Shutterstock

Opinie Krijn J. Poppe

Elke gemeenschap heeft op voedselsoevereiniteit recht

1 Maart 2022

Debatten over het Europese landbouwbeleid of het Nederlandse milieubeleid leiden regelmatig tot discussies over onze relatie met ontwikkelingslanden. Moeten we in hun voedsel voorzien door onze export en dreigt dat bij nieuw beleid in gevaar te komen? Of kunnen ze daar zelf wat meer produceren?

Dat is dus een goede reden om een werkje uit de kast te trekken van Theodore W. Schulz, een landbouweconoom die in 1979 de Nobelprijs won. Hij leidde jarenlang de beroemde afdeling economie van de universiteit van Chicago. In 1965 publiceerde hij voor het grotere publiek het boekje "Economic crises in world agriculture". Crisis in het meervoud dus, want het ging niet alleen slecht met de voedselproductie in Rusland en China, maar Schulz zag ook forse problemen in ontwikkelingslanden als India en in de Verenigde Staten (en West-Europa). Het was midden in de Koude Oorlog en de Amerikanen probeerden zowel via voedselhulp als via het sturen van landbouwvoorlichters de wereld voor zich te winnen. Schulz was er buitengewoon kritisch over.

Niet beter onder prijsverhoudingen
Hij legde uit dat het zeer lastig is om iets te verbeteren aan de eeuwenoude landbouwsystemen in bijvoorbeeld India. Die boeren daar waren niet dom, lui of achterlijk, woorden die door sommigen in die tijd makkelijk werden gebezigd met verwijzing naar de lage productie per ha. Het waren volgens Schulz gewoon op inkomen en winst gerichte ondernemers. Alleen kon het onder de bestaande prijsverhoudingen niet beter, hoe laag de kg-opbrengsten ook waren. Het systeem was in de loop der tijd uitgekristalliseerd en nu in evenwicht en er waren geen investeringsopties. Sparen had niet veel zin, want nog een waterbron of een buffel erbij gaat meer kosten dan opbrengen. Of zoals economen zeggen: de allocatieve efficiency kan niet worden verbeterd door de mix van productiefactoren te veranderen.  Als je dat systeem meer wil laten produceren, moet het vooral moeten van betere opbrengstprijzen, nieuwe rassen of goedkopere kunstmest. En die betere prijzen zaten er niet in, zolang de Amerikanen hun overschotten op de wereldmarkt dumpten.

Tegenover dat traditionele model van landbouw stelde Schulz de moderne landbouw van Noord-Amerika en West-Europa. In dat systeem viel nog heel veel te verbeteren, het was nog lang niet in evenwicht. Er waren rendabele investeringsopties om nog meer arbeid door machines te vervangen en er was overproductie (althans in de VS, pas later ook in Europa) die met subsidies moesten worden weggewerkt. Daarbij waren de inkomens in de agrarische sector relatief laag ten opzichte van de rest van de samenleving, dit in tegenstelling tot India waar iedereen arm was. Schulz pleitte er dan ook voor de sociale voorzieningen voor de agrarische sector te verbeteren, een opmerkelijk geluid uit het liberale bastion Chicago voor de Republikeinse Midwest.

Enorme vooruitgang in voedselproductie
Het boekje - vlot geschreven in amper 100 pagina's - is niet Schulz' zijn bekendste werk, maar zet nog steeds aan tot nadenken. Veel landen in de wereld hebben inmiddels enorme voortgang gemaakt met de voedselproductie. Hongersnood komt meestal door oorlog en de daarbij horende logistieke problemen. Maar de armoede is op veel plaatsen nog schrijnend en ontwikkeling is nodig. Schulz leert ons dat in dat proces de prijsverhoudingen essentieel zijn. Inmiddels is daartoe ook het begrip voedselsoevereiniteit bedacht, wat erop neer komt dat gemeenschappen het recht zouden moeten hebben hun eigen voedsel te kunnen telen en de sector dus ook (tijdelijk) te beschermen. Zoals wij dat in het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid hebben gedaan. Handel is ook dan nodig, want oogsten fluctueren en specialisatie is goed voor de welvaart.

Voor het lopende debat in Europa betekent dat volgens mij dat export vooral hoogwaardige producten als bijvoorbeeld uitgangsmateriaal en klinische voeding zou moeten betreffen. De productie zou niet ten koste moeten gaan van onze biodiversiteit en klimaatopgave, en niet ten koste van de ontwikkeling van de landbouw in derde landen. Maar die regel is natuurlijk niet in ieders belang.

boerenbusiness.nl

Krijn J. Poppe

Krijn Poppe werkte bijna 40 jaar als econoom bij het LEI en Wageningen UR en vervult nu een aantal advies- en bestuursfuncties. Voor Boerenbusiness duikt hij in zijn boekenkast en bespreekt actuele ontwikkelingen aan de hand van klassiek geworden studies.

Opinie Krijn J. Poppe

Tijd van gratis geld voorbij: dalende grondprijzen?

Opinie Krijn J. Poppe

De film bijna vergeten in communicatie overheid

Opinie Krijn J. Poppe

Ondernemerschap is nodig, maar niet genoeg

Opinie Krijn J. Poppe

Ontlok de creatieve energie van innovatieve boeren

Blijf op de hoogte

Schrijf je in en ontvang elke dag het laatste nieuws in je inbox