De inflatie in ons land is in juli weer wat opgelopen: van 2,9% in juni naar 3,1%. De kerninflatie, dus exclusief voedsel, energie, alcohol en tabak bleef onveranderd 3,2%. Bij de zogeheten snelle raming publiceert het CBS slechts een luttel aantal details. Toch geven die een goed beeld. Hogere energieprijzen (+9,7% jaar-op-jaar, tegen +6.0% in juni) duwden het algehele inflatiecijfer met net iets meer dan 0,2%-punt omhoog. Zo beschouwd kwam de hele stijging van het inflatiecijfer op het conto van de energieprijzen.
Toen de olieprijs opliep na het uitbreken van de oorlog in Iran, werd direct gezegd dat de prijzen van voedsel daardoor zouden oplopen. Je moet je echter realiseren dat er een forse vertraging zit tussen de stijging van de energieprijzen en onze inflatie bij voedingsmiddelen. Ook volgen onze voedingsprijzen de wereldmarktprijzen voor voedsel, eveneens met een maandenlange vertraging. Op basis daarvan viel te verwachten dat de inflatie bij voeding gematigd zou blijven. En dat bleek. Prijzen voor voeding waren in juli per saldo gelijk aan een jaar eerder, net zoals in juni.
Prijzen van industriële goederen waren 0,8% hoger dan een jaar eerder. In juni was dat nog 0,7%. Ik verwacht daar geen bijzondere stijging van de komende tijd vanwege de bestaande overcapaciteit mondiaal. Door verstoringen in de wereldhandel kan er wel tijdelijk enige opwaartse prijsdruk ontstaan.
De meeste inflatie zit bij diensten, maar ook daar bleef de inflatie gelijk ten opzichte van juni: +4,1% j-o-j. Diensten maken ongeveer de helft uit van de inflatiemand en binnen diensten maken huren zo'n 40% uit van het geheel. De huurstijging, per 1 juli, viel dit jaar zeer waarschijnlijk wat lager uit dan een jaar geleden. Ik schat in dat de lagere huurverhoging de totale inflatie met 0,1-0,2% heeft gedrukt. Dat de diensteninflatie toch op 4,1% bleef staan, komt dus doordat de prijzen van andere diensten juist sneller stegen. In de toelichting op de eerder gepubliceerde Belgische inflatiecijfers staat dat de stijging van de Belgische inflatie (van 3,4% in juni naar 3,6% in juli) niet alleen door hogere energieprijzen, maar ook vooral door hogere prijzen van vliegtickets werd veroorzaakt. Dat zal dan bij ons ook zo zijn. Volgende week publiceert het CBS alle details.
Overigens is het inflatiebeeld in de landen om ons heen vergelijkbaar met het beeld bij ons. In België liep de inflatie dus op van 3,4% naar 3,6%; in Frankrijk van 2,8% naar 3,1%; in Spanje van 3,2% naar 3,5% en in Duitsland van 2,3% naar 2,8%. Dat de inflatie in Duitsland fors steeg kwam doordat de tijdelijke verlaging van de benzineaccijns van 17 cent per liter in juli werd teruggedraaid, zoals gepland.
Onze economie is in het tweede kwartaal volgens de eerste berekening van het CBS met 0,4% gegroeid ten opzichte van het eerste kwartaal. Het groeicijfer over het eerste kwartaal werd licht opwaarts herzien. Daarmee doet onze economie het bepaald niet slecht, gegeven de hogere energieprijzen en het relatief zwakke vertrouwen. Ook de samenstelling van de groei, op basis van de bestedingen, stemde tot tevredenheid. De particuliere consumptie groeide met 0,5%. Ook de investeringen en de overheidsconsumptie droegen bij aan de groei. Doordat de importgroei de exportgroei overtrof, leverde de buitenlandse handel een licht negatieve groeibijdrage. Maar dat is de benadering van de boekhouder (no disrespect). Zowel het volume van de export als van de import groeide duidelijk sneller dan de economie als geheel en in mijn optiek levert dat zeker een bijdrage aan de groeidynamiek.
De economie van de eurozone groeide eveneens met 0,4%. Van de landen waarvan tot dusver groeicijfers over het tweede kwartaal zijn gepubliceerd was België het zwakst: 0,0% kwartaal-op-kwartaal. Ierland is de koploper met 3,9% groei, maar cijfers voor dat land zijn volatiel en worden sterk beïnvloed door de financiële stromen die Amerikaanse techgiganten door Ierland laten vloeien. De Ieren zelf hechten weinig waarde aan de BBP-cijfers en kijken liever naar alternatieve maatstaven die een beter beeld schetsen van de onderliggende economische ontwikkeling. Van de grotere landen groeide Spanje met 0,7% en de Duitse economische groei viel met 0,2% bepaald niet tegen. Of de groei houdbaar is in de tweede helft van het jaar is afwachten.
De tweede helft van het jaar is wat betreft diverse belangrijke stemmingsindicatoren goed begonnen, zeker tegen de achtergrond van de schokken van de twee oorlogen en de hogere en volatiele olieprijs. Niet dat de vertrouwensindices hoge waarden registreren in historisch perspectief, maar er is wel sprake van enige verbetering. De Ifo-index die het vertrouwen van Duitse ondernemers meet steeg van 85,7 in juni nar 86,6 in juli. Dat was vooral te danken aan een verbetering van de verwachtingen: die steeg van 84,3 naar 86,7.
