De wisselvallige berichtgeving vanuit het Witte Huis over de strijd in Iran zorgt voor forse bewegingen op financiële markten. Vooral de olieprijs schommelt hevig, met directe gevolgen voor inflatie, renteverwachtingen en de koers van de dollar.
Het ene moment vertelt de Amerikaanse president Donald Trump dat de gesprekken met Iran goed verlopen, maar even later dreigt hij om de energie- en ontziltingsinfrastructuur van het land aan te vallen. De tegenstrijdige berichtgeving vanuit het Witte Huis werkt op verschillende manieren door in de financiële wereld. Daarbij is de olieprijs de beste barometer voor hoe handelaren naar het strijdverloop kijken.
Een vat Brent-olie is sinds eind februari ruim de helft duurder geworden, maar er waren afgelopen maand ook meerdere dagen waarop het zwarte goud in één klap 10% daalde. Op valutamarkten gaat de aandacht vooral uit naar de dollar, maar ook hier speelt de olieprijs indirect een steeds grotere rol.
Olieklap komt hard aan in VS
Daarbij draait alles om de vraag hoe de hoge prijs aan de pomp doorwerkt in de economie. In Nederland staat het kabinet onder steeds grotere druk om de hoge benzineprijzen te compenseren. Maar in de Verenigde Staten komt de klap nog een stuk zwaarder aan. Omdat accijnzen en toeslagen beduidend lager liggen dan in Europa, wegen de schommelingen van de olieprijs steviger mee in de prijzen van benzine, diesel en andere brandstof. De prijzen aan de pomp zijn ongeveer dubbel zo hard gestegen als in ons land. Als dit een tijdelijk effect is, laat dat zich niet zo sterk voelen in de portemonnee van Joe Sixpack en het Amerikaanse bedrijfsleven. Maar als de olieprijs langere tijd hoog blijft, voorspelt dat weinig goeds voor de economie in de Verenigde Staten.
40.000 banen erbij. Of toch niet?
Hoewel de richting van de olieprijs vooral bepaald wordt door de ontwikkelingen in Iran en het Witte Huis, zijn de ogen van de valutawereld morgen gericht op de cijfers die het Amerikaanse ADP naar buiten brengt. Deze onderneming voert de loonadministratie en -betaling uit voor een groot deel van het bedrijfsleven. Naar verwachting wijzen de cijfers erop dat er in maart ongeveer 40.000 banen zijn bijgekomen. Als de daadwerkelijke banengroei lager uitvalt, zullen de zorgen om de Amerikaanse arbeidsmarkt toenemen. In dat geval zal de druk toenemen op de Federal Reserve om ondanks een oplopende inflatie, toch de beleidsrente wat te verlagen om zo de economie wat lucht te geven. Een dalende rente is meestal ongunstig voor de dollar.
Schokkerig koersverloop
Ondanks een behoorlijk schokkerig koersverloop, heeft de Amerikaanse munt de afgelopen maand toch terrein gewonnen op de euro. Europa kampt met dezelfde problemen en heeft bovendien als extra uitdaging dat het voor olie en aardgas afhankelijk is van buitenlandse invoer. Behalve de westerse economie, heeft de oliemarkt in zekere zin ook de valutawereld zo in een wurggreep. Op de lange termijn is het meest waarschijnlijke scenario dat het renteverschil tussen de Verenigde Staten en Europa wat gaat afnemen. Hierdoor zou de euro een streepje voor hebben. Maar zolang er nog geen uitzicht is op een eind aan de strijd in Iran en een fatsoenlijke doorgang van de Straat van Hormuz voor het scheepvaartverkeer, dobberen valutamarkten mee op de stemming van Trump.
© DCA Market Intelligence. Op deze marktinformatie berust auteursrecht. Het is niet toegestaan de inhoud te vermenigvuldigen, distribueren, verspreiden of tegen vergoeding beschikbaar te stellen aan derden, in welke vorm dan ook, zonder de uitdrukkelijke, schriftelijke, toestemming van DCA Market Intelligence.