaald in juni. Bij ons ook. Ik denk dat de inflatie in de rest van het jaar gaat meevallen. Een stijging van de olieprijs kan roet in het eten gooien.
Industriële ondernemers in ons land zijn volgens de CBS-index een stuk positiever geworden. Dat zal te maken hebben met de wereldwijde golf van investeringen in AI, maar ook met de gedaalde olieprijs.
De Koreaanse export groeit als kool, maar dat is voor een belangrijk deel een prijseffect. Een mondiaal tekort aan halfgeleiders leidt tot sterke prijsverhogingen.
De Amerikaanse arbeidsmarkt is sinds het begin van het jaar aangetrokken, terwijl de matiging van de loonstijging geleidelijk doorzet. Precies in het straatje van de Fed.
© DCA Market Intelligence. Op deze marktinformatie berust auteursrecht. Het is niet toegestaan de inhoud te vermenigvuldigen, distribueren, verspreiden of tegen vergoeding beschikbaar te stellen aan derden, in welke vorm dan ook, zonder de uitdrukkelijke, schriftelijke, toestemming van DCA Market Intelligence.