De index van het 'Economisch Sentiment' voor de eurozone verbeterde van 95,4 in juni naar 96,9 in juli. Alle onderliggende componenten (consumenten, industrie, diensten) verbeterden.
Ook in ons land verbeterde het vertrouwen van industriële ondernemers. Volgens de cijfers van het CBS steeg de index die dat vertrouwen meet van 1,3 in juni naar 2,4 in juli, de tweede maand op rij waarin de index steeg. Het vertrouwen van consumenten steeg van -39 naar -35, eveneens de tweede maand met verbetering. De volgende grafiek laat mooi zien dat ten opzichte van de periode van voor de pandemie het vertrouwen van industriële ondernemers veel sterker is dan van consumenten.
De verbetering van de conjunctuur is niet voorbehouden aan de eurozone, het is een wereldwijde ontwikkeling. De explosie van investeringen in kunstmatige intelligentie is een belangrijke aanjager. Tegen alle verwachtingen in is de groei van de wereldhandel in de eerste helft van dit jaar versneld. Ik schreef daar vorige week al over. Vooral in Azië worden indrukwekkende cijfers gepubliceerd. De Amerikaanse economie groeide in het tweede kwartaal juist minder snel dan verwacht: 1,5% geannualiseerd, wat neerkomt op min of meer hetzelfde groeipercentage als in Nederland. Daarbij dient wel opgemerkt dat de buitenlandse handel de BBP-groei met 1,0%-punt drukte en het interen op voorraden met 0,7%. Het voor de VS teleurstellende groeicijfer geeft dus een negatiever beeld dan de onderliggende ontwikkelingen rechtvaardigen. De investeringen groeien hard in de VS. De orders voor kapitaalgoederen (exclusief defensie en vliegtuigen) waren in juni 12,5% hoger dan in juni 2025. Dit zijn nominale cijfers, maar ik schat dat de volumestijging toch ook zo'n 9% beloopt.
De Fed liet deze week de officiële rente onveranderd. De beslissing was niet unaniem. Drie leden van het beleidscomité stemden voor een renteverhoging, negen leden wilden de rente onveranderd laten. De drie 'dissenters', zoals de tegenstemmers worden genoemd wijzen op de inflatie die al vijf jaar boven de doelstelling ligt. Maar voorlopig delven ze het onderspit.
Kevin Warsh, de nieuwe voorzitter van de Fed, is door Trump naar voren geschoven en Trump wil renteverlagingen. Dat zit er momenteel niet in. Hij moet zich voorlopig tevredenstellen met het uitblijven van renteverhogingen, maar het valt geenszins uit te sluiten dat de Fed de rente later dit jaar toch verhoogt. Alles hangt af van de ontwikkeling van de inflatie en die is onvoorspelbaar vanwege de volatiele olieprijs.
Ik kijk trouw naar de persconferenties na afloop van rentevergaderingen (zowel naar die van de Fed als van de ECB en af en toe ook naar die van de centrale bank van Rusland, maar dat terzijde). Er waait bij de Fed een heel andere wind onder de nieuwe voorzitter, Kevin Warsh, dan onder Jay Powell, zijn voorganger. Het optreden van Warsh is best verfrissend, maar ik vind dat hij iets te vaak moeilijke vragen ontwijkt. Ik blijf het volgen.
Warsh stuurt aan op vergaande veranderingen binnen de Fed. Dat proces is in volle gang. Ik heb de indruk dat hij de rente het liefst onveranderd laat totdat het proces van verandering is afgerond. Dat zal niet ver voor het einde van het jaar zijn, schat ik in.
Afsluitend
De inflatie is in juli licht opgelopen. In de landen om ons heen is dat ook gebeurd. De hogere inflatie is volledig aan de hogere brandstofprijzen toe te schrijven. Buiten 'energie' zijn er geen tekenen van een versnelling van de inflatie. Hopelijk blijft dat zo en is de oorlog in Iran snel voorbij, waardoor de inflatie weer wat kan dalen.
De conjunctuur is in de loop van de eerste helft van het jaar tegen de verwachting in sterker geworden. En diverse vertrouwensindicatoren suggereren dat dat proces zich in juli heeft voortgezet. Dat is goed nieuws.
De Fed heeft de rente niet verhoogd deze week, maar er is verdeeldheid binnen het beleidscomité en een of meerdere renteverhogingen later dit jaar zijn geenszins uit te sluiten. Mijn best guess is dat de Amerikaanse officiële rente toch onveranderd blijft de komende maanden, maar de onzekerheid is groot.
© DCA Market Intelligence. Op deze marktinformatie berust auteursrecht. Het is niet toegestaan de inhoud te vermenigvuldigen, distribueren, verspreiden of tegen vergoeding beschikbaar te stellen aan derden, in welke vorm dan ook, zonder de uitdrukkelijke, schriftelijke, toestemming van DCA Market Intelligence.