Shutterstock

Opinie Krijn J. Poppe

De geketende boer en het sorteren van winnaars

12 Januari 2021 - 5 reacties

FarmerFriendly of On the way to Planet Proof? Dagverkoop, poolcontract of vaste-prijs-contract? Vrije mester of contract? Coöperatie of beursgenoteerd? Veiling of contract? Allemaal keuzes van vragers en aanbieders om de relaties in de keten vorm te geven.

En als er sprake is van keuzes, dan vragen economen zich meteen af welke keuze in een bepaalde situatie het efficiëntst is. Zo ook de Amerikaanse hoogleraar agrarische bedrijfseconomie Michael Boehlje. Dergelijke vraagstukken waren ook al buiten de landbouw bestudeerd en hij koppelde die inzichten aan zijn grote kennis van de Amerikaanse landbouw. Dat leidde in 1999 tot een veel geciteerd wetenschappelijk artikel: Structural changes in the agricultural industries: how do we measure, analyse and understand them?

Relaties in de keten
Boehlje benoemde 3 factoren die doorslaggevend lijken te zijn in de vormgeving van relaties in de keten. Allereerst de mate van programmeerbaarheid (beheersbaarheid) van de productie. Als die groot is, kan je op specificatie van de afnemer produceren (bijvoorbeeld een bepaald ras appelen of een grote hoeveelheid voor een reclameactie spinazie). Dan ga je met elkaar een intensievere relatie aan via een contract, in plaats van te wachten of de ander wel komt opdagen op de veiling.

Hetzelfde geldt als je specifieke investeringen in machines of in kennis moet doen voor een bepaalde klant. Ook dan wil je wel garanties dat je over langere periode je investering terug kunt verdienen. Dat gaat straks bijvoorbeeld spelen bij de GLB-ecoregelingen: voor een contract van 1 jaar ga je geen onderwaterdrainage in de veenweide aanleggen. Dan wil je een contract van misschien wel 25 jaar, zodat je daarop je bedrijfsstrategie kunt bouwen.

Winst objectief splitsen
Een laatste factor is het feit dat de markt veronderstelt dat je de winst via de prijs tussen de partijen op een objectieve manier kunt splitsen. Soms lukt dat niet. Ik ken zo snel geen goede landbouwvoorbeelden. Maar stel je voor dat je als akkerbouwer, met veel kennis van vroege kiemstadia van planten, in zee gaat met een onderzoeker in kunstmatige intelligentie van de TU Twente om de beste onkruidherkenningssoftware te ontwikkelen. Als dit een succes wordt, is dit dan de verdienste van de akkerbouwer of de ict-nerd? Moeilijk te zeggen, dan is het maar het slimst om een gezamenlijke onderneming op te richten en beide aandeelhouder te worden.

Met zijn analyse voorzag Boehlje dat de voedselketen, inclusief de landbouw, steeds meer ging lijken op industriële bedrijfstakken. Onder andere door ict en genetica wordt het proces steeds beheersbaarder. Al in de opening van zijn artikel schreef hij dat de bedrijfstak die wordt gedomineerd door op het gezin gebaseerde, kleinschalige, relatief onafhankelijke bedrijven, zich ontwikkelt naar grote bedrijven die veel strakker in de rest van de keten zijn geïntegreerd. En - zo waarschuwde hij - zo'n geïntegreerde bedrijfstak wordt als het om milieuregelgeving gaat net zo behandeld als andere industrieën. Ze kunnen niet vertrouwen op de sympathie voor het kleine gezinsbedrijf.

Denken in voedselsystemen
Zijn inzichten kwamen voort uit het ketendenken van de jaren '90. Dat was deels weer schatplichtig aan het begrip Agribusiness dat prof. Ray Goldberg begin jaren '60 op Harvard University had geïntroduceerd. Dat gebruiken we nog steeds om aan te geven dat de landbouw weliswaar 1,5% van de economie is, maar het totale complex wel 7%. En intussen maakt het denken in voedselsystemen opgang, omdat we ook aandacht krijgen voor de rol van bijvoorbeeld banken en ngo's.

Begin deze eeuw keek een team van onderzoekers onder leiding van Gary Gereffi naar ketenorganisaties in tal van sectoren (maar niet in de agrosector). Die constateerden dat er 5 'ideaaltypes' zijn. Aan het ene uiterste de klassieke markt met veel vragers en aanbieders voor een standaardproduct, zoals we die in de economieboekjes op school leren. En aan de andere kant ondernemingen die bijna alles zelf doen, van het telen van gewassen tot het leveren aan consumenten. Zowel het Belgische Colruyt, als boeren met eigen verkoop of zeer korte keten lijken aanhanger van dat model. Ondernemen is het kiezen van de juiste organisatievorm. De economie sorteert de winnaars uit.

