Na een mooie oogstperiode in september en de eerste dagen van oktober is het inmiddels even pas op de plaats. Het herfstweer van de afgelopen weken heeft de nodige millimeters opgeleverd, waardoor oktober dit jaar weer natter verloopt dan gemiddeld.
De neerslag kan voor oponthoud zorgen bij het zaaien van wintergranen en de laatste oogstwerkzaamheden. Na het droge groeiseizoen kan de bodem echter nog wat hebben. Maar hoe ontwikkelt oktober zich als groeimaand en wat betekent dat voor de toekomst?
Door de opwarming van het klimaat begint het groeiseizoen in Nederland steeds eerder en eindigt het later. Daarmee verandert ook de periode waarin gewassen kunnen groeien. Oktober kan daardoor een grotere rol gaan spelen, al zijn niet alleen de temperaturen bepalend. Ook de hoeveelheid neerslag en de tijd die nodig is om percelen na regen weer begaanbaar te krijgen, spelen een belangrijke rol in wat oktober hierin kan bijdragen voor in de toekomst.
Groeiseizoen begint steeds eerder
Door de opwarming van het klimaat begint het groeiseizoen in Nederland steeds eerder en eindigt het later. Volgens het KNMI start het groeiseizoen tegenwoordig gemiddeld ruim drie weken eerder dan rond 1900. Het einde is gemiddeld ongeveer anderhalve week opgeschoven. Daardoor is het groeiseizoen in ruim een eeuw tijd met meer dan vier weken verlengd.
De temperatuur speelt daarin een belangrijke rol. Voor veel planten komt de groei op gang wanneer de gemiddelde etmaaltemperatuur boven de 5 graden uitkomt. In het najaar neemt de groei weer af wanneer de temperatuur structureel daalt. Doordat het voorjaar eerder opwarmt en het najaar langer zacht blijft, krijgen planten daardoor meer tijd om te groeien.
Wat betekent dat voor de maand oktober?
Een langer groeiseizoen betekent niet automatisch dat gewassen ook langer onder gunstige omstandigheden kunnen groeien. Naast temperatuur spelen ook vocht, licht en de bodemomstandigheden een belangrijke rol. Regen kan in oktober welkom zijn na een droge zomer, maar tegelijkertijd de begaanbaarheid van percelen beperken.
Het probleem zit daarbij niet alleen in de hoeveelheid neerslag, maar vooral in de tijd die nodig is voordat de grond weer voldoende is opgedroogd. In het najaar zijn de omstandigheden voor verdamping doorgaans minder gunstig dan in de zomer. Daardoor kan het langer duren voordat percelen weer goed begaanbaar zijn.
Groeiseizoen wordt naar verwachting nog langer
De KNMI-klimaatscenario's laten zien dat het groeiseizoen in Nederland deze eeuw naar verwachting verder zal toenemen. Hoe sterk dat gebeurt, hangt onder meer af van de toekomstige uitstoot van broeikasgassen. In het hoge scenario kan de gemiddelde lengte van het groeiseizoen tegen het jaar 2100 oplopen tot bijna 300 dagen. In het lage scenario ligt dat rond de 230 dagen.
Voor de landbouw kan die ontwikkeling kansen bieden, bijvoorbeeld doordat gewassen eerder kunnen beginnen met groeien of langer doorgroeien. Tegelijkertijd blijven de verdeling van de neerslag en de kans op extreme weersomstandigheden bepalend. Een warmere oktobermaand kan dus meer groeimogelijkheden bieden, maar ook zorgen voor nattere periodes tegen het einde van het groeiseizoen, wat de begaanbaarheid van de percelen dan weer niet ten goede komt.
© DCA Market Intelligence. Op deze marktinformatie berust auteursrecht. Het is niet toegestaan de inhoud te vermenigvuldigen, distribueren, verspreiden of tegen vergoeding beschikbaar te stellen aan derden, in welke vorm dan ook, zonder de uitdrukkelijke, schriftelijke, toestemming van DCA Market Intelligence.