Shutterstock

Opinie Krijn J. Poppe

Kostprijsdenken weer helemaal terug

6 Oktober 2020 - 2 reacties

Al eeuwen letten agrarische ondernemers sterk op hun kosten, want aan de marktprijzen kan een boer immers niet veel doen. Gek eigenlijk dat kostprijzen van voedsel nog niet zo lang bestaan.

Pas in 1948 promoveerde drs. Jan Horring op het proefschrift 'Methode van de kostprijsberekening in de landbouw ', waarin hij uitlegde hoe je een kostprijs kunt uitrekenen. Hij loste daarmee een paar problemen op. De eerste is hoe je de arbeid van boeren en gezinsleden en hun eigen vermogen in de kosten moest verwerken. Horring stelde voor gezin en bedrijf te scheiden en te veronderstellen dat het bedrijf die onbetaalde productiefactoren moet inkopen (tegen bijvoorbeeld cao-lonen of bankrente).

Het tweede probleem was dat kostprijzen op kleine bedrijven veel hoger zijn dan op grotere die efficiënter werken. Daarvan kan je het gemiddelde nemen, als je de kostprijs van de Nederlandse melk wilt weten. Maar Horring, die sinds 1940 de eerste directeur van het Landbouweconomisch Instituut (LEI) was, kon daar niet mee uit de voeten. Zijn kostprijzen moesten worden gebruikt in het Nederlandse landbouwbeleid van Sicco Mansholt om boeren een redelijk inkomen te garanderen. De liberaal Horring zag aankomen dat dat gemiddelde tot productieverhoging en melkplassen ging leiden.

Uit de markt prijzen
De promovendus, die bij de latere Nobelprijswinnaar Jan Tinbergen in Rotterdam had gestudeerd, ging daarvoor te rade bij de concurrenten in Amsterdam. Er waren in die tijd in de bedrijfseconomie verschillende opvattingen tussen de twee steden. In Amsterdam hadden ze zich in de jaren '30 gebogen over de vraag hoe je de kostprijs berekend bij hoge inflatie en bij werkloosheid.

Vanwege de inflatie moest je niet de in het verleden betaalde kosten, maar de huidige vervangingswaarde nemen, anders kwam je te laag uit. Maar je kon ook te hoog uitkomen als je alle kosten deelt door de werkelijke productie (die niet de hele capaciteit van de fabriek gebruikte). Als deze kostprijs dan werd gebruikt voor het bepalen van de verkoopprijs, prijsde je jezelf uit de markt, nam de vraag verder af, en steeg je kostprijs nog verder.

Beleid baseren op efficiënte bedrijven
Dus je moest rekenen, zo redeneerden zij, met de normale productie en voor de rest je verlies van onderbezetting maar nemen. In analogie beredeneerde Horring dat je de kostprijs voor landbouwbeleid moest baseren op de gegevens van efficiënt geleide bedrijven, die door regionale experts konden worden aangewezen. Door het gemiddelde van een aantal jaren als de normale productie te zien, loste Horring het probleempje op dat de oogsten van jaar tot jaar sterk schommelden.

De methoden uit het proefschrift waren jarenlang de basis voor het landbouwbeleid. Het kon niet voorkomen dat er toch al in de jaren '50 een melkoverschot ontstond. Bedrijfseconomen legden later uit dat kostprijzen ook voor het management maar een beperkte betekenis hebben. De markt bepaalt de prijs, het is dus vooral gereedschap voor bedrijfsvergelijking. En niet altijd voor besluitvorming: wie een contract krijgt aangeboden voor tarwe met 105% van de kostprijs en voor suikerbieten met 95% van de kostprijs kan toch maar beter suikerbieten telen. De marge per hectare is minstens zo belangrijk.

Niet te veel heffingen betalen
Maar intussen is het kostprijsdenken helemaal terug. Nu in de vorm van 'true cost accounting'. We maken in de landbouw niet alleen gebruik van onbetaalde gezinsarbeid, maar ook van onbetaalde effecten op milieu en natuur. We betalen niet, zoals de industrie, voor de CO2 uitstoot of voor de emissie van fijnstof. Een nieuwe generatie economen probeert die kosten uit te drukken in euro's en op te nemen in de 'werkelijke' kostprijs.

Ik zie uit naar een goed proefschrift. Waarbij ik als consument en boer hoop dat ze die werkelijke kostprijs baseren op efficiënt geleide bedrijven, anders betalen we teveel heffingen. En de true cost wordt niet automatisch de true price die de consument betaalt. Daar is voedselbeleid voor nodig.

boerenbusiness.nl

Krijn J. Poppe

Krijn Poppe werkte bijna 40 jaar als econoom bij het LEI en Wageningen UR en vervult nu een aantal advies- en bestuursfuncties. Voor Boerenbusiness duikt hij in zijn boekenkast en bespreekt actuele ontwikkelingen aan de hand van klassiek geworden studies.
Reacties
2 reacties
Abonnee
petatje 6 Oktober 2020
Dit is een reactie op het Boerenbusiness artikel:
[url=https://www.boerenbusiness.nl/column/10889560/kostprijsdenken-weer-helemaal-terug]Kostprijsdenken weer helemaal terug[/url]
Ik zou in dat proefschift graag ook de Co2 vastlegging en zuurstofproductie zien van de landbouw en de maatschappelijke beloning die daar bij hoort! Er leeft geen mens of dier en er wordt geen brandstof verbrand, zonder zuurs tof!
hans 6 Oktober 2020
Wat zijn die "efficient geleide bedrijven"?

Misschien zijn de bedrijven die vroeger "economisch" het minst draaiden, de niet intensieve, vaak kleinere bedrijven waar veel familie-arbeid gebruikt werd,
nu vwb de 'true cost accounting'wel veruit de beste bedrijven.

Grote intensieve "effectief geleide" bedrijven blinken nl. uit in aan- en afvoer van alle productiemiddelen, vaak ook nog vanuit en naar de verre oorden. Veel verre handel geeft veel vervuiling.

Dus de heffingen maar baseren op kleine, zelfvoorzienende bedrijven, anders gaan die grote intensieve kapot aan heffingen.
U kunt niet meer reageren.

Meld je aan voor onze nieuwsbrief

Mis niets en schrijf je in voor onze gratis dagelijkse nieuwsbrief

Opinie Krijn J. Poppe

Hogere prijzen lokken lagere prijzen uit

Nieuws Voedselprijzen

Voedselprijsindex staat op hoogste niveau sinds 1990

Aangeboden door A-Insights

Supply chain-tekorten en kosteninflatie

Opinie Krijn J. Poppe

Groot in Oekraïne een voorbode voor Nederland?

Blijf op de hoogte

Mis niets en schrijf je in voor onze gratis dagelijkse nieuwsbrief