boerenbusiness.nl

Krijn J. Poppe

Krijn Poppe werkte bijna 40 jaar als econoom bij het LEI en Wageningen UR en vervult nu een aantal advies- en bestuursfuncties. Voor Boerenbusiness duikt hij in zijn boekenkast en bespreekt actuele ontwikkelingen aan de hand van klassiek geworden studies.
Reacties
5 reacties
9 Januari 2021
Dit is een reactie op het Boerenbusiness artikel:
[url=https://www.boerenbusiness.nl/column/10890578/de-geketende-boer-en-het-sorteren-van-winnaars]De geketende boer en het sorteren van winnaars[/url]
Het verdienmodel van onze aanverwante bedrijven is nu eenmaal gebaseerd op de faalkosten afschuiven op de boer. In welke vorm je het verdienmodel van de boer dan ook giet, met of zonder ketensamenwerking, in intergraties of onafhankelijk, boven wettelijken eisen of niet. Onze toeleveranciers en afnemers, of het nu voerleveranciers zijn of slachterijen ze verdienen allemaal hun geld door hun faalkosten door te schuiven naar de boer. En ze zullen er alles aan doen om dat zo te houden. Dat zal pas veranderen zodra de boer denkt; "zolang ze niet met ons willen delen, nemen we alles".
Casemx 9 Januari 2021
Het huidige productie volume is te hoog voor goede prijzen. Massa is kassa geldt alleen voor de periferie. Voor de boer geldt door teveel massa weinig of geen kassa. Het behoudt van het huidige productievolume is niet in het belang van de boer maar van de bedrijven en instellingen die geld AAN de boer verdienen. Behoudt van productievolume is van zeer groot belang voor het verdienmodel van aanverwante bedrijven en onderwijsinstellingen. Deze bedrijven verdienen hun geld aan volume en het investeren van kapitaal en exporteren van kennis in/naar het buitenland.

Het zou goed zijn wanneer alle aanverwante bedrijven en onderwijsinstellingen (de kapitaalkrachtige partijen uit de agrarische sector) een fonds creëren waaruit de boer betaald krijgt om het volume in de markt in stand te houden. De boer faciliteerd, tegen het eigenbelang in, het verdienmodel van deze partijen en daar mag best iets tegen overstaan. Een vergelijkbaar systeem zoals de productschappen voorheen onderzoek financieren, met het verschil dat nu de boer betaald wordt voor zijn rol waar vanuit de markt geen vergoeding tegen overstaat. We produceren te slotte op een manier waarbij deze partijen optimaal rendement kunnen halen. Zelf ontvangen we als boer alleen maar de nadelen en risico- en ontwikkelingskosten van van andere partijen in het huidige systeem.
V 9 Januari 2021
De boer heeft op meerdere vlakken commerciële waarde, dus niet alleen bij het product dat verkocht wordt. Aanverwante bedrijven hebben boeren nodig om hun eigen verdienmodel te laten draaien. Veel boeren laten hier nog waarde en winst liggen.

De huidige situatie dat de boer gebruikt wordt als sluitpost voor de aanverwantebedrijven, moet veranderen wil een boer een toekomst hebben, moest een boer alleen maar voor zijn eigen faalkosten opdraaien dan zou het verdienmodel voor de boer al goed zijn. Daarbij is voor het faciliteren van het verdienmodel van de periferie is een passende vergoeding op zijn plaats. Een aantal boerenbedrijven (de blijvers) heeft dit al redelijk afgedekt. Het is niet voor niks dat een aantal bedrijven nog een mooi inkomen weet te realiseren in tijden van slechte opbrengstprijzen, dit heeft niks met bedrijfsomvang te maken of met ketensamenwerkingen maar met ondernemersschap. Aanverwante bedrijven gaan graag ketensamenwerkingen aan in tijden dat de sector krimpt om zo voldoende volume te behouden, om afzet te forceren (vastleggen) van overbodige producten en om toch nog de faalkosten door te kunnen schuiven naar de boer. Bij een aantal (de meeste) ketensamenwerkingen blijft het doorschuiven van de faalkosten naar de boer bestaan. Om aantrekkelijke prijzen te kunnen bedingen is ondernemersschap (keuzevrijheid) hard nodig. Geef die niet zomaar of liever helemaal niet weg.
Bart 9 Januari 2021
Een aantal boeren heeft zich een onrendabel bedrijfsmodel aanlaten praten waarbij het verdienvermogen vooral bij anderen ligt. Google eens: wie heeft vooral baat bij 12 miljoen varkens.

(www).boerenbusiness.nl/opinies/wouter-baan/blog/10873536/wie-heeft-vooral-baat-bij-12-miljoen-varkens
Jap 10 Januari 2021
Prijs wordt gebruikt als middel om te sturen. Zo ook bij vraag en aanbod, namelijk: Wat is de laagst mogelijke prijs om het gewenste volume aan aanbod te creëren, tegenover wat is de hoogst mogelijke prijs om het gewenste volume aan vraag te creëren.
U kunt niet meer reageren.

Meld je aan voor onze nieuwsbrief

Mis niets en schrijf je in voor onze gratis dagelijkse nieuwsbrief

Opinie Krijn J. Poppe

Certificering en labelen: meer of minder zuur?

Opinie Krijn J. Poppe

Hogere prijzen lokken lagere prijzen uit

Aangeboden door A-Insights

Supply chain-tekorten en kosteninflatie

Opinie Krijn J. Poppe

Groot in Oekraïne een voorbode voor Nederland?

Blijf op de hoogte

Mis niets en schrijf je in voor onze gratis dagelijkse nieuwsbrief