Een paar weken geleden leek een Hongaarse renteverlaging een uitgemaakte zaak, maar toch is het geen verrassing dat de centrale bank in de aanloop naar de verkiezingen pas op de plaats maakt. De richting van de forint wordt echter vooral bepaald door wat er in Iran gebeurt.
In de valutawereld echoën de rentebeslissingen van de Hongaarse Magyar Nemzeti Bank (MNB) meestal niet hard door. De keuze om de beleidsrente op peil te houden trekt deze week echter toch behoorlijk de aandacht. In politiek opzicht zijn de schijnwerpers op Hongarije gericht door de parlementsverkiezingen die op 12 april worden gehouden. Het land ligt extra onder het vergrootglas nadat de Washington Post berichtte dat minister van Buitenlandse Zaken Péter Szijjártó tijdens EU-toppen gevoelige informatie doorspeelde aan zijn Russische ambtgenoot Sergej Lavrov. Onder meer door de grote afhankelijkheid van energie uit Rusland, onderhoudt Hongarije nauwe banden met de grote buur. Ook tijdens de beleidsvergadering van de MNB eiste energie vandaag een hoofdrol op.
Hoe hard laait het inflatievuur op?
De sterke stijging van de olieprijs dreigt de Hongaarse inflatie namelijk behoorlijk op te stoken. In de afgelopen twaalf maanden was die inflatie mooi gedaald van 5,6% naar 1,4% in februari. Economen houden er rekening mee dat er de inflatie in Hongarije in de loop van het jaar oploopt richting 4%. Hierdoor is er opeens veel minder ruimte om de beleidsrente te verlagen dan waar het aan het begin van 2026 naar uitzag. Ook het koersverloop van de forint geeft aanleiding om voorzichtig te zijn met renteverlagingen. De Hongaarse munt is sinds de eerste aanvallen op Iran met 6% gedaald ten opzichte van de euro. Als de MNB de beleidsrente te snel terugschroeft, is het voor partijen niet meer zo aantrekkelijk om vermogen in forint aan te houden.
Stok tussen de spaken
Ten slotte wegen ook de naderende verkiezingen mee bij de keuze van de centrale bank om niet al te stevig aan de beleidsrente te sleutelen. Volgens peilingen kan de Tisza-partij van uitdager Péter Magyar rekenen op 48% van de stemmen. De Fidesz-partij van de zittende premier Viktor Orbán komt niet verder dan 39%. Een zege van Tisza zal in ieder geval in Brussel met gejuich worden ontvangen. Met het veelvuldig uitspreken van veto's steekt Orbán namelijk regelmatig een stok tussen de spaken van de Europese besluitvorming. De winnaar van de verkiezingen zal de financiële teugels overigens stevig moeten aanhalen. Het begrotingstekort heeft in de eerste twee maanden van 2026 al 40% van het jaardoel behaald, aangezien Orbán stevig de portemonnee trekt in een poging om zoveel mogelijk stemmen binnen te halen.
Alle ogen op Iran
Kredietbeoordelaar Standard & Poor's waarschuwt al dat de rating van de Hongaarse schuld mogelijk wordt verlaagd als het tekort verder oploopt. Maar voorlopig wordt de richting van de forint echter sterker bepaald door wat er in Iran gebeurt, dan door de naderende verkiezingen en het MNB-beleid. Gisteren schoot de munt bijvoorbeeld nog met 2% omhoog ten opzichte van de euro, nadat de Amerikaanse president Donald Trump aankondigde dat hij gesprekken met Iran wilde aanknopen. Het is echter veel te vroeg om er al op voor te sorteren dat de forint zijn opmars van vorig jaar hervat. Dankzij de sterke economische groei en relatief hoge beleidsrente, is de munt tussen half april 2025 en eind februari met 9% opgelopen. Ondanks een beleidsrente van 6,25%, is een nieuwe rally nog ver weg.
© DCA Market Intelligence. Op deze marktinformatie berust auteursrecht. Het is niet toegestaan de inhoud te vermenigvuldigen, distribueren, verspreiden of tegen vergoeding beschikbaar te stellen aan derden, in welke vorm dan ook, zonder de uitdrukkelijke, schriftelijke, toestemming van DCA Market Intelligence.